OECD: Helft van vijftienjarige Nederlandse jongeren is buiten schooltijd twee tot zes uur per dag‚ of meer online. Bij alle Nederlandse jongeren is sprake van een toename van 38% sinds 2012.

21 april 2017

19 april 2017 publiceerde het OECD een internationaal onderzoek naar het welzijn en levensgenoegen onder vijftienjarige jongeren.  Voor Nederland komen wat betreft het internetgebruik de volgende resultaten naar voren:

  • 48% van de Nederlandse jongeren wordt gekwalificeerd als ‘hoge internetgebruikers’ (twee tot zes uur per dag of meer buiten schooltijd). Op doordeweekse dagen gemiddeld 160 minuten per dag (toename sinds 2012: 38%), in het weekend gemiddeld 210 minuten per dag (toename sinds 2012: 39%).
  • Nederland scoort hoger dan het gemiddeld aantal (42%) ‘hoge internetgebruikers’ in de 35 onderzochte landen .
  • Bijna alle jongeren hebben thuis toegang tot internet en zien het internet en andere digitale media als iets positiefs.
  • De jongeren die veel internet gebruiken, geven aan minder tevreden te zijn met hun leven dan jongeren die minder internet gebruiken.

Het internet heeft de manier waarop jongeren leren, socialiseren en spelen veranderd. Maar het gebruik van digitale media zorgt ook voor zorgen bij ouders en professionals over het digitaal burgerschap van jongeren. Het kan namelijk zorgen voor gevaarlijke relaties online met onbekenden, cyberpesten, enzovoort.

OECD

Het OESD - PISA (Programme for International Student Assessment) doet internationaal onderzoek gedaan naar het welzijn en levensgenoegen van jongeren.  Een onderdeel van het rapport  “Students’ Well-Being” beschrijft de activiteiten en vrijetijdbesteding van vijftienjarige jongeren na schooltijd. Er wordt speciaal aandacht besteed aan de online tijdbesteding.  Hoe hebben jongeren toegang tot internet en gebruiken ze het internet? Wat is de relatie tussen online activiteiten, de schermtijd en het welzijn van jongeren? Is er een digitale kloof met betrekking tot sociaaleconomische status in en tussen landen? In hoofdstuk 13 van het rapport wordt antwoord gegeven op deze vragen.

OECD (2017), PISA 2015 Results (Volume III): Students’ Well-Being, PISA, OECD Publishing, Paris. http://dx.doi.org/10.1787/9789264273856-en

---------------------------------------------------------------------------------------------------Citaat uit onderzoek:

“) Students were also asked how they feel about the time they spend on line and how they feel when they are engaged in online activities. Across OECD countries, most students agreed that “the Internet is a great resource for obtaining information” (88%) and that “it is very useful to have social networks on the Internet” (84%). Some 67% of students reported that they are excited to discover new digital devices and applications. The data also show that most students enjoy using various digital devices and the Internet, but many of them are at risk of excessive Internet use. Across OECD countries, 90% of students enjoy using digital devices and 61% reported that they forget time when using them.

More than one in two students (54%) reported that they feel bad if no Internet connection is available (Table III.13.15). Given the amount of time 15-year-old students spend on the Internet every day, it is crucial to understand whether and how Internet use influences students’ well-being. On the one hand, using the Internet may increase life satisfaction as it provides entertainment and removes logistical obstacles to socialising. On the other hand, online activities pose several risks to well-being. For example, sitting for long hours in front of a screen might be associated with doing less physical activity, sleeping disorders, obesity and weight gain. Extensive use of digital media and videogaming can also undermine students’ motivation and concentration, and could also lead to social isolation.

PISA 2015 results show that, in most participating countries and economies, extreme Internet use – more than six hours per day – has a negative relationship with students’ life satisfaction. Across OECD countries, “extreme Internet users” reported themselves as 0.4 point lower on the life-satisfaction scale than those who use the Internet less (Figure III.13.7).

Some 17% of “extreme Internet users” across OECD countries also reported that they feel lonely at school, compared with 14% of “low Internet users” (students who use the Internet less than one hour a day), 12% of “moderate Internet users” (those who spend between one and two hours per day on Internet) and 13% of “high Internet users” (those who spend between two and six hours per day on Internet). “Low” and “extreme Internet users” were also more likely than “moderate” and “high Internet users” to report that they are bullied at school (Figure III.13.8).

PISA data also reveal that both “extreme” and “high Internet users” are at greater risk of disengagement from school. One in four “extreme Internet users” reported that they had arrived late for school in the two weeks prior to the PISA test – a share 10 percentage points larger than the share of “moderate Internet users” who so reported (Figure III.13.8). “Extreme Internet users” were also more likely to report low expectations of further education than moderate Internet users. And

after accounting for students’ socio-economic status, “extreme Internet users” score around 30 points lower in all subjects PISA assesses than students who use the Internet less (Figure III.13.9). (-)

OECD (2017), PISA 2015 Results (Volume III): Students’ Well-Being, PISA, OECD Publishing, Paris. http://dx.doi.org/10.1787/9789264273856-en

---------------------------------------------------------------------------------------------------

« terug