'Deze vrouwen hebben alleen maar gegeven‚ niets gekregen'

9 april 2016

oidw-mazouka
Marzouka Boulaghbage is sociaal makelaar van Wijk en Co in de wijk Overvecht in Utrecht. Ze organiseert in samenwerking met zorginstelling Careyn en de gemeente Utrecht een 'huiskamer' voor de moslimvrouwen in de wijk in verpleeghuis Rosendael. Rosendael heeft ook een Marokkaanse zorgunit, Amana. Marzouka betrekt de moslimvrouwen van Amana bij de huiskamer. Het gaat om een vergeten groep oudere vrouwen, die altijd voor, veelal, grote gezinnen heeft gezorgd, vaak analfabeet is en met wie nooit rekening is gehouden, vertelt Marzouka die ook hun levensverhalen te boek heeft gesteld. Hun leven speelde zich vooral binnen af. Wat ze willen? 'Ik wil dat iemand nu naar mij luistert.'

'De groep die deze huiskamer bezoekt, bestaat uit vrouwen die altijd alleen maar hebben gegeven en niets gekregen. Ze hebben niet op school gezeten. Het zijn vaak weduwen wier kinderen het huis uit zijn. Deze vrouwen wonen nu alleen. Ze hebben wel kinderen, maar als ze op bezoek komen, gaat de aandacht niet naar hen toe. Zij kunnen zich daardoor eenzaam voelen. De kinderen gaan weg, de gezelligheid is gevlogen en ze zijn weer alleen. Ze kijken TV, vaak naar Marokkaanse programma's, of gaan naar de moskee. Als ze ziek worden dan lijkt een dag, een jaar voor hen. Ze wachten totdat aan hun deur geklopt wordt. Het is een vergeten groep. Ik vraag ze wat ze willen, dat kan iets anders zijn dat de gemeente voor ogen heeft zoals activering. Maar er zijn verschillende wegen die naar Rome leiden.'

De trein gemist?
'In het begin zeiden de vrouwen: "We zitten vast in ons leven. Ik wil dat iemand nu naar mij luistert." Deze groep vraagt eerst om een andere aanpak: het geven van een luisterend oor. We komen ongeveer acht jaar wekelijks bijelkaar. Het is een familie geworden. In de groep zitten vrouwen van 50-80 jaar. Sommigen zijn intussen overleden. De vrouwen vragen zich af: Heb ik de trein gemist? In de huiskamer zien ze dat ze niet de enigen zijn die in zo'n positie verkeren. Ze kunnen genieten met anderen, samen dingen doen. En zo langzaamaan staan ze open voor andere zaken, zoals schilderen. Een vrouw vertelde mij dat de dinsdags een soort verslaving voor haar is geworden. Ook al is ze moe, ze komt toch.
Maar de groep is ook nieuwsgierig. Ze zijn niet op school geweest, maar willen toch Arabisch leren omdat ze dan de Koran kunnen lezen. In de huiskamer is bijvoorbeeld de gezondheid het favoriete onderwerp, zowel lichamelijk als geestelijk. In Marokko is het gebruikelijk dat je veel medicijnen meekrijgt van de dokter. Je gaat voor een ding en je krijgt tien medicijnen mee! Maar wanneer je depressief bent, is een tablet niet voldoende. Je moet ook iets actief gaan doen, en er moet over gesproken worden.'

Ingewikkeld
'Ik heb de vrouwen verteld wat Ouderen in de Wijk is. Dat het voor hen nuttig kan zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld leren hoe de OV-chipkaart werkt. Maar sommigen durven niet eens met de bus te gaan. Ze lopen liever. Als sociaal makelaar moet je zoeken naar waar hun interesse ligt om dat te kunnen verbinden met het project. Het proces van digitalisering is ook te ingewikkeld voor ze. Zelfs het gebruik van de smartphone. Ze weten van één knopje op hun smartphone wat het doet, en dat is het knopje waarmee ze hun dochter kunnen bereiken. Misschien is skypen iets voor ze? Maar velen hebben geen internet. Hoe krijg ik ze hiervoor geïnteresseerd? Daar moet ik echt goed over nadenken. Het moet iets herkenbaars zijn waardoor ze in gesprek gaan.

'Dit project richt zich op ouderen van 65+. Voor een deel van deze groep is dat te laat om nog mee te gaan in het nieuwe mediagebruik. Misschien dat je aan de hand van filmpjes in gesprek kunt gaan over onderwerpen als gezondheid, normen en waarden. Een taboe binnen de Marokkaanse gemeenschap was bijvoorbeeld het feit dat migranten in een verzorgingstehuis gingen wonen. Ze hebben toch kinderen, vroegen mensen zich af, en het gebruik was dat de kinderen de ouders in huis namen. Het is geen taboe meer.'

Marokkaanse rozemarijn
'Wat je zeker niet moet doen, is van bovenaf besluiten wat ze moeten leren en waar ze dat moeten doen. Deze vrouwen gaan ook niet naar de bibliotheek. Ze zijn bang voor de vragen: Wat doe je in de bibliotheek? Je kunt toch niet lezen? Daar schamen zich voor en om zulke vragen voor te zijn, bezoeken ze liever niet de bibliotheek. Maar ik heb begrepen dat de bibliotheek ook outreachend wil gaan werken. Dat is misschien een kans.

'Deze groep vrouwen heeft over het algemeen niet zelf gekozen om naar Nederland te gaan. Omstandigheden hebben hen gedwongen om hiernaartoe te komen. Ze zijn jong, soms al op 13-jarige leeftijd, getrouwd en kregen op hun vijftiende hun eerste kind. Ze hebben grote gezinnen gehad. Hun leven speelde zich vooral binnen af. Ze gingen alleen naar buiten als ze naar de dokter moesten. Een vrouw zei: "Ik ben wakker geworden. Ik kijk om mij heen en denk dat het te laat is." Ze zijn als azir, Marokkaanse rozemarijn, uit de grond gehaald en in Nederland geplant.'

Foto - Ebru Aydin / Mira Media

« terug