’Zorg' 2050: minder in de zorginstelling‚ meer thuis

28 maart 2017

robotgiraf1In 'De toekomst tegemoet' verkent het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de toekomst van Nederland tot 2050. Een van de belichte thema's is de zorg. Individuele vrijheid biedt meer maatwerk en eigen regie (en eigen verantwoordelijkheid), maar kan ook leiden tot nieuwe ongelijkheid en achterblijvers. Tegelijkertijd wordt de geÔnstitutionaliseerde ouderenzorg afgebouwd. Hoe gaan we als samenleving zorgen voor de miljoenen ouderen in de toekomst? 

Hoe ontwikkelt de vergrijzing zich? Hoe sterk stijgt het aandeel van migranten in de vergrijzende samenleving? Zullen er genoeg mantelzorgers en vrijwilligers zijn? Zullen zorgprofessionals in de toekomst betaalbaar zijn voor burgers? Dit zijn de vragen waarmee het domein 'zorg' te maken zal krijgen de komende decennia. Er zal een grote zorgvraag ontstaan dankzij de toename van de 'zorgbehoevende 75-plussers'. Daartegenover staat een kleiner wordende groep mantelzorgers, die zelf ouder en kwetsbaarder worden, en een kleiner wordende groep professionals, voor wie de loonkosten steeds hoger worden.
Oplossingen voor dit zorgtekort worden onder meer gezocht in de technologie, in een andere organisatie van de professionele zorg aan huis, in nieuwe woonzorgvormen, in burgerinitiatieven en in de flexibilisering van arbeid en zorgtaken. Al deze oplossingen stellen specifieke eisen aan de zorgvragers en niet alle zorgvragers zullen aan deze eisen kunnen voldoen. Vooral ouderen met minder sociale en technische vaardigheden lopen in de toekomst een groter risico om onvoldoende zorg te ontvangen volgens het SCP.

Een op de vier 65+
Naar verwachting zal in 2050 een op de vier inwoners 65 jaar of ouder zijn (nu is dat een op de zes). Het aantal 75-plussers zal in dat jaar meer dan verdubbeld zijn tot 3 miljoen personen, en nu al zijn de 100-plussers de snelst groeiende leeftijdsgroep. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (rivm) constateerde in 2014 o.a. het volgende ten aanzien van de toekomstverwachtingen voor de gezondheid:
Ė de sociaal-economische verschillen in gezondheid en levensverwachting blijven groot en worden mogelijk groter;
Ė het aantal mensen met een chronische ziekte neemt toe: van 5,3 miljoen in 2011 (32% van de bevolking) naar 7 miljoen in 2030 (40%).
De zorgbehoevende ouderen wonen vooral in krimpgebieden, terwijl de potentiŽle jonge zorgaanbieders naar de stad trekken. In 2010 waren er voor elke baan in de ouderenzorg gemiddeld 27 potentiŽle arbeidskrachten beschikbaar, maar dit zullen er in 2040 gemiddeld nog 14 zijn. Het is verder aannemelijk dat de trend van beperking van intramurale capaciteit in zorginstellingen wordt voortgezet. Hoe met de toekomstige zorgvragen om te gaan, is dan ook een thema van groot belang.

Babyboomers
De babyboomers die nu veel informele zorg verlenen, zullen waarschijnlijk tegen die tijd zelf de zorgvragers zijn. Hoewel velen hun zorgproblemen zelf zullen kunnen oplossen, zal ook een substantieel deel over een beperkt sociaal netwerk beschikken. Nu al heeft een op de vijf 65-plussers niemand in het sociale netwerk die informele hulp zou kunnen bieden. Aan het begin van 2050 zal bijvoorbeeld de grote geboortejaargang van 1964 85 jaar geworden zijn. De mantelzorgers en zorgvrijwilligers zullen dan te maken krijgen met complexe hulpvragen. Deze toekomstige generatie helpers zal dat waarschijnlijk wel in de context van nieuwe sociale verbanden doen. 'Zij zijn meer gewend om actief te werken aan het opbouwen van een netwerk met familie en vrienden dat bescherming en ondersteuning biedt bij beperkingen en tegenslagen' (Machielse 2015: 206). In 2050 zullen er inmiddels zo veel ouderen zijn dat het idee van de bevolkingsopbouw als piramide voorbij is.

Eenzaamheid en familie
Eenzaamheid blijft een belangrijk probleem in de toekomst, want met de vergrijzing zal ook het aantal eenzame Nederlanders toenemen. Eenzaamheid komt immers vaker voor onder ouderen. Door de toegenomen mobiliteit online en offline zijn familie, vrienden, collegaís en buren voor veel mensen gescheiden werelden gaan vormen. Voor nabije familie zou het omgekeerde kunnen gelden, zo suggereren studies. Een reden hiervoor kan zijn dat, juist als andere contacten flexibeler enmigranten-ouderen1vrijblijvender worden, directe familieleden waardevoller kunnen worden. Zowel kinderen als ouders zijn immers een relatief betrouwbare bron van sociale steun. Ook de behoefte aan hulp speelt een rol. De naoorlogse welvaartstijging maakte mensen onafhankelijker van elkaar, maar het tweeverdienerschap maakt ouders weer afhankelijk van omaís en opaís. De flexibilisering van arbeid zou deze afhankelijkheid nog kunnen versterken.

Mantelzorgrobot
Rond 2040 tekenen zich ernstige problemen af voor het bieden van zorg aan de grote aantallen ouderen en andere kwetsbare groepen, die in de voorgaande decennia zijn aangemoedigd om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Zijn deze problemen op te lossen? De hoop lijkt gevestigd op 5 ontwikkelingen: technologische vooruitgang, aanpassing van het zorgstelsel, nieuwe vormen van wonen en zorg, zelforganisatie van burgers, en flexibilisering van de arbeid. Een voorbeeld is de 'mantelzorgrobot' Giraf; hij combineert sociale interactie met het monitoren van activiteiten in huis en verzamelt data afkomstig van sensoren, die informatie zoals een val kunnen detecteren of bloeddruk kunnen meten. Veel ouderen kunnen met technologie overweg, maar er zijn ouderen die dat niet kunnen of willen. Ouderen die zich machteloos voelen of afwachtend zijn, hebben lagere verwachtingen van domotica en ict in huis dan de proactieve en zorgwensende ouderen.

'Zorgen' zal in de toekomst steeds meer 'zorgen voor thuiswonenden' betekenen. In de komende jaren krijgt een groot aantal gehandicapten, ouderen en mensen met psychische problemen met een lagere zorgindicatie geen toegang meer tot intramuraal verblijf. Een recent rapport over hospital at home verwacht dat naar schatting 46% van de huidige ziekenhuiszorg de komende tien jaar naar de huiselijke omgeving zal worden verplaatst. Er is bovendien een economische prikkel om de zorg (vanwege de hoge kosten) zo veel mogelijk naar minder dure zorgverleners, mantelzorgers en (zorg)vrijwilligers te verschuiven, waar nodig ondersteund door technologie. Veel van het werk dat bijvoorbeeld door de medisch specialist werd gedaan, is nu een taak van de huisarts, waarbij de patiŽnt ook zelf meer monitort.

Sociale netwerk
Het huidige beleid is gericht op een sterkere betrokkenheid van het sociale netwerk. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen laagcomplexe, hoogcomplexe en informele zorg. Het vraagt niet alleen om een andere toerusting van professionals, maar ook van burgers. Van burgers wordt gevraagd om meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen gezondheid en zorg, en voor de zorg voor elkaar. Veel mensen willen en kunnen dat, maar dat is niet voor iedereen haalbaar. Het van jongs af aan ontwikkelen van leer- en gezondheidsvaardigheden wordt daarbij cruciaal geacht.
Een andere kwestie is de afstemming van de hulp thuis, bij beroepskrachten onderling maar ook tussen beroepskrachten en informele helpers. Wie heeft de regie? Bij voorkeur is dat de cliŽnt of patiŽnt zelf, maar wie neemt de verantwoordelijkheid als deze daar niet (meer) toe in staat is? Dat kan een naaste zijn, of een casemanager of zorgcoŲrdinator. In hoeverre staat het belang van de hulpvrager dan nog steeds 1-toekomsttegemoet.jpgmediumvoorop?

Wie zullen goed worden geholpen en wie minder goed of helemaal niet? Onder welke voorwaarden zal zorg worden verleend? Welke implicaties zijn er voor de solidariteit in de zorg, de autonomie van de burger, de kwaliteit van de zorg en de kwaliteit van leven van zorgbehoevenden? Dit zijn en blijven belangrijke vraagstukken voor de toekomst van de zorg aldus het SCP-rapport. 'Actief ouder worden' is het mantra, maar niet iedere oudere is daar zo actief mee bezig. Er zullen daarin grote verschillen zijn voor wat betreft gender, etnische achtergrond, en sociale klasse.

Bron foto: Vodafone
Dit is een bewerkte tekst gebaseerd op het thema 'zorg' in het SCP-rapport 'De toekomst
tegemoet' (2016)
Zorgen-1.pdf [655 kB]
 

« terug