De kunst van het verleiden van (migranten)ouderen

22 juni 2016

juni16-noomtafel

Het bereiken van ouderen is de essentie van Ouderen in de Wijk. Maar hoe maak je contact met (migranten)ouderen en wat vraagt dat van jou als professional en vrijwilliger? Jeanny Vreeswijk-Manusiwa en Lucia Lameiro Garcia van NOOM, Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten, gaven op 21 juni een training in de bibliotheek in Amsterdam-Noord. 'Oudjes? Ik ben pas 70!'

Onontgonnen gebied, zo noemt Karin Voortman van Combiwel, de samenwerking van de welzijnsorganisatie met de bibliotheek in het project Ouderen in de Wijk (OIDW). 'Mensen moeten zelfredzaam zijn. Voor ouderen is het een stuk lastiger om zich te verenigen. Die mogelijkheid biedt Ouderen in de Wijk en dat vind ik mooi aan het project.' Het is een reactie op de vraag van Jeanny Vreeswijk-Manusiwa hoe de aanwezigen het project Ouderen in de Wijk zien. Projectleider Martina Kranenburg van de Bibliotheek Rotterdam: 'De doelgroep is er, er zijn activiteiten, maar de link ertussen mist. Dit project wil die brug vormen.' Lynette Ho is wijknetwerker bij de OBA voor het project: 'Het gaat in dit project om ouderen die je niet zo vaak in de bibliotheek ziet. We gaan, in samenwerking met andere wijkorganisaties, het aanbod voor hen duidelijker in kaart brengen.'

Cultuurverschillen
'Om ouderen te verleiden binnen te komen, moet je weten waarmee je ze kunt verleiden. Wat triggert iemand? Sluiten de activiteiten wel aan op wat ouderen willen?', zegt Jeanny. Op de tafel staat een koffertje met spulletjes uit diverse culturen. Het is een manier om een gesprek te beginnen. Kennis hebben van iemands culturele achtergrond, kan het ijs breken. Cultuurverschillen kunnen tegelijk tot onbegrip leiden. De deelnemers vertellen over hun cultuurschokjes. Martina heeft een Duitse achtergrond: 'Iemand vroeg aan mij: wat heb je gisteren gegeten? Ik antwoordde soep. En wat nog meer, vroeg de persoon. In Nederland is soep een voorgerecht, maar in Duitsland heb je hele stevige maaltijdsoepen.'

Riekje van Albada van ABC-alliantie maakte kennis met de attentheid van Turkse vrouwen tijdens een nachtelijke busreis in Turkije met een vriendin: 'We sliepen, maar ze maakten ons wakker. Ze zeiden dat we naar de WC moesten gaan en gaven ons wat te eten. Ze wisten gewoon dat het nog een lange reis zou worden en dat het beter was om toch even naar de WC te gaan. Wij zouden denk ik mensen gewoon hebben laten slapen.'

Karin: 'Ik was in Ghana en een kind begon te huilen toen ze mij zag. Ik ben blond en blank. Ik besefte toen dat ik die keer "de ander" was. Er wordt altijd zo gehamerd op cultuur, we zijn toch allemaal hetzelfde? Maar we zijn gelijkwaardig, niet hetzelfde.' Lucia Lameiro Garcia: 'Het is cultuur, maar het is de persoon die bepaalt wat hij ermee doet.' Tijdens het gesprek blijken Riekje en Mayssa Joni, projectleider OIDW in Amsterdam, van Libanese afkomst, onverwacht een overeenkomst te hebben. Riekje: 'We komen beiden uit de Betuwe!'

De driehoek
De uitwisseling van ervaringen laat zien dat iedereen culturele bagage meeneemt, bewust en onbewust, legt Jeanny uit. Dit is belangrijk om te weten als je activiteiten voor anderen in dit geval ouderen wilt organiseren. 'Je wilt een gezellige activiteit organiseren. Maar wat is voor die ander "gezellig"? Ik maak maaltijdsoep terwijl de ander eigenlijk salade wil?' Daarnaast heeft de professional rekening te houden met de normen van de eigen organisatie en de (Europese) regels waaraan het project moet voldoen. 'Je moet de meest kwetsbare ouderen bereiken terwijl je ook te voldoen hebt aan Europese regels die vanuit een westerse visie zijn bepaald. Maar als je die driehoek, de normen van jezelf, van de ander en van je organisatie, in orde hebt, kun je contact gaan maken.'juni16-sociale-kaartInformele netwerken
De sociale kaart kan een hulpmiddel zijn om de doelgroep te vinden. Maar voldoet dit instrument voor dit project? De deelnemers missen de informele, kleine organisaties: 'the usual suspects' staan op de kaart en de gegevens wijzigen amper. Bovendien werken zelforganisaties vaak niet stadsbreed zoals de meeste grote organisaties waardoor ze in de sociale kaart ontbreken. Subsidiegevers kunnen dit bovendien als een probleem zien.
De doelgroep zelf zoekt vaak zijn activiteit in de wijk waar het woont en vaak ook in eigen kring. Lucia: 'Daar is op zich niets mis mee, als je in eigen kring dingen wilt doen.' Jeanny ziet het zelfs als een mogelijkheid om verbinding te leggen: ga naar de mensen, de zelforganisaties toe. 'Hoe migranten in het land van herkomst zijn georganiseerd via kerk, moskee, streek, dat is vaak ook de manier waarop ze in Nederland zijn georganiseerd. Soms lijken mensen individuen, maar zit er toch een structuur achter.' Dit klopt, vertelt Riekje. Uit haar ouderennetwerk stuurde ze met hulp van een collega van Chinese afkomstr een brief aan 40 Chinese ouderen. 19 gingen in op de uitnodiging. Ze bleken onderling ook contact te hebben via een kerk. Het is een informeel netwerk dat niet in kaart is gebracht, maar wel belangrijk is om op te nemen in de sociale kaart, zegt Jeanny. Het belang van gastvrouwen en vrijwilligers met een andere culturele achtergrond wordt hiermee tegelijkertijd onderstreept. Riekje: 'Ik zat er 2.5 uur voor spek en bonen bij! We zijn nu op zoek naar een vrijwilliger die Kantonees spreekt.'

Gelijkwaardigheid
Het bereiken van ouderen blijkt in de praktijk moeilijk. Het inzetten van sleutelfiguren is een manier om hen te bereiken. Let op dat sleutelfiguren en zelforganisaties zich niet 'misbruikt' voelen, waarschuwt Lucia. 'Er wordt van ze gevraagd om mensen binnen te halen, maar wanneer het project voorbij is "kennen mensen ons niet meer" hebben ze het idee. Dit kun je voorkomen door hun plek en rol zichtbaar te maken waardoor zij zich kunnen profileren.' Jeanny: 'Je kunt ze aanbieden om iets in de bibliotheek te doen en zorg dat de ruimte iets herkenbaars heeft voor hen. Het gaat om communicatie op diverse niveaus.' Karin: 'Je moet de win-winsituatie boven tafel zien te krijgen bij zelforganisaties.' Jeanny: 'Probeer op gelijk niveau te communiceren, van persoon tot persoon, stap af van het bedrijfsmatige. Dit is zeker belangrijk als je je de mindere voelt.'

Via twee vragen krijgen de professionals en vrijwilligers handvatten aangereikt om het ijs te breken met de ouderen. Wat is je lievelingsgerecht (en waarom) en wie is je lievelingsfamilielid (en waarom). De vragen roepen herinneringen op. Hoe de vraag beantwoord wordt, geeft aan de mate van onderling vertrouwen: de eerste stap naar contact. Jeanny: 'Die gevoeligheid bij het eerste contact met ouderen is belangrijk. Maar ook bij het vinden van sleutelfiguren, of zelfs teamleden. Het is belangrijker dan een CV.' Karin: 'Je gaat inderdaad snel dienstverlenend te werk bij een ontmoeting of activiteit.'

In een rollenspel oefenen de deelnemers hoe ze met ouderen in gesprek kunnen juni16-rollenspelraken. Martina en Lynette zitten goed in hun rol als ouderen die vragen of ze bij de bibliotheek naar de wc mogen. Met opmerkingen als 'Oudjes, kijkt u naar mij? Ik ben pas 70', 'Ik heb het veels te druk voor iets anders' of 'Hebben jullie ook bingo?' maken ze het Mayssa moeilijk die moet proberen ze te interesseren voor OIDW. Ze kwamen immers alleen binnen om naar de wc te gaan, niet om te blijven. Je kunt ouderen evenmin de hemel beloven, want de grenzen van het project moeten in de gaten gehouden worden, waarschuwt Jeanny. De gouden openingsvraag is volgens Karin: 'Woont u hier in de buurt en woont u er prettig? 

Resultaten en ouderen
De volgende fase in het project is de intake van de ouderen. Riekje: 'Ouderen hebben geen idee dat we een intake willen doen. Hoe maak je eenzaamheid, armoede bespreekbaar? De een zal er makkelijker over praten dan anderen.' Jeanny: 'OIDW is gelukkig een langdurig project. Vanuit een kopje koffie of thee kun je informatie geven. Dit hoeft niet allemaal in een keer. Contact opbouwen kost tijd.' Daar ligt de uitdaging van het project, zegt een deelnemer: teamleiders willen resultaten zien, terwijl de doelgroep bedachtzamer is en niet meteen zaken wil doen.
Vanessa is als vrijwilliger bij de training aanwezig. 'Ik was zenuwachtig voor vandaag en wist niet wat te verwachten. Ik wist ook nog niet precies wat het project inhoudt. Ik heb hier veel aan gehad. Ik zal het woord "oudjes" in ieder geval niet meer gebruiken.'

« terug