Voor Mekaar bestrijdt eenzaamheid onder ouderen

24 juni 2016

juni-voormekaar

Drie jaar geleden werd in een huis in de Rotterdamse Jan Porcellistraat het lichaam gevonden van een 74-jarige vrouw dat daar al tien jaar bleek te liggen. Dat nooit meer, dacht de gemeente Rotterdam. De gemeente wilde meer grip krijgen op eenzame ouderen. Het programma Voor Mekaar ontstond. Geen vrijblijvend programma, maar een met een target: gedurende de collegeperiode (2014-2018) moet de eenzaamheid met 5% punt afgenomen zijn: van 29% tot 24%. 21 accentwijken zijn aangewezen, waaronder Feijenoord, de wijk waar ook Ouderen in de Wijk actief zal zijn. In deze wijken voelt circa 29% van de ouderen zich eenzaam.

Uit onderzoek van de GGD Rotterdam-Rijnmond blijkt dat 56% van de Rotterdamse 65-plussers zich matig tot zeer ernstig eenzaam voelt. Een op de vier ouderen heeft zelfs niemand om op terug te vallen waardoor deze groep in een sociaal isolement raakt. Karel Haga, programma-adviseur Voor Mekaar: 'Iemand die geen sociaal netwerk heeft, heeft vaak ook een slechtere gezondheid en zal meer een beroep doen op bijvoorbeeld Wmo en zorg. Dit zijn zaken die goed zijn om voor de gemeente te weten.'

Eenzaamheid blijkt overigens een subjectief begrip. Maria Lunardo, projectleider huisbezoek in Feijenoord: 'In een volle kamer kun je je ook eenzaam voelen.' Om dit te ondervangen wordt een vragenlijst gehanteerd gebaseerd op onderzoek van professor De Jong Gierveld dat inzicht geeft in de situatie van een oudere. Wanneer drie aspecten op de oudere van toepassing blijkt, dan is er sprake van eenzaamheid. Het is een handig instrument voor professionals en vrijwilligers die het huisbezoek afleggen. Over dit laatste later meer.

Publiekscampagne
50% eenzaamhheid onder  ouderen is een percentage dat de gemeente niet alleen kan oplossen, zegt Haga. Met een publiekscampagne met als insteek 'je moet er voor elkaar zijn' wordt de aandacht van de Rotterdammers gevraagd voor het signaleren van eenzaamheid in hun buurt. De campagne biedt tegelijk handelingsperspectief voor buren en vrijwilligers om zich in te zetten voor een buurtgenoot. 15% van de Rotterdammers blijkt ook iets te willen doen voor anderen, vertelt Haga verrast. 'Het probleem van eenzaamheid wordt breed ervaren bij de professionals', ziet hij. In de Coalitie Erbij Rotterdam werken bijvoorbeeld zestig kleine en grote organisaties samen om de kennis over het onderwerp te delen en activiteiten te organiseren. Verder krijgen alle Rotterdammers die in de projectperiode van Voor Mekaar de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, een gedrukt 65+-magazine thuis gestuurd. 'Dat zijn de ouderen die met een klein steuntje in de rug, zoals deze gids, misschien nog actiever worden. Het is bovendien de groep waarvan wij verwachten dat zij veel voor elkaar en de buurt kunnen betekenen.'

Huisbezoek
Op wijkniveau vinden er onder de 75-plussers jaarlijks huisbezoeken plaats: een belangrijk onderdeel van Voor Mekaar. Getrainde vrijwilligers leggen het huisbezoek af. Ze komen binnen met de vraag: Hoe gaat het met u? Niet iedere ouder zal namelijk willen toegeven dat hij of zij eenzaam is. Haga: 'De vragen zijn dan ook in eerste instantie gericht op praktische dienstverlening. Van daaruit kijken de vrijwilligers waar de oudere zich op dat moment (geestelijk en fysiek) bevindt. De vrijwilliger hoeft niet op te lossen, maar signaleert. Verder wordt gekeken wat de behoefte is van de oudere en vindt er, indien nodig, een vervolgactie plaats door de juni-wijkgidsrdamprofessional.' Van de 21 accentgebieden is een wijkgids gemaakt waarmee stedelijke ondersteuning en activiteiten in de buurt in kaart is gebracht en dat bij het huisbezoek aan de bewoner wordt gegeven. Haga: 'Een flink deel van de 75-plussers is  niet digivaardig en stelt een wijkgids erg op prijs. '

Opvallend is overigens dat 40% van de vrijwilligers onder de 50- tot 70-jarigen te vinden is. Ze helpen elkaar eigenlijk. Onder de vrijwilligers die de huisbezoeken doen, bevinden zich uiteenlopende mensen, vertelt Lunardo: van ex-docenten tot langdurige werkzoekenden die op deze manier ook hun dagen weer ingevuld zien.

Maar hoe bereik je mensen die niet zichtbaar zijn? Voor Mekaar werkt hiervoor aan een digitaal signaleringssysteem, vertelt Haga. Woningcorporaties of water- en energiebedrijven zijn vaak de enige die zicht hebben op woningen waar de deur niet wordt opengedaan of op betalingsachterstanden. Deze signalen moeten in dit digitale systeem opgenomen worden zodat het wijkteam actie kan ondernemen.

Feijenoord
Feijenoord is een van de 'accentwijken' waar de huisbezoeken plaatsvinden. Lunardo: 'Feijenoord is een wijk die lang in een achterstandssituatie heeft verkeerd, maar nu langzaam omhoog aan het krabbelen is door de instroom van jonge gezinnen en hoogopgeleiden.' In Feijenoord wonen niet veel ouderen: 308 75-plussers waarvan circa 70% autochtoon. Lunardo: 'Ze wonen al heel lang in Feijenoord. Een deel herkent zich niet meer in hun wijk. Ze hebben nieuwe buren gekregen, waar ze vaak letterlijk niet mee kunnen praten omdat diegene een andere taal spreekt.'
In Feijenoord wonen ook veel Turkse Rotterdammers. 'Het is een groep ouderen die er aan zit te komen. Bij de huidige groep oudere Turken is er echter geen sprake van sociaal isolement. Hun kinderen en kleinkinderen komen vaak langs. Toch toont onderzoek aan dat onder deze groep oudere Turken veel gevoelens van eenzaamheid leven. Ze zijn gewend om meer als een gemeenschap te leven. Dan is bijvoorbeeld twee of drie keer per week bezoek van de kinderen weinig voor hen. In vergelijk met de meeste autochtone ouderen is dit echter veel.' Haga: 'Of je je eenzaam voelt, hangt ook af van je referentiekader. We hebben overleg met de moskee of zij een rol kunnen spelen. De Turkse gemeenschap bespreekt deze zaken meestal binnen de eigen groep.'

Tweesporenbeleid
Lunardo volgt een tweesporenbeleid wanneer het gaat om het huisbezoek. Het eerste spoor is: ouderen blijven langer thuis wonen. 'Door het huisbezoek kunnen we signaleren of dat nog goed gaat. In Hillesluis hebben we zeven ouderen ontmoet die in een sociaal isolement leven. We hebben ook iemand van 92 jaar ontmoet die geen zin meer heeft om nieuwe relaties aan te gaan en nog weinig wil. Dat moet je respecteren. Maar voor het wijkteam is het goed te weten dat er zo'n persoon in de wijk leeft zodat het de vinger aan de pols kan houden.' Soms leiden de huisbezoeken tot onverwachte matches. Zo bezocht een studente een oudere dame. Het klikte, vertelt Lunardo: zij zocht een 'surrogaat-oma' en de oudere dame had behoefte aan meer contact.
Het tweede spoor hangt samen met het idee dat 'eenzaamheid' in principe geen overheidsonderwerp is. Lunardo: 'Wij proberen het bewustzijn over eenzaamheid te vergroten en proberen mensen naar elkaar te laten omkijken. Dit is een proces dat tijd kost.'

Overdracht
'Het idee in Voor Mekaar is om zowel individueel als collectief aan de slag te gaan', licht Haga het programma nader toe. 'Wij komen in de wijk en zoeken contact met wijkorganisaties, kijken welke andere organisaties er zijn zoals een moskee. Wie zijn de actieve mensen in de wijk? Dan organiseren wij een wijkbijeenkomst om deze organisaties en mensen bijelkaar te brengen. De volgende stap is dat vrijwilligers huisbezoeken gaan afleggen.Wij sluiten het traject af met een wijknetwerkbijeenkomst waarin wij de resultaten van de huisbezoeken delen met de professionals.' Aan de hand van de vragenformulieren zijn onder meer de behoeftes in kaart gebracht waarmee de professional aan de slag kan gaan. De verkregen gegevens mogen overigens alleen voor dit doel gebruikt worden. De overdracht is wezenlijk in Voor Mekaar. De welzijnsinstellingen worden op deze manier namelijk ook 'eigenaar' van het ondewerp. Dit bereikt de gemeente verder door de welzijninstellingen als (aanbestedings)opdracht mee te geven dat ze 40.000 75-plus huisbezoeken doen. Haga: 'We willen door deze overdracht borgen dat eenzaamheid een blijvend aandachtspunt is. Wij faciliteren dit proces via het geven van adressen, informatie, folders etc. Zo proberen wij het onderwerp in het reguliere werk in te bedden.'

Versterking
De beide ambtenaren zien zeker aanknopingspunten met het project Ouderen in de Wijk. De bibliotheek heeft onlangs voor het eerst haar deuren vrijdagochtend geopend voor ouderen om daar activiteiten te houden. Dit kan leiden tot andere ontwikkelingen voor deze groep, denkt Lunardo. De bibliotheek is bovendien een plek waar veel ouderen komen.'Wat ik mooi vind aan het project is dat het uitgaat van de behoefte van de ouderen. Er worden niet zomaar activiteiten aangeboden. Het contact met de ouderen verloopt stapgsgewijs.' Ze denkt niet dat Voor Mekaar en Ouderen in de Wijk elkaar zullen overlappen. 'Het gaat om aanvulling. Ik heb begrepen dat de bibliotheek bijvoorbeeld haar rol wil pakken in de informatieuitwisseling.' Haga: 'Binnenkort vinden er op het stadhuis gesprekken plaats over hoe op zowel programmatisch als op uitvoerend niveau de beide projecten elkaar kunnen versterken.'

 

 

« terug