Versnellingsplan geeft Ouderen in de Wijk extra impuls

10 oktober 2017

17okt-algemeenoidw
De vier grootstedelijke bibliotheken en Mira Media hebben deze zomer een versnellingsplan voor Ouderen in de Wijk opgesteld. Het plan geeft het project een boost en komt tegemoet aan de knelpunten die gaandeweg in het project naar voren kwamen. Ouderen in de Wijk wordt in meer wijken uitgerold, er wordt meer personeel aangetrokken en de vindplaatsen en de registratie van de ouderen krijgen extra aandacht. Martin Berendse, directeur OBA, en Theo Kemperman, directeur Bibliotheek Rotterdam, lichten (apart) het versnellingsplan toe.

Martin Berendse, directeur OBA, over de aanleiding voor het versnellingsplan: 'Wij hebben kritische financiers (ministerie en EU, mc) die elk jaar willen kijken of wij onze beloftes waarmaken. Bij een tussentijdse evaluatie is geconstateerd dat wij de doelstellingen voor dit jaar nog niet halen. Wij hebben er vertrouwen erin dat dit uiteindelijk wel gaat lukken, maar het gaat te langzaam.'

Theo Kemperman, directeur Bibliotheek Rotterdam, ziet het versnellingsplan als een logisch gevolg van de steeds nauwere samenwerking afgelopen tijd tussen de vier bibliotheken. In het begin van het project zochten de vier bibliotheken meer individueel hun weg. 'Het versnellingsplan is bedoeld om onze slagkracht te vergroten, onder meer door de klokken gelijk te zetten wanneer het gaat om de doelen en de processen.' Het uitrollen van Ouderen in de Wijk (OidW) naar andere wijken gebeurt nu gelijktijdig in de vier steden. In Rotterdam wordt OidW naast de wijk Feijenoord nu ook uitgerold in Delfshaven en IJsselmonde. In Den Haag worden de pijlen niet alleen op Escamp maar ook op de wijk Segbroek gericht. In Utrecht worden de twee wijken uitgebreid met Hoograven en Vleuten de Meern en Amsterdam gaat met de bibliotheek in Nieuw West van vier naar vijf locaties.

Zoekende start
Een knelpunt in het project was de tijd die de bibliotheken nodig hadden om uit te martinberendsevinden hoe ze Ouderen in de Wijk het beste konden aanpakken, vertelt Berendse: Moeten medewerkers de taken erbij gaan doen of is het een nieuwe manier van werken en moeten er nieuwe mensen aangetrokken worden? Wat is de rol van vrijwilligers? 'Elke bibliotheek ging daar op zijn eigen manier mee om. In Amsterdam deden aanvankelijk de medewerkers de taken erbij. We zijn tot de conclusie gekomen dat het uiteindelijk zo wel moet gaan worden, maar omdat het werk toch zo nieuw is, gaan we ook meer specialisten met projectervaring en meer kennis van de doelgroep aannemen.'
Berendse ziet de afgelopen tijd als volgt: 'In plaats van met een zwemband met wat administratieve loodjes om onze schoentjes, zijn we iets te snel in het diepe gesprongen, terwijl we nog moesten leren zwemmen. We moeten tijdelijk wat ervarene zwemmers erbij halen.' Het versnellingsplan voorziet in meer ondersteuning op de werkvloer voor alle bibliotheken. Bovendien komt er een centrale aansturing van het project op onderdelen als de registratie, de communicatie en de positionering van de bibliotheek.

Ook Bibliotheek Rotterdam moest ontdekken hoe zich te bewegen in het maatschappelijke en culturele veld in dit project. Rotterdam is wat later in het project gestapt, maar loopt nu gelijk op met het landelijke schema. Kemperman: 'We hebben in een recordtijd het voorbereidend werk gedaan, het netwerk verkend en waar nodig mee opgebouwd. Onze projectleider heeft met haar team en de medewerkers in de wijk veel tijd ge´nvesteerd in het opbouwen van relaties met de diverse organisaties, vrijwilligers en andere betrokkenen in de wijken.'

Registratie
Een ander knelpunt waarvoor het versnellingsplan een uitkomst wil bieden, is de registratie. Berendse: 'In Amsterdam hebben we zoveel ouderen ontmoet, maar we krijgen de registratie niet op orde. De subsidie-eisen zijn in dit project strenger. Behalve registratie, moeten we ook monitoren en exitgesprekken met ouderen voeren. Wij zijn niet gewend om dit te doen. En eerlijk gezegd, vinden we het ook niet leuk om te doen, en vragen we ons af: "Is het wel nodig? We moeten al zoveel doen".' Berendse steekt de hand ook in eigen boezem. 'Ik moet ook zeggen dat vanuit de directie de impact van de subsidievoorwaarden wat laat is gerealiseerd. We hebben de gevolgen hiervan op het werk van de medewerkers wat onderschat.' De problemen zaten niet zozeer in het project zelf, maar in de randvoorwaarden, denkt Berendse. De 'registratie en verantwoording' krijgt een aparte aansturing in het versnellingsplan.

Vindplaats ouderen
Een belangrijk aspect in Ouderen in de Wijk is het vinden van de kwetsbare ouderen. Het netwerk van je wijkpartner en platform is voor het bereiken van ouderen van cruciaal belang, heeft Bibliotheek Rotterdam ervaren. Kemperman: 'Het platform staat of valt met zijn inzetbaarheid. In sommige wijken bestaat er een infrastructuur van wijkorganisaties, in andere wijken is het netwerk minder hecht. Dat is dan een extra uitdaging.' Rotterdam heeft bovendien te maken met zeer heterogene wijken. 'Er zijn welvarende wijken met arme straten. De zelfredzaamheid en de kwaliteit van het sociale netwerk kunnen daarom erg verschillen binnen een wijk.' In sommige wijken uit de jaren 70 bijvoorbeeld zijn de kinderen veelal vertrokken en blijven ouderen achter. 'De sociale cohesie en het sociale netwerk zijn daar verdwenen.'
Dit heeft gevolgen voor de werving. Zeker wanneer het gaat om Rotterdammers met een migratieachtergrond, die een groot percentage uitmaken van Rotterdam. Behalve Marokkaanse, Turkse en Surinaamse ouderen, vormen bijvoorbeeld Kaapverdische ouderen een belangrijke, 'stille', groep in Rotterdam. 'Het gaat om mensen die heel veel hebben bjigedragen aan onze stad. Ook die groepen ouderen willen we echt bereiken.'

Positionering bibliotheek
Berendse in Amsterdam: 'We willen als het gaat om het bereiken van ouderen niet het wiel opnieuw uitvinden, maar gebruik maken van bestaande kanalen. Vindplaatsen zijn buurthuizen, maar ook onze vestigingen die veel bezoekers ontvangen. We willen gaan aansluiten op bestaande activiteiten zowel binnens- als buitenhuis. Het is nooit ons werk geweest om op mensen af te gaan, maar we zullen meer outreachend op ouderen af gaan stappen. Dat is een grote omslag.'

De OBA-directeur benadrukt de rol die de bibliotheek in de wijk kan spelen: 'Wij hebben wezenlijk wat bij te dragen aan de samenwerking met externe partners. Wij hebben de plekken in de wijk waar ouderen op laagdrempelige manier kunnen deelnemen aan activiteiten en aan een netwerk. Het is een plek waar dingen bij elkaar gebracht kunnen worden. Ouderen worden er gestimuleerd en uitgedaagd en kunnen er andere generaties ontmoeten.'
Het aanbod van de bibliotheek is geregeld anders dan die van een buurthuis, ziet Berendse. 'Wij kiezen net een andere invalshoek voor onze activiteiten dan een welzijnsinstelling. Zoals Amsterdam vertelt dat jong en oud bijelkaar brengt via het opschrijven van elkaars verhalen en het maken van foto's van hun woonbuurt. Dat project doen we samen met Fotografiemuseum Foam. De ene activiteit is niet beter dan de andere maar het vult elkaar wel goed aan.'

Verduurzaming
De afspraken die zijn gemaakt met de partners in de wijk gaan gewoon door. De theokemperman(1)volgende fase in deze samenwerking is de opschaling naar de andere wijken met als aandachtspunt de handhaving van de kwaliteit, zegt Kemperman. De opschaling moet niet ten koste gaan van de eerder bereikte ouderen. 'Het verduurzamen van de relatie met de ouderen is belangrijk. Het is de bedoeling dat na de "exit-gesprekken" de ouderen blijvend gebruik maken van de faciliteiten in de wijk. Voorkomen moet worden dat ze terugvallen in oude patronen en (weer) vereenzamen.' Dit hangt af van een aansprekend aanbod wat maakt dat de oudere zich verbonden voelt en terugkomt. Dit kan alleen bewerkstelligd worden door intensieve samenwerking met de partners in de wijk en een goede structuur in de wijk, aldus de directeur. 'Wij moeten als bibliotheek de verbindingen leggen en met de juiste mix aan diensten en producten de organisaties en de ouderen aan het project binden.'

De stip aan de horizon is voor Kemperman het duurzaam tegengaan en voorkomen van eenzaamheid bij ouderen. 'De ouderen worden na een jaar losgekoppeld van het programma. We werken eraan dat de ouderen dan voldoende verrijkt zijn met de activiteiten en diensten in de wijk. Dat ze blijvend hun weg weten te vinden naar de op hen gerichte faciliteiten in de wijk.' 

« terug