'Een gsm is handig‚ maar prikkelt ook onze leerlingen'

20 november 2018

18nov-krommerijn1Het Kromme Rijn College in Utrecht is een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs en bereidt de veelal vastgelopen jongeren in drie jaar voor op regulier onderwijs of een opleiding gericht op werk. Het Kromme Rijn College vroeg samen met Mira Media een onderwijsimpuls subsidie bij de gemeente Utrecht aan voor de inbedding van digitaal burgerschap in het curriculum. Aino Vehmasto is docent en lid van het beleidsteam: 'Wij bieden toekomstgericht onderwijs en bereiden onze leerlingen voor op de maatschappij. Met digitaal burgerschap hopen wij daar een stap in te maken.'

Het Kromme Rijn College biedt onderwijs aan leerlingen van 12 tot 18 jaar met een gedragsstoornis, een aandachtstekortstoornis of een niet-gediagnosticeerd gedragsprobleem. De school begeleidt met 40 collega’s, 175 leerlingen in kleine klassen van 8 leerlingen. Aino Vehmasto: 'In onze visie en missie staat dat wij de leerlingen willen toerusten voor een plek in de maatschappij. En of we willen of niet, we hebben daar te maken met een digitaliserende samenleving. Als school willen wij de leerlingen hierbij ondersteunen.' Binnen dit thema is er lange tijd onbewust bekwaam gehandeld', zegt Aino. 'Er was wel een wens om aan het digitale iets te gaan doen, maar tijd of budget speelden een rol. En onbekendheid. Wanneer men spreekt over technologische en digitale ontwikkelingen denkt men bijvoorbeeld gelijk aan iets groots, robots bijvoorbeeld, maar die kunnen ook in kleine praktische dingen zitten zoals de mobiele telefoon, vooral voor onze doelgroep geldt dat.'

Telefoons in de kluisjes
De leerlingen van het Kromme Rijn College hebben vaak last van concentratieproblemen, het hebben van een gsm is handig, maar prikkelt ook en leidt af. De mobiele telefoons van de leerlingen liggen dan ook in een kluisje. Het heeft te maken met sociale veiligheid, legt Aino uit. 'Het is een kwetsbare en overbelaste groep. Ze kunnen zich niet afsluiten van wat er zich op hun telefoon afspeelt of ze maken er niet op de juiste manier gebruik van. Ze kunnen misschien wel technisch met een mobieltje overweg, maar hebben ze ook de vaardigheden om online te leven en te werken? Dat vinden ze moeilijk. Ze zijn daar niet in opgevoed. Dat moet je eerst inoefenen.'
De school werkt volgens 'Positive Behaviour Support' (PBS) waarbij de waarden verantwoordelijkheid, betrokkenheid en vertrouwen leidend zijn in de interactie tussen leerling en docent. 'Het gaat hierbij om les in goed gedrag. Het goede gedrag wordt voorgedaan, en de leerling doet dit na.' Het digitaal burgerschapstraject dat het Kromme Rijn College ingaat met Mira Media past in deze visie en sluit aan op deze werkwijze.

Ouders online
Leerlingen hebben soms geen idee wat er precies gebeurd is als er iets misgaat. Thuis vinden hun ouders het soms ook moeilijk om de grenzen te stellen. Ouders blijken niet altijd over de digitale vaardigheden en kennis te beschikken om hun kinderen te begeleiden in de digitale wereld. Of er is geen computer thuis. Dit blijkt ook uit de hulpvragen die het Kromme Rijn College krijgt van de ouders zoals het online aanvragen van schoolvervoer bij de gemeente. De school werkt hierbij samen met de bibliotheek en buurtteams. 'Zij doen veel, maar toch merken we een verschuiving van taken steeds meer naar de school toe. De bibliotheek heeft nu een nieuw programma over informatievaardigheden. Wij kijken of wij dat programma samen met andere partners ook hier kunnen inzetten.'
Aan de andere kant, de digitale ontwikkelingen brengen ook veel goeds, zegt Aino. Zo blijkt de Whatsapp een belangrijk nieuw hulpmiddel in het contact met de ouders. 'Het is handiger dan bellen voor zowel de ouders als de docent. De leerling kan de boodschap zonodig vertalen.'

18nov-collkrommerijnDe plannen
Voor de kerstvakantie wordt bekend of de subsidie toegekend is. Vanaf januari gaat Mira Media de vragen ophalen bij docenten en een situatieschets maken over de stand van digitale geletterdheid binnen de school. Daarna zal gezamenlijk een plan van aanpak worden opgesteld, vertelt Marit Lut van Mira Media. Gekeken zal worden naar nieuwe en bestaande lesmodules zoals de lesmodules die STIP VSO heeft ontwikkeld met betrekking tot digitaal burgerschap. Aino: 'Bij de ontwikkeling van lesmodules voor onze leerlingen zoeken we samenwerking met andere partners zoals Impuls Educatief, een uitgeverij die speciaal lesmateriaal ontwikkelt voor onze type leerlingen.' Aino kan zich goed voorstellen dat naar aanleiding van PBS, waarbij goed gedrag centraal staat, een module ontwikkeld zou kunnen worden bij online ruzie zoals de WhatsHappy-les, maar dan speciaal voor VSO-leerlingen.

Docenten en ouders
Niet alleen de leerlingen krijgen de aandacht in dit traject van digitaal burgerschap, er zal ook gekeken worden naar de competenties van de ouders en de docenten. 'Wat hebben we nodig om de leerlingen les hierover te kunnen geven. De ouders bereiken zal een uitdaging worden.' Er is veel contact met de ouders, maar ze wonen zelden bijeenkomsten bij.
Aino is enthousiast om te beginnen met het traject naar digitaal burgerschap. 'Het past in het toekomstgericht lesgeven wat wij doen. Ik hoop dat uiteindelijk de docenten zich geļnspireerd en vaardig voelen om digitaal burgerschap als basisvaardigheid te kunnen aanbieden. Dat het een basisonderdeel vormt in wat wij doen. Voor onze leerling hoop ik dat hun leermotivatie groter wordt omdat wij meer kunnen aansluiten op hun leefwereld. Onlangs speelde een heel drukke leerling in de klas met een bouwrobot. Hij was drie uur hiermee geconcentreerd bezig en bouwde de robot! Het is de kracht van wat leerlingen interesseert, en ze leren er ook nog van!'

« terug