Socio-demografische gegevens
Socio-demografische gegevens van de multiculturele samenleving
De diversiteit van de Amsterdamse bevolking
In de tweede helft van 2009 is het aandeel Amsterdammers met een niet-Nederlandse achtergrond toegenomen tot 50% van de stadsbevolking. Het betreft de eerste generatie arbeidsmigranten uit Turkije en Marokko, inwoners uit voormalige koloniën, zoals Suriname en hun kinderen die tot de tweede generatie worden gerekend. Het betreft ook migranten uit nieuwe toetredingslanden in de EU zoals Polen, de opkomende economieën zoals Brazilië en de traditionele westerse industrielanden zoals Amerika en het Verenigd Koninkrijk.
In totaal vormen Amsterdammers van niet-westerse herkomst (van de eerste en tweede generatie) nu 35% van de bevolking. De grootste groep daarbinnen vormen overige niet-westerse allochtonen. De omvang van de groep westerse allochtonen is 15%.
Sterke toename van aantal Oost-Europeanen
De afgelopen jaren is ook het aantal westerse allochtonen sterk toegenomen. Vanaf het begin van deze eeuw is hun aantal met 17.000 toegenomen. De groei werd voor meer dat de helft veroorzaakt door de toename van het aantal Oost-Europeanen na de toetreding van Polen, Bulgarije en Roemenië tot de EU. Ook het aantal personen afkomstig uit andere EU-landen is echter sterk toegenomen. Een laatste belangrijke groep betreft de opkomende economieën: Brazilië, Rusland, India en China, de zogenaamde BRIC-landen. Deze groep behoort grotendeels tot de niet-westerse allochtonen en groeide in deze periode met 6.000 tot 14.400 personen.
Bron: Factsheet 'De diversiteit van de Amsterdamse bevolking', Dienst Onderzoek en Statistiek, Gemeente Amsterdam
Autochtonen in Rotterdam bijna in minderheid
In 2012 zullen autochtonen waarschijnlijk een minderheid in Rotterdam vormen. Op dit moment is nog 52 procent van de bevolking geboren met een Nederlands paspoort, blijkt uit recente cijfers van het Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) van de gemeente Rotterdam. Het aantal Rotterdammers groeit op dit moment. Op 1 april telde Rotterdam 588.398 inwoners, 1237 méér dan tijdens de jaarwisseling. In 2008 nam het aantal Rotterdammers met 4236 toe. Het aantal autochtonen neemt in Rotterdam af. Was de stad in 1990 nog voor 60 procent autochtoon, nu is dit 52 procent. Rotterdam telde op 1 april 44.000 minder mensen met Nederlandse wortels dan tien jaar geleden.
Onder twintigers en dertigers is het aantal allochtonen relatief hoog. Het kleinste aandeel hebben mensen met Nederlandse wortels in de leeftijdscategorie 0-14 jaar. Van deze Rotterdamse kinderen is 38 procent autochtoon. De bevolkingsgroei is het sterkst onder Antillianen en Marokkanen. Rotterdam telt nu 30 procent meer Antillianen dan tien jaar geleden (nu 20.261). Het aantal Rotterdammers met Marokkaanse roots groeide in dezelfde periode met 26 procent toe tot 38.100.
Bron: Allochtonenweblog, 6 mei 2009
Bevolking naar herkomstgroepering, op 1 januari van het betreffende jaar (in absolute aantallen)
In 2050 ruim 1,6 miljoen meer allochtonen
In 2050 telt Nederland naar verwachting 16,8 miljoen inwoners, tegen 16,4 miljoen nu. De groei komt volledig voor rekening van allochtonen. In 2050 zal 29 procent van de Nederlandse bevolking uit (zowel westerse als niet-westerse) allochtonen bestaan. Nu is dit nog 19 procent.
Zie voor meer cijfers: Webmagazine CBS, 8 januari 2007
Groei niet-westerse allochtonen fors minder
In 2003 is de groei van de niet-westerse allochtone bevolking in Nederland afgenomen. Met 2,8 procent was de groei de laagste sinds 1996. De verminderde groei vond plaats bij de eerste generatie. Met name het aantal asielmigranten is afgenomen. De strengere asielwetgeving speelt hierbij een rol. Het aantal gezinsvormende immigranten is daarentegen op een hoog niveau gebleven. De groei van de tweede generatie bleef vrijwel constant.
De grootste groepen niet-westerse allochtonen worden nog altijd gevormd door de Turken (352 duizend) en Surinamers (325 duizend). Op de derde plaats komen de Marokkanen (306 duizend) en op de vierde plaats de Antillianen en Arubanen (131 duizend). Bij de laatste groep deed zich in 2003 een zeer sterke daling van de bevolkingsgroei door. In 2003 nam deze groep namelijk toe met slechts 1,4 duizend personen, terwijl deze bevolkingsgroep in 2000 nog met bijna 10 duizend groeide.
Bron: 'Allochtonen in Nederland', CBS 2004
Bijna een miljoen islamieten in Nederland
Op 1 januari 2004 woonden er naar schatting bijna 945 duizend islamieten in Nederland. In 1990 waren dat er minder dan een half miljoen. Turken en Marokkanen vormen tweederde deel van het totale aantal islamieten in Nederland.
Islamieten maakten 5,8 procent uit van de totale bevolking op 1 januari 2004. Hun aantal zal de komende jaren verder toenemen. Naar verwachting zal de grens van 1 miljoen islamieten in de loop van 2006 worden gepasseerd.
Meer dan 95 procent van de islamieten heeft een niet-westerse herkomst. Maar lang niet alle allochtonen zijn islamiet. Zo’n 54 procent van de niet-westerse allochtonen in Nederland is islamiet. De islamieten met land van herkomst Turkije zijn met 328 duizend de grootste groep, gevolgd door Marokko met ruim 295 duizend. Samen vormen zij tweederde van de islamieten in Nederland.
Bron: CBS Webmagazine, 20 september 2004
Besteedbare inkomens allochtonen
Allochtonen hadden in 2002 op jaarbasis ruim 14 miljard euro's te besteden. Dit inkomen groeit snel: twee jaar eerder ging het om 12,7 miljard euro's. Een stijging van ruim 10% in twee jaar.
|
Turken |
|
€1,6 miljard |
|
Marokkanen |
|
€1,2 miljard |
|
Surinamers |
|
€2,4 miljard |
|
Antillianen |
|
€0,9 miljard |
|
Indo's |
|
€4,1 miljard |
|
Afrikanen |
|
€1,0 miljard |
|
Aziaten |
|
€1,7 miljard |
|
Latino's |
|
€0,9 miljard |
|
Chinezen |
|
€0,3 miljard |
|
TOTAAL |
|
€14,1 miljard |
Bron: Etnostatz, Foquz Etnomarketing 2003
Vluchteling-studenten in Nederland
De Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF stelt zich ten doel hoger opgeleide vluchtelingen de nodige materiële en geestelijke steun te verlenen om hun studie in Nederland te kunnen voortzetten en succesvol af te ronden. Ook verleent het UAF steun bij het verwerven van een plaats op de arbeidsmarkt die aansluit bij hun opleiding.
In het studiejaar 2002-2003 ondersteunde het UAF gemiddeld 2.444 vluchteling-studenten. Van hen volgde 1.148 een voltijdstudie, 209 een deeltijdstudie, 57 een kort traject en bereidden 1.030 zich voor op de studie; 244 vluchtelingen studeerden af en 286 vonden een passende baan. Ruim een derde (38%) van de studenten bestond uit vrouwen. Van de geslaagden sloten 118 een HBO-opleiding af, 102 een WO-opleiding en 24 een MBO-opleiding.
De studenten volgden het meest een studie binnen de gezondheidszorg (29%), economie (16%), techniek/exact (14%), informatica (12%) en de maatschappelijke/sociale wetenschappen/recht (12%). In 2003 kwamen bijna 60% van de studenten uit Irak, Iran of Afghanistan.
Bron: Jaarverslag 2002/2003, Stichting voor Vluchting-Studenten UAF
Grote regionale verschillen in het percentage islamieten (bron: CBS)
Er bestaan grote regionale verschillen in het percentage islamieten in Nederland. De hoogste percentages worden waargenomen in de gebieden rond de grote steden. In Groot-Amsterdam is 12,7 procent van de bevolking islamiet, in de agglomeratie Den Haag 11 procent en in Groot-Rijnmond 9,9 procent. Op enige afstand volgen de Zaanstreek met 8,8 en Utrecht met 7 procent.
Van alle niet-westerse allochtonen in de grote steden is ongeveer 50 procent islamiet. De laagste percentages islamieten onder de niet-westerse allochtonen zijn te vinden in Groningen (37 procent) en in de 'Kop van Noord-Holland' (38 procent).
Voor meer informatie over dit onderwerp, zie het CBS Webmagazine van 26 april 2004.
Tweede generatie niet-westerse allochtonen vaker naar hbo (bron: CBS)
De tweede generatie niet-westerse allochtonen studeert ongeveer drie keer zo vaak aan het hoger onderwijs als de eerste generatie. In het studiejaar 2002/2003 studeerde 14 procent van de tweede generatie van 19-23 jaar voltijd aan een hbo-instelling. Onder de autochtonen van 19-23 jaar lag dit percentage op 19 procent. Het percentage van de tweede generatie niet-westerse allochtonen van 20-24 jaar dat aan een universiteit studeert, ligt voor het studiejaar 2002/2003 op 8 procent. Bij autochtonen studeert 11 procent van de 20 tot 24-jarigen aan een universiteit. De directe doorstroom vanuit havo naar hbo en vanuit vwo naar wo onder allochtone jongeren is zeer hoog, bij Turken en Marokkanen bijna 90 procent van de geslaagden. Verder is de zeer hoge deelname van de tweede generatie Antillianen en Arubanen aan het hbo en wo opvallend, namelijk respectievelijk 18 en 12,5 procent in het studiejaar 2002/2003.
Voor meer informatie over dit onderwerp, zie het CBS Webmagazine van 1 maart 2004.









