Migrantenouderen maken te weinig gebruik van regelingen

9 oktober 2016

Amsterdam maakt deel uit van het netwerk Age friendly cities. In dat kader organiseerde de Adviesraad Diversiteit en Integratie en stichting Profor, een organisatie gericht op kwetsbare groepen in Amsterdam-Zuidoost, op 6 oktober jl. de conferentie 'Hoe maken we van Amsterdam een kleurrijke Ouderenvriendelijke stad?' Niet door opgelegd beleid van bovenaf, maar door ouderen zelf te bevragen naar hun behoeftes èn door maatwerk te leveren. Dè oudere bestaat immers niet. 

Vergrijzing
In 2014 was 14.3% van de ouderen in Amsterdam van niet-westerse afkomst, samen met ouderen met een westerse afkomst vormen zij 27% Amsterdamse ouderen. Dit percentage zal alleen maar toenemen. Tegelijkertijd vraagt de gemeente Amsterdam haar ouderen zo lang mogelijk zelfstandig en zelfredzaam te zijn. Maar dit is niet voor alle ouderen weggelegd, legt de Amsterdamse Adviesraad in zijn evaluatie 2012-2014 uit: 'roze' ouderen bijvoorbeeld kunnen veelal niet terugvallen op kinderen en Chinese ouderen die vaak weinig Nederlands spreken zijn aangewezen op de schaarse Chinese vrijwilligers. Tijdens de conferentie op 6 oktober in Zuidoost wijst een afgevaardigde van de Turkse migrantenorganisatie HTIB er bovendien op dat de eerste generatie gastarbeiders, en de migranten die op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen een AOW- en een pensioengat hebben. Armoede is een groot probleem onder deze ouderen blijkt aan het eind van de ochtend. Wat kan Amsterdam daaraan doen, is de vraag uit de zaal?

Bijzondere bijstand
Wethouder Eric van der Burg, die een toelichting geeft op het netwerk Age friendly cities, is bekend met het gegeven. De Surinaamse groep is de grootste groep in Amsterdam die hiermee te maken heeft, daarna volgen de Turkse en Marokkaanse groep, preciseert hij, maar: 'We mogen volgens de wet niet regulier de AOW aanvullen.' De wethouder verwijst deze ouderen naar de Bijzondere bijstand hoewel hij onderkent dat het beroep hierop wat haken en ogen heeft. Zo hebben ouderen hun trots en zien het doen van een beroep hierop als hun hand ophouden. Ten tweede krijgen ze te maken met regelingen en formulieren waar ze hun weg niet altijd in weten te vinden. Van der Burg: 'Maar het is een recht dat de oudere heeft. [....] Veel mensen maken geen gebruik van de regelingen die er zijn. Ze zijn onnodig arm. [....] De gemeente probeert op diverse plekken deze informatie te delen.' Er blijft bovendien geld liggen omdat ouderen te vaak denken dat ze er geen recht op hebben.

Dè oudere?
Hoewel Age friendly cities niet alleen over ouderen gaat, zet Amsterdam wanneer het gaat om ouderen in op voorlichting, participatie en het bereik van alle ouderen, licht Van der Burg toe. Te vaak wordt vooral de hoogopgeleide, goed participerende, meer bemiddelde, blanke oudere bereikt. Dè oudere bestaat bovendien niet. Voor de een is zelfstandig wonen nog mogelijk als hij 80 jaar is, voor de ander is dat al onmogelijk als hij 55 jaar is. Het maakt verder uit in welk stadsdeel de oudere woont. Ouderen die in Amsterdam-Zuid wonen zijn veelal hoogopgeleid en bemiddeld, zij zullen beter hun zorg kunnen organiseren dan de oudere die in Nieuw-West woont. De grote aandacht voor het goed voorlichten van ouderen is mede ingegeven door de transitie, de decentralisatie en de bezuinigingen waarmee de gemeente Amsterdam te maken heeft gekregen, verklaart de wethouder.

Woningbouw
Van der Burg geeft een inkijkje in de onderwerpen waarmee de gemeente Amsterdam zich buigt wanneer het gaat over ouderen. De groei en vergrijzing van Amsterdam hebben invloed op de woningbouw. Wat gebeurt er met vrijkomende gebouwen door bijvoorbeeld de sluiting van bejaardenhuizen? Wordt de ruimte voor studenten- of ouderenwoningen gebruikt? Zuidoost heeft wat dat betreft een voorsprong op het centrum waar rekening gehouden moet worden met monumenten. Toch vormt de nieuwbouw een zorg voor Amsterdam. Van der Burg: 'Je wilt oud worden, blijven op de plek waar je altijd gewoond hebt, daar schort het aan.' Het openbaar vervoer in Zuidoost is voor ouderen in dat verband een aandachtspunt. 'Onze bussen zijn niet altijd oudervriendelijk. Dit geldt ook voor de bushaltes. Bij nieuwe plannen proberen we daarmee rekening te houden.'

okt-hoedje
Zelf het leven bepalen
In diverse werkgroepen gaan de aanwezigen dieper in op de diverse aspecten van het ouder worden. De deelnemers aan de workshop 'Deelname maatschappelijk en sociaal leven' is heel divers en bestaat uit o.a. een Surinaamse dame van het multiculturele ouderencentrum Hudsonhof in Amsterdam-West, transgender Nick de Boer van de Roze Poort, Erik van Geijn, voorzitter van de protestants-christelijke ouderenbond, educatiemedewerkers van het FOAM-OBA ouderen- en jongerenfotoproject, een GGZ-projectleider uit Amsterdam-Oost. Van Geijn: 'Ouderen willen niet proeven van de taart van de ambtenaren, maar willen de taart zelf bakken. Zelf hun leven kunnen bepalen.' De GGZ-projectleider, die lesbisch is en niet met haar naam genoemd wil worden: 'Ik ben alleengaand. Ik ben nu al bezig om te organiseren dat ik niet in een bejaardenhuis terechtkomt. Sommige ouderen durven niet voor hun homoseksualiteit uit te komen omdat ze bang zijn gepest te worden.' Waar het uiteindelijk om draait volgens haar is 'een inclusieve samenleving waar ouderen van waarde zijn' want ook in Zuidoost is er discriminatie jegens homoseksuelen.

Keuzevrijheid
Wat kunnen we doen om een betere oudervriendelijke stad te krijgen, is de centrale vraag van de bijeenkomst. De verschillende werkgroepen komen in de plenaire zitting met uiteenlopende voorstellen. Er moet aandacht komen voor de sociale interactie tussen jongeren en ouderen zodat het veiligheidsgevoel en de onderlinge solidariteit verbeteren. Er moet meer ruimte komen voor maatwerk: wat heeft de oudere specifiek nodig? Geef ruimte aan verschil: subgroepen mogen blijven bestaan. Het beleid zou niet van bovenaf op de oudere gedropt moeten worden, maar in overleg met ouderen. Een van de werkgroepen is ervan overtuigd dat het idee van zelfstandig wonen vooral vanuit een bezuinigingsoverweging is ingebracht en niet vanuit de behoefte van de oudere. De gemeentelijke informatie moet toegankelijker, ook voor laaggeletterden en de digitalisering van die informatie graag op een laag pitje!

Waar veel migrantenouderen tegenaan lopen is dat als ze een bijstandsuitkering hebben ze geen familie in huis mogen hebben want dan krijgen ze een strafkorting. Zou deze harde wetgeving niet wat humaner ingevuld kunnen worden? Er is een pleidooi voor minder bureaucratie en voor een casemanager voor ouderen die besluiten kan nemen. Ten slotte wordt er een lans gebroken voor de keuzevrijheid van de oudere want: 'Er wordt steeds meer voor je bepaald, waar je woont, hoe je moet leven.'
 

 

« terug