5 vragen over Digitaal Burgerschap

1 juni 2017

edklute1-cOp 8 juni a.s. organiseert 'Utrecht Zijn We Samen' samen met Platform Interculturele Mediawijsheid en Mira Media de themabijeenkomst 'Digitaal Burgerschap' in Utrecht. Maar wat is dat digitaal burgerschap? En waarom is het zo belangrijk, dat de gemeente Utrecht daar een bijeenkomst aan wijdt? Ed Klute van Mira Media geeft de antwoorden.

1. Wat is digitaal burgerschap?
'Digitaal burgerschap in het kader van onderwijs en opvoeding, is een onlosmakelijk onderdeel van democratisch burgerschap. Onze visie op digitaal burgerschap sluit naadloos aan op de notitie Burgerschapsvorming in het Utrechtse onderwijs en de uitgangspunten van de Vreedzame school/wijk. Digitaal burgerschap kan worden omschreven als de bereidheid en het vermogen van kinderen en jongeren om in de online omgeving actief en democratisch te participeren. Zij vergaren niet alleen kennis, maar zij leren ook vaardigheden en een houding ontwikkelen waardoor ze zowel off- als online actief deel van de maatschappij kunnen uitmaken. Democratie, participatie en identiteit zijn belangrijke elementen bij het formuleren van burgerschap, maar hebben ook een digitale component [1]. Burgerschap, en daarmee digitaal burgerschap, wordt hierdoor een bewegend begrip dat zich voegt naar de middelen en (technische) ontwikkelingen in de samenleving.'

2. Zijn de online en offlinewerelden gescheiden samenlevingen?
'Nee. De online en offline zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat online gebeurt, heeft invloed op wat gebeurt op het schoolplein, thuis en in de wijk. Cyberpesten, de online berichtgeving over aanslagen in Turkije of Groot-Brittannië, fake news, vlogs leiden tot discussies in de reële wereld; in de klas, tussen ouder en kind, bij professionals in de wijk. Jongeren willen online niets missen om maar bij de groep te kunnen blijven horen. De online communicatie van kinderen en jongeren kent geen vaste tijd. Door de “internetbubble” kunnen eigen waarheden ontstaan die hun effecten hebben op hoe mensen en groepen naar elkaar kijken. Radicalisering en polarisering kunnen daar het gevolg van zijn. Om hiermee om te gaan heb je burgerschapscompetenties nodig, digitale burgerschapscompetenties in het bijzonder. Op deze manier kun je ontwikkelingen in perspectief zien, met respect met elkaar blijven omgaan en kritisch informatie consumeren.’

3. Is iedereen klaar voor digitaal burgerschap?
'In onze mediatrajecten in de wijk ervaren we dat het gevoel van urgentie en bewustwording bij ouders en kinderen toeneemt. Het is vooral de groeiende media-aandacht voor het mediagebruik van kinderen en jongeren dat dit onderwerp tussen ouders en kinderen en tussen jongeren onderling bespreekbaar maakt. Ik heb echter het gevoel dat het belang van digitaal burgerschap en het bespreekbaar maken van online ontwikkelingen nog niet voldoende door opvoedprofessionals wordt onderkend. Vaak komt er bij hen pas aandacht wanneer er een probleem ontstaat op een school vanwege sexting, cyberpesten, een verdwijning van een jongere vanwege recruitment of een geval van grooming. Hoe maak je zoiets bespreekbaar en zorg je ervoor dat kinderen en jongeren ook online met respect met elkaar leren/blijven omgaan?

'Soms is er sprake van handelingsverlegenheid bij professionals om online ontwikkelingen bespreekbaar te maken. Onlangs heeft het kabinet daarom ook besloten tot het instellen van een hulplijn en een kennisplatform voor professionals. Het kabinet volgt hiermee het advies op uit een rapportage van Naima Azough onder meer dan honderd professionals over hoe zij met thema’s als polarisering en radicalisering omgaan.'
 jun17-dbinpraktijk
Bron: brochure Kennisnet Sociale veiligheid op school en internet 

4. Hoe kunnen we werken aan digitaal burgerschap?

'Digitale geletterdheid en burgerschapsvaardigheden zijn voorwaarden voor digitaal burgerschap. Kritische denkvaardigheden, informatievaardigheden, ICT-vaardigheden en digitaal burgerschapsvaardigheden raken, overlappen en beïnvloeden elkaar. Ontbreekt een van deze aspecten dan komt digitaal burgerschap niet tot stand. Mediawijsheid en mediaopvoeding zijn instrumenten om te komen tot digitaal burgerschap.
Digitaal burgerschap zou integraal onderdeel moeten worden van de lesprogramma’s van het onderwijs, terwijl andere instellingen die werken met kinderen en jongeren hier meer aandacht voor zouden moeten krijgen. We moeten er rekening mee houden dat de online omgeving zowel de school, de wijk en het gezin overstijgt en dat de afspraken met kinderen en jongeren over hun gedrag in en gebruik van de online omgeving eenduidig zijn. Dit vraagt om afstemming en samenwerking.

'Ook de methode van Vreedzaam is hierop gebaseerd en is daarom bij uitstek geschikt om aan de bestaande leerlijnen voor burgerschapsvorming, digitale componenten toe te voegen. Neem communicatie. Een doel van Vreedzaam is dat leerlingen belangrijke communicatieve vaardigheden leren, zoals duidelijk communiceren, goed luisteren, het zich verplaatsen in het gezichtspunt van de ander en verschil van mening kunnen overbruggen. Het digitale doel hiervan is dat leerlingen leren om deze vaardigheden ook online toe te passen: digitaal burgerschap.’

5. Wat is een misverstand over digitaal burgerschap?
'Over het algemeen gaan mensen ervan uit dat ze zelf digitaal vaardig zijn. Maar digitaal burgerschap gaat om meer dan het goed kunnen appen en/of werken met Excel en Wordprogramma’s. Het heeft net als met burgerschap te maken met kunnen open staan voor opvattingen van anderen en het kritisch kunnen beoordelen van informatie en je eigen mediagebruik. Maar dan online. De praktijk laat zien dat professionals zich nog onvoldoende bewust zijn van de impact van de online leefwereld op het gedrag van kinderen en jongeren offline. Als we digitaal burgerschap niet apart benoemen, dan kunnen we het ook niet bespreekbaar maken en binnen beleid een plek geven.
Ik pleit daarom voor een structurele inbedding van digitaal burgerschap in beleid van zowel school, jongerenwerk als gemeente. De school is immers de aangewezen plek waar nieuwe vaardigheden worden aangeleerd en de gemeente wil dat haar burgers digivaardig en kritische burgers zijn/worden. We moeten af van ad hoc-ingrepen en digitaal burgerschap inbedden in de bestaande structuren en het beleid.'

[1]http://mijnkindonline.nl/sites/default/files/uploads/Handboek%20Mediawijsheid%20versie%20website.pdf

« terug