Het mediagebruik in het dagelijkse leven

27 februari 2015

Omslag1

Ouderen lezen, jongeren whatsappen, hoog- en laagopgeleiden gebruiken de media ook verschillend, maar tv-programma's kijken gebeurt meestal nog altijd op het moment van uitzending zelf en via de televisie en niet, zoals vaak gedacht, via computer, tablet of het mobieltje. Dit zijn enkele conclusies uit het SCP-rapport Media: Tijd in Beeld.

De SCP-publicatie Media:Tijd in beeld; dagelijkse tijdsbesteding aan media en communicatie die op 19 februari jl. verscheen, geeft een beeld van het mediagebruik onder de Nederlandse bevolking van 13 jaar en ouder. Het gaat om alle media-activiteiten voor privédoeleinden. Naast traditionele massamedia (televisie, radio en gedrukte media) in al hun verschijningsvormen (online en offline, op papier en digitaal, via vaste en mobiele media-apparaten), onderzocht het SCP gaming, computer- en internetgebruik, en het gebruik van communicatietechnologie.

Andere conclusies uit de publicatie zijn:

  • Nederlanders doen veel aan multitasking: meer dan de helft van de mediatijd wordt gecombineerd met algemene activiteit of andere media-activiteiten.
  • Voor de helft van de Nederlanders behoort het lezen van een krant, tijdschrift of boek niet meer tot de dagelijkse routine.
  • Waar ouderen lezen, communiceren de jongeren.
  • Laagopgeleiden kijken langer en naar vaste programmering via vast toestel, meer hoogopgeleiden kijken uitgesteld tv en via andere dragers 

Multitasking
Veel Nederlanders combineren hun mediagebruik met een andere activiteit: (in aflopende volgorde) met eten en verzorging, gevolgd door vrijetijdsactiviteiten, huishouden, reizen, werk en studie. Van de totale mediatijd op een doorsnee (7.22 uur) wordt 3.24 uur gecombineerd met zulke algemene activiteiten. Bovendien combineren Nederlanders 1.05 uur mediatijd met andere media (mediamultitasking).
Nederlanders besteden gemiddeld bijna drie uur (2.52) aan één media-activiteit zonder andere activiteiten (media singletasking).

TV kijken
Op een doorsnee dag in het najaar van 2013 keek 86% van de bevolking naar beeldmateriaal en gemiddeld was daar ongeveer drie uur mee gemoeid. Binnen de totale kijktijd is uitgesteld kijken en het gebruik van streaming video in opkomst. Van de bevolking keek 13% gemiddeld bijna twee uur uitgesteld TV en 7% keek gemiddeld ongeveer tweeënhalf uur naar gestreamd, gedownload of gekocht videomateriaal.
Voorlopig overheerst het ‘klassieke’ kijken: lineair (dus op het moment van een tv-uitzending) en via een vast tv-toestel. Mobiel kijken doet minder dan een op de tien Nederlanders, via een computer of laptop (7%), dan wel via tablet of mobiele telefoon (3%).

Voorkeur papier
Het lezen van een krant, tijdschrift of boek behoort niet meer tot de dagelijkse routine van veel Nederlanders. Inclusief het digitale leesgedrag las 50% van de bevolking in krantlezen2013 42 minuten op een gemiddelde dag. De traditionele gedrukte media worden nog door relatief veel Nederlanders gelezen: de krant (34%), boeken (15%) en tijdschriften (10%). Lezen van papier heeft bij een overgrote meerderheid de voorkeur.
Van de digitale apparatuur gebruikt men het meest de tablet of smartphone (4% van de bevolking), gevolgd door de pc of laptop (3%). Nog minder Nederlanders gebruiken een e-reader, al besteden ze er dan wel relatief veel tijd aan. Meer Nederlanders lezen een nieuwssite of -app (zoals Nu.nl of Dichtbij.nl) (9%) dan een digitale krant (5%). Die nieuwssites bezoekt men in gelijke mate via pc, laptop, tablet en mobiele telefoon.

Jong en oud
Ouderen kijken, luisteren en lezen aanzienlijk meer dan jongeren, terwijl jongeren meer tijd besteden aan gemedieerde communicatie (vooral berichten uitwisselen en sociale mediasites bezoeken) en in iets mindere mate aan gamen. Acht op de tien 65-plussers leest op een gemiddelde dag, tegenover 25% onder 13-19-jarigen. Tieners zijn op een dag bijna vier uur met sociale media en sms'en (onder schooltijd en tijdens huiswerk meegerekend) tegenover een uur onder 65-plussers.
Jongeren lopen ook voorop bij de acceptatie van innovaties in het mediagebruik. Ze maken bijvoorbeeld relatief veel gebruik van de mogelijkheden om ‘anders’ te kijken (dus niet-lineair en via andere dragers dan het vaste tv-toestel). De 20- tot 49-jarigen informeren zich vaker online (via nieuwssites) dan ouderen die eerder vasthouden aan een papieren krant, of tieners die in alle vormen het minst lezen.

Hoog- en laagopgeleiden
Ook hoogopgeleiden zijn voorlopers bij de acceptatie van nieuwe media. Zij besteden meer tijd aan 'anders' kijken (niet-lineair en via andere dragers) dan laagopgeleiden. Ze zijn oververtegenwoordigd bij het online lezen van kranten en boeken via digitale platforms, alsook het bezoeken van nieuwssites. Ook maken meer hoogopgeleiden gebruik van alle vormen van gemedieerde communicatie.
Daar staat tegenover dat meer laagopgeleiden vooral tv kijken, maar ook bijvoorbeeld YouTube en daar gemiddeld een uur meer tijd aan besteden dan hoogopgeleiden.

Media-tijd-in-beeld-1.pdf [1,3 MB]

De publicatie is verkrijgbaar bij de (internet)boekhandel of te bestellen/downloaden via www.scp.nl.

 

« terug