Het CDA-Tweede Kamerlid Ronnes heeft aan de minister van Financiën vragen gesteld over het bericht in de Volkskrant dat banken massaal inzetten op digitalisering.

18 juni 2019

Op 25 maart publiceerde Mira Media op basis van een eigen onderzoek een artikel over het bankgebruik van ouderen. Met dit artikel  werd aandacht gevraagd voor de grote groep ouderen die geen gebruik maakt van internet en daar onrechtvaardig financieel door de banken, middels hoge tarieven, voor wordt afgestraft. Ook wilde Mira Media iets doen aan de onjuiste berichtgeving van de banken over het digitaal bankgebruik van ouderen. Op verzoek van de ouderenorganisaties NOOM en KBO-PCOB presenteerde Mira Media de resultaten van haar onderzoek in de Werkgroep Toegankelijkheid van het Betaalverkeer van De Nederlandse Bank (DNB). De bevindingen van Mira Media  hebben mede geleid tot een set van 12 aanbevelingen die 22 mei 2019 door het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) zijn overgenomen.  Deze aanbevelingen gaven de Volkskrant vrijdag 14 juni aanleiding tot een eigen onderzoek en een artikel dat de bevindingen van Mira Media onderschrijft. RTL-nieuws volgde vervolgens 's avonds met een nieuws item over het bankgebruik van ouderen met daarin duidelijke statements vanuit het KBO-PCOB. Het artikel in de Volkskrant en de follow-up in andere media motiveerde het CDA Kamerlid Ronnes dinsdag 18 juni 2019 tot het stellen van een aantal vragen aan de Minister van Financien over het bankgebruik van ouderen.

Vragen CDA Kamerlid Ronnes:

In het artikel in de Volkskrant van 13 juni jongstleden werd nog eens bevestigd dat banken massaal inzetten op digitalisering. De groep die niet mee kan in de digitaliseringsdrift is echter erg groot. Het gaat om ouderen, maar ook om laaggeletterden, doven en slechtzienden. Deze groepen zijn veel groter dan de banken zelf voorspiegelen. Ik geef een aantal cijfers. 30% van de klanten van banken regelt de geldzaken nog steeds op papier en 40% van de 75-plussers bankiert niet digitaal, terwijl banken het doen voorkomen alsof bijna hun gehele klantenbestand digitaal bankiert. Zo stelt ING dat 99% van zijn klantencontacten via digitale kanalen loopt, maar elke keer dat een mobiele app wordt geraadpleegd, blijkt te worden geteld als een klantencontact.

  1. Hoe beziet de minister de ontwikkeling dat banken steeds meer focus lijken te leggen op digitaal klantencontact en het digitaliseren van het betalingsverkeer? Is de financiŽle prikkel om te digitaliseren niet te groot? Vallen er niet te veel mensen buiten de boot op deze manier?
  2. Ik heb een aantal cijfers opgenoemd. De banken noemen zelf ook een aantal cijfers. Welke bron moet nu volgens de minister gebruikt worden voor de juiste cijfers? En worden hier niet appels met peren vergeleken?
  3. Vindt de minister het van belang dat mensen altijd recht houden op menselijk contact wanneer zij zaken doen met bedrijven, en ook wanneer zij analoog zaken willen doen met een bank, bijvoorbeeld als ze ouderwets bankafschriften willen ontvangen?
  4. Is de minister hierover in gesprek met banken en met de diverse organisaties, zoals ouderenbonden? En welke rol dicht de minister het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer, het MOB, hierin toe?
  5. Hoe denkt de minister over de kosten van het toegankelijk houden van de financiŽle producten. De kans zit erin dat hoe minder mensen de analoge producten gaan gebruiken, hoe duurder ze worden. Kunnen wij niet op een of andere manier ó ik spring niet meteen naar regelgeving maar naar een soort convenantvorm met de Nederlandse banken ó kijken of we een bepaald plafond kunnen stellen voor de kosten van basale zaken, zoals het ontvangen van een papieren bankafschrift?

Antwoorden Minister Hoekstra:

  1. Op zichzelf is die ontwikkeling vanuit de banken natuurlijk helemaal niet verkeerd; het is gewoon een kwestie van balans, om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan blijven doen.
  2. Op de vraag over de cijfers en in hoeverre we appels met appels of appels met peren vergelijken kom ik schriftelijk terug.
  3. Het staat als een paal boven water dat iedereen mee moet kunnen blijven doen in de samenleving. Dat betekent ook dat iedereen mee moet kunnen blijven doen op het gebied van het betalingsverkeer. De kunst is om ervoor te zorgen dat er voldoende waarborgen zijn voor degenen die dat niet of minder goed met de digitalisering meekunnen.
  4. Het MOB, het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer heeft hier ook alle aandacht voor. Overigens is er recent ook weer een rapport verschenen. Dat zal ik nog aan de Kamer doen toekomen. Eerder zijn er aanbevelingen gedaan over de manier waarop we kwetsbare mensen en groepen kunnen blijven betrekken bij deze problematiek. Ik zal hier in ieder geval opnieuw aandacht voor vragen in het MOB en met de Kamer wisselen wat er recent uit het MOB naar voren is gekomen. En ik zal ook aan het MOB voorstellen dat er periodiek wordt gekeken of dit probleem kleiner of groter wordt.
  5. Ik vind het ingewikkeld om banken nu op voorhand te verplichten om bepaalde maximale tarieven te rekenen, want dan grijp ik vergaand in en daarmee help ik uiteindelijk ook niet noodzakelijkerwijs de consument.

190618-Stenogram-Vragen-Ronnes.docx [16 kB]

 

« terug