’Dat gedicht! Ik krijg er kippenvel van in mijn hart‚

25 juni 2018

18junioidw-rdamdichtenWat begon als een breiclubje op woensdagochtend in de bibliotheek in Delfshaven ontwikkelt zich steeds meer als een vast groepje, dat buiten de bibliotheek om ook samen op stap gaat. De breiclub verkent ook andere gebieden tijdens de woensdagochtend zoals etsen. Vandaag heeft recent lid van de groep Irene een dichteres/schrijfster uitgenodigd: Anne-Rose Hermer, en wagen de senioren zich onder de slogan ‘woordbrei’ ook aan het dichten, met breien als toetje. ‘Door gedichten kan je je emoties uiten.’

De gedichten van Anne-Rose zijn een schot in de roos. Ze gaan over eenzaamheid, de Maastunnel, het verlies van je ouders,van  je echtgenoot, ‘bekende’ Rotterdammers als ‘Blikkie’ de straatkrantverkoper bij de Bijenkorf of de onlangs overleden dichteres Rieneke Grobben ofwel Roze Rieneke of Charloisser Barbie. Maar ze zijn nooit zwaarmoedig en grapjes ontbreken evenmin. Zoals het gedicht over de vrouw die een dame van de Zonnebloem op bezoek krijgt, om te zien of ze eenzaam is en ze misschien behoefte heeft aan gezelschap. Al snel blijkt dat deze oudere zo vol zit van vooroordelen en kritiek  over familie en buren dat er sprake is van ‘eenzaamheid op bestelling’ concludeert  de Zonnebloem-medewerkster.  De gedichten leiden tot gesprekjes en nieuwe informatie. Zo blijkt ‘Blikkie’ niet de afkorting te zijn van de achter naam van de krantverkoper, Blikslager, maar Surinaams voor iemand die Creools is, weet de Hindoestaanse Lila (65). ‘Wij worden koelies genoemd.’  Op het gedicht over het verlies van je ouders als oudere, maar tegelijkertijd het besef dat je je ouders ook die rust moet gunnen, reageert  Ciska (76) met: ‘ Ik krijg er kippenvel van in mijn hart’.

Onverwachte bezoekers
Net op deze ochtend waar het woord centraal staat, is het wat rumoerig in de bibliotheek. De voordrachten van Anne-Rose worden  regelmatig onderbroken door onverwachte geluiden en bezoekers. Als Anne-Rose haar eerste  gedicht voorleest, komen twee vrolijke luidruchtige jonge bezoekertjes de bibliotheek binnen. Bij een ander gedicht begint opeens iemand in het gebouw te boren. Josta (70) verbaasd: ‘Het is nooit zo druk.’ Onverstoorbaar leest Anne-Rose haar gedichten voor, aangemoedigd door de senioren.
Wanneer het eindelijk rustig lijkt, spreekt opeens een Surinaams-Nederlandse  man de groep aan: ‘Is dit de breiclub?’ Hij is getipt door iemand van de bibliotheek. Hij zoekt namelijk mensen die met de naaimachine overweg kunnen. ‘Wij doen mee aan het Zomercarnaval 2018 met een multiculturele/Kaapverdische groep. Wij zoeken mensen die ons kunnen helpen met het naaien van kostuums.’ Lila wil hem wel helpen en spoort haar vriendin aan: ‘ Wij kunnen toch wel stikken op de masjien?’18juniwd-ciskeleestvoorHet loopt niet over
De senioren hebben als voorbereiding op deze bijeenkomst, de opdracht gekregen om zelf een gedicht te schrijven. ‘Ik ben er niet zo van’, bekent Ciska, maar toch heeft ze  een gedicht geschreven over de merel die haar ‘s  ochtend prettig wakker maakt met zijn mooi gefluit. Lila: 'Nou dat is bijna precies waar ik ook over wilde schrijven!' Josta heeft haar gedichtje in haar hoofd en het in de tram alsnog op een Post-iT opgeschreven: ‘Ik schrijf alles op kleine papiertjes.’ Haar gedicht heet Luilak: Dromen, dromen, maar nergens komen. Ik wil iets beginnen, maar ik kan niets verzinnen.

Dan krijgt de groep weer onverwacht bezoek. Het is Jeannette. Jolanda, projectmedewerker van Ouderen in de Wijk, kijkt verbaasd op: ‘Maar je komt toch pas uit het ziekenhuis?’ Ja, dat klopt, bevestigt Jeannette. Ze is geopereerd aan haar longen, want er is longkanker geconstateerd. ‘Deze week gaan de hechtingen eruit. En daarna krijg ik bestralingen. Het loopt niet over, maar wij gaan de goede kant op. Ik wilde mij  even laten zien bij de breiclub. De groep heeft mij zo gesteund en heeft mij opgevangen.’ Jeannette krijgt een applaus van de groep.

Wolkjes
De dames gaan nu zelf aan het werk. En, zegt Anne-Rose, tegenwoordig hoeven de gedichten niet meer18junioidw-wolkjes te rijmen. Maar als je wilt rijmen, dan kun je een rijmwoordenboek gebruiken. 'Je zoekt dan niet op de beginletter, maar op de eindklank'. Voor poëzie hoef je ook niet meer 'superchic' te zijn. Lila: 'Ja, de mensen van Hillegersberg'. De dames krijgen een A4-tje waarop een grote wolk in het midden staat en wolkjes eromheen. In de grote wolk schrijven ze op waar ze hun gedicht over willen maken. De dames kiezen onderwerpen als Rotterdam, oma, boodschappen, de breiclub. Kamla die oma koos als onderwerp: 'Ik had nooit gedacht dat ik oma zou worden. Ik ben zo blij.' Lila koos Rotterdam als thema: 'Ik woon 45 jaar in Rotterdam. In Delfshaven. Mijn wolkjes gaan over wat ik allemaal in Rotterdam heb meegemaakt. Dat Rotterdam multicultureel is.'

Discussie
Dan ontstaat er discussie in de breigroep. Irene heeft, zoals besproken, namelijk verschillende dichters benaderd om in de zomer langs te komen. Wil iedereen dat nog wel? Het is eigenlijk een breiclubje, zegt de een. Kan er dan nog wel gebreid worden, vraagt de ander. En als je niet wilt dichten? Het kan niet allebei, 'want anders laat je steken vallen', zegt Josta gevat. Het kan allebei wordt er toch besloten: een deel dichten, een deel breien, en voor hen die echt niets met dichten hebben, die gaan gewoon 18junioidw-woordbreibreien. Ciska: 'Je pikt dan ondertussen toch wat mee.'

De gedichtenochtend is het initiatief van Irene (72). Ze is pas bij de groep gekomen. 'Poëzie geeft uitdrukking aan je gevoel, aan je mens zijn. Je maakt je soms zorgen over iets, maar wil er niet te veel aan denken. Via gedichten kun je ook iets meer over jezelf te weten komen: wie ben ik eigenlijk?' Irene spreekt uit ervaring. Toen ze jong was schreef ze dagboeken en in 1993 schreef ze een boek over haar familie. Josta vond de ochtend heel leuk: 'Anne-Rose heeft mij wakker geschud met haar gedichten. Ik maakte vroeger rijmpjes, ook als onderwijzeres. Ik vond dat leuk. Ik ben geactiveerd om het weer op te pakken. Maar ja, ik heb wel meer dromen.'
Anne-Rose eindigt met een gedicht over Delfshaven: een man uit Drachten belandt in Delfshaven, maar volgens de PVV is het daar vreselijk beven, de man komt er na een middag achter: in Delfshaven is heel goed te leven! De ouderen knikken instemmend en klappen lachend. 'We houden van Delfshaven.'

« terug