'De loverboy komt via Snapchat de school binnen'

10 november 2016

nov-stip1

'Wij moeten iets met multimedia. Het is in ons leven, maar nog niet in het onderwijs. Wij zien onze leerlingen mediavaardig worden, maar mediabewust?' Met deze woorden van Tom Croonenberg, projectleider bij STIP VSO, startte de kick-off op 8 november van het bijzondere mediaproject van STIP VSO en Mira Media: Mediaskills. De komende 18 maanden worden leerkrachten, leerlingen en ouders van STIP VSO getraind in mediawijsheid. Bij STIP VSO volgen leerlingen met een cognitieve beperking onderwijs. Een leerlijn op het gebied van digitale en sociale media speciaal voor dit type school én een effectief protocol waaraan iedereen zich houdt, zijn de doelen van deze integrale aanpak. Want met name de leerlingen van STIP VSO hebben hier baat bij. 'Onze leerlingen overzien niet de gevolgen van wat ze op internet doen.'

STIP VSO is een school waar jongeren met een cognitieve beperking van 12-20 jaar praktijkonderwijs volgen. Geregeld krijgt de school te maken met incidenten ontstaan door het gebruik van social media. Zo liep onlangs een meisje weg doordat ze geen besef had wie eigenlijk de afzender was van die leuke berichtjes die ze ontving op Facebook. De urgentie om iets aan mediawijsheid en mediaopvoeding te doen, wordt sterk gevoeld bij STIP VSO. Zeker na een aantal voorlichtingsbijeenkomsten van Mira Media. Het beschikbare voorlichtingsmateriaal is bovendien niet toegesneden op het speciaal onderwijs. Zo ontstond de samenwerking met Mira Media. De aandacht in Mediaskills richt zich vooral op de middenbouw want 'hier vliegen ze elkaar vaak in de haren bij het mediagebruik', zegt Croonenberg. In de middenbouw stromen de leerlingen uit naar de dagbesteding en de arbeid.

Een geringere impulscontrole
Een groot aantal incidenten op school komt mede voort uit het social media-, en app-gebruik, vertelt Croonenberg. 'Ik hang de kloten in het gezicht van je zus', appt iemand. 'Jij hoort er niet meer bij' of 'je gaat uit de groep!'. Het zijn makkelijk ingetypte teksten op Facebook, Instagram, in een Whatsapp-groep, weet de projectleider bij STIP VSO. 'De loverboy komt via Snapchat de school binnen.' Onderzoek en gesprekken met experts door Kennisnet bevestigen dat jongeren met een licht verstandelijke beperking eerder slachtoffer én dader zijn van cyberpesten, manipulaties en seksueel misbruik via social media dan andere jongeren. Dit heeft te maken met hun cognitieve beperkingen als een geringere impulscontrole, het minder goed kunnen verwerken van sociale informatie en/of een verhoogde gevoeligheid voor de invloed van anderen. Maar, zegt een andere docent, social media kunnen ook troost bieden. Ze vertelt over een leerling die zijn moeder had verloren en troost zocht op Facebook.

Wel of niet in een app-groep?
Via hun smartphones doen de circa 40 leerkrachten mee aan de stellingen die Bilal Majdoubi, ontwikkelaar leerlijnen namens Mira Media, doorstuurt. Moet je een appje van een leerling gelijk beantwoorden? Een leerkracht vraagt zich af: 'Moet je überhaupt leerlingen in een Whatsapp-groep willen hebben? Stel dat ik een naaktfoto van een 15-jarige leerling krijg doorgestuurd. Dan ben ik in bezit van kinderporno. Dat is strafbaar.' De helft van de aanwezige docenten geeft hun 06-nummer aan de leerlingen. Een andere stelling is: Moet het boek vervangen worden door een tablet? Slechts twee docenten zijn het hiermee eens. Voor de niet-lezers is de tablet handig, probeert een docent. De meesten kiezen voor een en-en-benadering.

Digivaardige leerlingen
Op de stellingen: de school is de aangewezen plek om kinderen te leren omgaan met media en de ouders hebben een grotere verantwoordelijkheid dan de school, antwoordden de meeste docenten met een ja. Dit levert een spanningsveld op, erkennen de docenten, want de ouders zijn weinig mediawijs terwijl ze tegelijk verantwoordelijk zouden moeten zijn.
De docenten zijn het eens met de stelling dat de STIP-studenten een groter risico vormen wanneer het gaat om cybergevaren als grooming en cyberpesten. De uitdaging is volgens een leerkracht om te zorgen 'dat leerlingen de tools die ze op school krijgen op het gebied van mediawijsheid buiten school leren gebruiken'. Want digivaardig zijn de leerlingen wel. Zo wist een leerling in de pauze het beheer over de computer van een docent te krijgen. De docent zag dat zijn computer eigenstandig allerlei opdrachten uitvoerde.
stipvso
Croonenberg benadrukt het belang van de betrokkenheid van de leraren, de onderwijs-assistenten, de leerlingen en de ouders bij het project. 'Wij kunnen niets zonder de ouders, de leerkrachten. Jullie (de docenten) hebben de connecties en de vaardigheden om de leerlingen bij te staan. Wij kunnen ook niet zonder de omgeving, want het gebruik van social media houdt niet op na 15.00 uur.'
Als onderdeel van het project vindt er een nulmeting plaats onder de docenten waarin de competenties op het gebied van mediaopvoeding via een weekdagboek worden vastgesteld. Hoe vaak besteden ze aandacht aan mediaopvoeding gedurende de week? Begrijpen leerlingen hoe media gemaakt worden? Kunnen leerlingen informatie vinden en verwerken? Op basis daarvan wordt het programma verder ingevuld, vertelt Majdoubi.

School én thuis
Leerkracht Alma: 'Ik vind dit project wel okay. Wij spreken al jaren hierover maar kwamen niet verder. Vooral bij de middenbouw spelen incidenten door sociale media een rol.' Het IQ voor deze groep ligt tussen 45 en 65 en de cognitieve ontwikkelingsleeftijd tussen 5-12 jaar.
Hélène is leerkracht in de middenbouw: 'Prima initiatief omdat het heel erg leeft in deze tijd en vooral bij onze leerlingen. Er speelt regelmatig eigenlijk iets negatiefs met social media. Ik denk eigenlijk door onwetendheid. Deze kinderen hebben het nodig om te weten hoe ze goed om kunnen gaan met social media. Voorlichting is nodig.' Suus, stagecoördinator: 'Onze leerlingen hebben geen goed idee van de gevolgen van wat ze doen op social media. Ze kunnen die moeilijk inschatten.'
Op de vraag bij wie de verantwoordelijkheid ligt voor de mediaopvoeding, de school of de ouders antwoordt Hélène: 'Ik vind dat een groot stuk verantwoordelijkheid thuis ligt. Het meeste gebeurt namelijk thuis.' Suus: 'Ja, en dan komen ze op school en is er ruzie door wat er in de tussentijd op social media is gebeurd. Mediaopvoeding moet in combinatie met thuis gebeuren. Wij hebben er baat bij dat er minder incidenten zijn zodat we er hier op school ook minder last van hebben.'

Foto (eerste) - Mira Media
Het project Mediaskills wordt gefinancierd door de gemeente Utrecht, Mediawijzer en een bijdrage van het SHV.

 

« terug