'De pedagogische aanpak voor jongerenwerkers is online dezelfde als offline'

14 december 2017

17decwd-lidwien3
De offline en online wereld zijn met elkaar verbonden, zegt Lidwien Knibbeler, directeur van JoU. Zo belde recent het Wijkbureau een jongerenwerker op vanwege overlast in de wijk door jongeren. Deze appte vervolgens de jongeren. 'Maar je kunt jongeren alleen aanspreken als je ze al, offline, kent.' In 2018 gaat JoU aan de slag met een opgefrist beleid voor de jongerenwerker in de online wereld. Een plan waarin aandacht is voor positief burgerschap van jongeren online en voor de digitale competenties binnen de eigen organisatie. 6 vragen aan Lidwien Knibbeler.

1. Welke invloed heeft de digitale ontwikkelingen en sociaal media op het werk van jongerenwerker?
'De invloed is groot want voorheen trof je als jongerenwerker de jongeren vooral op straat, op school, thuis, in hun vrije tijd, maar tegenwoordig vind je ze in de online wereld, op de sociale media. Dat heeft zijn voordelen. Je krijgt een completer beeld van waarmee jongeren bezig zijn omdat je ze kunt volgen via de sociale media. Daardoor krijg je meer inzicht en kun je sneller signaleren als er iets misgaat. Een jongerenwerker had bijvoorbeeld gezien dat er ruzie was ontstaan op Facebook tussen een aantal jongeren. Later in het buurthuis was de sfeer grimmig in de groep. Doordat hij wist wat er speelde op Facebook, kon hij met ze in gesprek gaan en escalatie voorkomen.
Sociale media geven verder ruimte om snel contact te leggen. De jongerenwerker kan een jongere even appen: denk aan de afspraak, denk aan het feest! De online wereld is een kans, maar heeft ook nadelen. Meidenwerkers geven  in dat verband samen met Pretty Women en de politie voorlichting over sexting en grooming.'

2. Welk beleid voert JoU ten aanzien van het gebruik van sociale media?
'Wij zien dat binnen de organisatie jongerenwerkers online bezig zijn, maar in verschillende mate en kennisniveau. De ontwikkelingen gaan ook snel in de online wereld. Wij moeten beleid gaan maken: hoe willen wij aanwezig zijn in de online wereld? In twee bijeenkomsten hebben jongerenwerkers daarover nagedacht. Er is een concept-beleidsplan geformuleerd en dat gaan we weer voorleggen aan collega’s. Hierin staat hoe jongerenwerkers kunnen aansluiten bij de online leefwereld van jongeren. Maar ook  wat we veilig en professioneel mediagebruik vinden. Hoe kan JoU sociale media inzetten in het werk met jongeren, organisaties/partners en ouder? Welk medium kun je het beste gebruiken om contact te leggen? We hebben in elk team al een twitteraar die zo de partners in de wijk op de hoogte houdt. Maar welke berichten twitter je wel en welke niet? We hadden wel al regels, maar die waren verwaterd.'

3. Moet een jongerenwerker 24/7 online zijn?
'Jongeren zijn inderdaad ’s avonds online actief. Er speelt zich ’s avonds veel af. Je zou daar afspraken over kunnen maken. De jongerenwerker zou om toerbeurt bijvoorbeeld "avonddienst" kunnen hebben. Niet iedere jongerenmedewerker is op hetzelfde niveau en zo intensief bezig met sociale media. Ik kan mij voorstellen dat per wijk, een aantal collega’s actief is op sociale media. Werken met sociale media moet je als offline werk zien. Daar ben je ook niet 24/7 aan het werk. Die druk ervaren de jongerenwerkers wel, maar soms moet je je gewoon de telefoon uitzetten!'

4. Vraagt de online wereld een andere pedagogische aanpak?
'Onze pedagogische aanpak in de online wereld is niet anders dan in de offline wereld. De online en offline wereld zijn met elkaar verbonden. JoU gaat uit van een pedagogische aanpak waarbij kinderen aangesproken worden, zaken besproken worden en eventueel ouders hierbij betrokken raken. Bijvoorbeeld: een meisje had haar foto op Facebook vervangen door een zeer sexy foto. Een jongerenwerker had het gezien en belde haar op met het advies dat ze die foto beter kon verwijderen en dat ze dit anders met haar ouders wilde bespreken. Dit kon de jongerenmedewerker het meisje alleen vragen omdat ze eerst een relatie met het meisje had opgebouwd via JoU-activiteiten die het meisje, offline, bezocht. Onze pedagogische aanpak blijft verder gebaseerd op de Vreedzaam-methodiek die uitgaat van waarden als diversiteit en respectvol met elkaar omgaan. Die waarden gelden ook online.'

5. Welke plannen zijn er voor 2018?
'In 2018 wil JoU via een proeftuin, met als basis het goedgekeurde beleidsplan, diverse projecten ontwikkelen. Wij zijn aan het onderzoeken of we voor de 10- tot 14-jarigen een leerlijn sociale media kunnen ontwikkelen. Deze kinderen zijn al op de basisschool actief met sociale media en er bestaat zorg dat zij onvoldoende gezond gebruik maken van de sociale media. We denken ook na over een chatfunctie op Jong030.nl waar jongeren met hun vragen of problemen terecht kunnen.
Nog niet alle jongerenmedewerkers zijn digivaardig. De bedoeling is dat de digivaardige jongerenwerkers hun kennis gaan overdragen. Verder zien wij dat de medewerkers ook van de jongeren leren. Als wij bepaalde kennis missen dan schakelen wij een externe organisatie als Mira Media in.'

6. Zou er een aparte online jongerenwerker moeten komen?
'Wij praten niet van een online jongerenwerker. De jongerenwerker is offline én online actief. Die twee werelden moet je met elkaar verbinden. De jongerenwerker kent de verschillende leefwerelden van de jongere, de online wereld is er één van. De laatste drie jaar zie je een enorme groei van sociale media. Door de online wereld krijgt het jongerenwerk er een nieuwe dimensie bij. Wat ik belangrijk vind als je het hebt over sociale media of de online wereld is dat daar in principe dezelfde pedagogische aanpak geldt als in de offline wereld.'

« terug