Ouderen gamen meer dan jongeren!

16 juni 2016

juni16-cbs

Twee opvallende cijfers uit het CBS-onderzoek 'Internet; toegang, gebruik en faciliteiten': 50% van de 75-plussers internetten en ouderen gamen meer dan jongeren. Maar constateert onderzoeker Alexander van Deursen: ook op internet neemt de sociale ongelijkheid toe wat mensen die traditioneel al worden benadeeld op een nog grotere achterstand zet. Ouderen vallen onder deze groep.

Bijna 1,2 miljoen personen hadden in 2015 nog nooit internet gebruikt, ofwel 8 procent van de personen van 12 jaar of ouder. Vooral ouderen zijn niet actief op internet, maar dit verandert wel. Dat blijkt uit het CBS-onderzoek 'Internet; toegang, gebruik en faciliteiten'. Vooral bij de 75-plussers zijn er in 2015 nog veel niet-internetgebruikers: 50%. Van de ouderen tussen 65-74 jaar gebruikt 15.3% geen internet. Vier op de tien 75-plussers hebben thuis geen internet. Twee op de tien mensen die thuis geen toegang hebben tot het web gebruiken buitenshuis wel eens internet. Ook op dit vlak blijven ouderen achter.

Onder de 75-plussers zijn het vaker vrouwen die geen internet gebruiken dan mannen. In 2015 ging het om 3 op de 10 vrouwen en bijna 3 op de 10 mannen van 75 jaar of ouder. Ouderen zijn bovendien vaker laag opgeleid. Mede hierdoor zijn laagopgeleiden oververtegenwoordigd bij de niet-internetters. Ook in de andere leeftijdscategorieŽn zijn veel mensen die niet op het web surfen laagopgeleid.

Gaming-apps
Een opvallend cijfer: jongeren tussen de 12 en 25 deden in 2014 even vaak aan internetbankieren als 75-plussers; van hen bankieren zeven op de tien internetgebruikers online. Het lagere percentage telebankieren onder jongeren ligt vooral aan de groep 12- tot 15-jarigen. Deze groep heeft waarschijnlijk nog weinig van doen met bankzaken.

Ouderen gebruiken echter weinig sociale media in vergelijk met jongeren. Wanneer het gaat om sms'en: 33% van 65- tot 74-jarigen, 17% van 75 jaar of ouder (vergelijk 94% van de jongeren tussen de 12 en 25 jaar). Facebook en twitter: resp 30 en 17%. Het plaatsen van berichten: resp. 11 en 3% (vergelijk 42% van de jongeren tussen 12 en 25 jaar).gaming-apps

Ouderen besteden wel veel tijd aan gaming-apps. Sterker nog, in uren besteden zij veel meer van hun tijd op een mobiel device aan gaming dan jongeren. Dat jongeren toch meer uren op een mobiel device doorbrengen komt door hun gebruik van apps als Whatsapp en Facebook. Maar waar bijna de helft van de jongeren tot 25 jaar via internet belt, is dit onder internettende 75-plussers 16%. Van de internetgebruikers tussen de 65 en 75 jaar doet bijna een kwart aan internetbellen.

Digitale ongelijkheid
Het laatste hoofdstuk in het CBS-onderzoek gaat over digital vaardigheden en is geschreven door Alexander van Deursen. Hij stelt dat recente onderzoeken laten zien dat de verschillen in bezit, vaardigheden en gebruik van internet invloed hebben op het in meer of mindere mate profiteren van internetgebruik. Het leidt tot sociale ongelijkheid. Bij deze verschillen is er geen sprake meer van een harde tweedeling. Van Deursen spreekt daarom liever van een 'digitale ongelijkheid' dan van een 'digitale kloof'. Bezit, vaardigheid en gebruik van internet kan leiden tot bepaalde voordelen, zowel op economisch, sociaal, cultureel als persoonlijk vlak. Wetenschappers hebben tot nog toe weinig onderzoek gedaan naar de concrete effecten van internetgebruik, terwijl, zo schrijft Van Deursen, het in het debat rond digitale ongelijkheid draait om de vraag: Wie profiteert er nu het meest? Wat al duidelijk is dat factoren die offline een rol spelen bij sociale ongelijkheid, ook online een rol spelen: geslacht, leeftijd, opleiding en inkomen. 'In discussies over sociale ongelijkheid wordt de rol van digitale technologieŽn echter dikwijls over het hoofd gezien.'

Computervaardigheden
In 2014 had 26% van de Nederlandse computergebruikers veel computervaardigheden. 22% had weinig vaardigheden en 15% had geen vaardigheden. Van de computergebruikers van 75 jaar of ouder had 2% veel computervaardigheden. Drie op de tien hadden weinig vaardigheden en meer dan de helft had geen vaardigheden. Bijna 1 op de 5 internetters van 75 jaar of ouder had geen vaardigheden op het web. Ruim 7 op de 10 hadden weinig vaardigheden en 7% beschikte over doorsnee internetvaardigheden.

Hoe digitaal vaardig iemand is, werd onderzocht met een praktijktoets waarbij 6 typen  vaardigheden zijn onderzocht: (1) operationeel (knoppenkennis), (2) formeel, (3)informatie, (4) communicatie, (5) contentcreatie en (6) strategisch. Operationele en formele vaardigheden bleken het minst problematisch, terwijl informatie- en strategische vaardigheden door een groot deel van de proefpersonen niet voldoende werd beheerst.

Voordeel ouderen
Naast opleidingsniveau speelde leeftijd een belangrijke rol. Jongeren presteren veel beter op operationele en formele vaardigheden dan ouderen. Maar, het niveau van de informatie- en strategische vaardigheden bij jongeren blijft achter terwijl deze vaardigheden bij ouderen beter zijn. Dit effect valt echter weg door gebrekkige juni-redengeeninternetoperationele en formele vaardigheden. Met andere woorden: als je geen knoppenkennis hebt, kun je ook niet je informatievaardigheden in de praktijk brengen.
Het resultaat toont tegelijk aan dat een tekort aan vaardigheden niet is opgelost wanneer de huidige oudere generatie niet meer bestaat. Bovendien draagt meer internetervaring nauwelijks bij aan het vaardigheidsniveau, met uitzondering van operationele internetvaardigheden.

Hulp in informele sfeer
Tot slot laat recent onderzoek zien dat juist diegenen die hulp het hardst nodig hebben, de minste toegang hebben tot hulp. Zij kunnen zich dikwijls maar tot ťťn meestal informele bron richten. Deze hulp is vaak te weinig en biedt slechts een kortetermijnoplossing. Het is opvallend dat vrouwen, ouderen en laagopgeleiden vooral hulp zoeken in de informele sfeer, terwijl werkenden en hoger opgeleiden zich vooral richten op formele bronnen, meestal op het werk. Hoger opgeleiden hebben relatief vaak al een internettraining gevolgd, terwijl lager en middelbaar opgeleiden hiervan juist het meeste profijt zouden hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

« terug