Ouderen in de Wijk is voor het ministerie een belangrijk experiment

13 december 2016

tvvbijgesneden
Ton van Vlimmeren is voorzitter van de stuurgroep Ouderen in de Wijk en de aanvrager van het project namens de vier bibliotheken. In zeven vragen blikt hij terug op 2016 en geeft een voorschot op 2017: de uitdagingen, de omslag in manier van werken, de relatie met het welzijnswerk en het bereiken van de juiste doelgroep komen aan de orde.

1. Wat waren de uitdagingen van het project Ouderen in de Wijk afgelopen jaar?
'Een grote uitdaging was zicht te krijgen op wat in de verschillende steden speelde. Veel partijen bleken al bezig te zijn voor ouderen en soms met dezelfde doelstelling als die wij hebben. Wij wilden met deze partijen echter samenwerken, niet concurreren. Dan moet je weten wie waar en hoe actief is. Dat heeft de nodige moeite gekost. Een tweede punt was: Hoe kunnen wij de doelgroep, ouderen in een isolement, die maatschappelijk niet actief zijn, goed bereiken? Dat is lastig. Wat zijn de manieren en vindplaatsen om deze groep te bereiken? Een volgend punt was: als bibliotheek zijn we gewend dat mensen naar ons toekomen en nu moest de bibliotheek de boer op, outreachend werken en dat was een omslag. Tot slot: het heeft wat tijd geduurd om het project organisatorisch op orde te krijgen. De spelregels uit bijvoorbeeld Brussel waren niet altijd meteen duidelijk. Bijvoorbeeld: Welke samenwerking of activiteit was wel, welke niet subsidiabel? Wij konden geen risico hierin lopen vanwege de financiŽle verantwoording.'

2. Waarom kostte die samenwerking met de partijen in de wijk moeite?
'In het begin werden we door instellingen kritisch bekeken. En dat begrijp ik ook. Ze vroegen zich af: "Wat komen die bibliotheken nu hier doen? Laat ons nou." Het kostte tijd om te laten zien dat wij serieus zijn op dit onderwerp en willen samenwerken. Wat je nu ziet is dat in de verschillende steden die samenwerking ontstaat afhankelijk van wat er in die wijk al is. Dit project voorziet in een behoefte, omdat geen van de partijen precies weet hoe je bij deze specifieke, moeilijke doelgroep binnenkomt.'

3. De bibliotheek die outreachend gaat werken. Hoe maak je die omslag?
'Van oudsher is de bibliotheek gewend om mensen te helpen. Het eeuwboek dat gemaakt werd toen de Bibliotheek Utrecht honderd jaar bestond, heette ook "Een machtig middel tot volksverheffing". Die doelstelling om mensen te helpen zich te handhaven in de samenleving geldt nog steeds. Wij hebben dit lang gedaan door vooral drukwerk, boeken uit te lenen. Eigenlijk gaan we nu een beetje terug naar wat wij oorspronkelijk waren. Alleen betekent dit voor de medewerkers dat waar ze gewend waren in de bibliotheek te staan en mensen naar hen toekwamen met vragen, dat ze nu zelf op pad moeten bij zelforganisaties, in het koffiehuis, in het gezondheidscentrum om te zien hoe de doelgroep in elkaar steekt. Maar ook dat ze actief gaan bezoeken, gaan aanbellen en een gesprek met mensen gaan voeren. Daar zijn de medewerkers voor getraind. Dat is de eerste keer best eng, maar het is hoe in de bibliotheek in deze tijd gewerkt moet worden.'

4. Neemt de bibliotheek nu niet een taak over van het welzijnswerk?
'We hebben in Nederland de wereld in kokers verdeeld. Dit is bibliotheekwerk, dit is welzijnswerk, dit is werk van de Kamer van Koophandel. Als je kijkt naar bibliotheken in andere landen dan hebben ze vaak een bredere functie waarin al die genoemde onderdelen en meer inzit. Wij gaan niet overdoen wat het welzijnswerk al doet. Het heeft een deel van de ouderen bereikt, maar een deel zal ook nooit een voet over de drempel zetten. De bibliotheek heeft een ander imago en is een laagdrempelige, betrouwbare plek. Wij kunnen, denk ik, andere ouderen bereiken en als we samenwerken meer doen, dingen die nog niet gebeuren. Het is wel zo dat door al de bezuinigingen die er de laatste jaren in het welzijn geweest zijn in het kader van o.a. de participatiesamenleving, er meer ruimte is ontstaan voor de bibliotheek dan in het verleden. Als het maatschappelijk werk, het ouderenwerk, het onderwijsopbouwwerk etc. nog in stand gehouden was, dan was het wellicht een ander verhaal. Maar een heleboel daarvan is verdwenen.'
dec-oidw5. Ouderen in de Wijk loopt van 2016-2020. In die periode wil het project 5000 bereiken. Voor 2016 staat de teller pas op 325 geregistreerde ouderen.
'Ik vind dat niet erg. Wij doen iets nieuws en iets moeilijks. Ik vind het van belang dat we de tijd hebben genomen en nemen om te kijken hoe we dit gaan aanpakken. Wij moeten kijken of de methodiek die ingezet wordt, klopt en leidt naar de goede doelgroep. We zitten nu in de fase dat wij dat samen met de partners dit goed beginnen te ontdekken. In de jaren die komen kunnen we de aantallen dan ook werkelijk halen. Maar we moeten met die 5000 ook resultaten boeken. Het project is in mijn ogen pas geslaagd als wij niet alleen 5000 ouderen hebben bereikt, maar dat ook een overgroot deel daarvan zegt: "Mijn leven is een stukje beter gemaakt. Ik kan nu meer of heb nu meer dan ik daar voor had.'

6. Wat valt u op aan de diverse activiteiten in de vier bibliotheken?
'We zijn op zoek naar manieren om de ouderen te bereiken. De ene keer gebeurt het via een computercursus, de andere keer door een gezondheidsvoorlichting; er zijn verschillende noemers waaronder ouderen georganiseerd kunnen worden. Dat vind ik mooi in de verschillende projecten. Het vormt een aanleiding om met de ouderen in gesprek te komen. Je kunt dan een vertrouwensband opbouwen en daarna kun je ook andere vragen stellen. Want je kunt niet zomaar bij iemand binnenstappen en zeggen: 'We komen u redden!"
In "het zegelboekje" wordende ontwikkelingen van de oudere bijgehouden en kun je zien welke stappen de oudere gezet heeft. Je kijkt naar de behoefte van de oudere, gaat het om digitale vaardigheden of isolement etc. Het is maatwerk. Wat spannend is, is om de ouderen zo ver te krijgen dat ze ook aan iets willen werken.
Maar ouderen hebben ook kwaliteiten. Daar hebben we te weinig oog voor. Er moeten meer intergenerationele samenwerkingen ontstaan. Je hebt nu jongeren die ouderen helpen bij het ontwikkelen van hun digivaardigheden. Maar ouderen kunnen ook goede mentoren zijn voor jongeren die moeilijkheden hebben op school bijvoorbeeld. Ouderen hebben verhalen te vertellen. We moeten vormen zoeken om dit te faciliteren.'

7. Wat zijn de plannen voor 2017?
'We gaan vol gas op het project. Het aantal activiteiten en samenwerkingspartners zal uitbreiden. Volgend jaar gaan we meer ouderen bereiken. Wij gaan kritisch kijken of we de juiste doelgroep aan het bereiken zijn. Wij gaan nieuwe vindplaatsen opsporen bij bijvoorbeeld gezondheidscentra, de apotheek, de verpleegkundige. Zij kunnen ook signaleren. We willen iets dichter naar de doelgroep toeschuiven. We gaan kijken of de omslag van het bereiken naar het activeren van de groep goed lukt. We hopen dat na een jaar de ouderen activiteiten hebben gedaan en meer zelfredzaam zijn geworden. We gaan ontdekken of dit ook zo werkt. De projectleiders zullen in studiedagen verder aan de methodiek werken om de oudere te bereiken en met ze in gesprek te komen. Armoede heeft bijvoorbeeld ook een grote invloed op mensen. Hoe vind je de juiste toon van praten?
We zijn verder in gesprek met de Universiteit Utrecht om de evaluatie van het project beter voor elkaar te krijgen. Dit kan aan de hand van diverse meetinstrumenten. Leidt het project tot een verbetering van de kwaliteit van leven van de oudere?

'Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris kijken met grote belangstelling naar dit project. Het is voor hen een belangrijk experiment. Wij hebben deze kans gekregen, maar het schept ook de verplichting om wat we oogsten te delen met andere steden zodat zij daar ook profijt van hebben. Dat is naar de toekomst toe heel belangrijk. Kwetsbare ouderen bevinden zich ook buiten de vier grote steden en de projectwijken.'

Foto's - Mira Media

« terug