Hoe maak je een school duurzaam mediawijs?

25 maart 2018

6-cilindermodel

Op 5 maart 2018 organiseerde PCOU Willibrord een kennisdag voor het onderwijs. Stichting PCOU en de Willibrord Stichting willen dat iedere leerling zich optimaal kan ontplooien en zetten zich in voor een uitdagende leeromgeving. In 37 workshops - van een workshop 'Help een boze ouder aan de lijn!' tot 'HOTS, over 21ste eeuw didactiek' - konden de vele onderwijsprofessionals zich laten informeren over allerlei pedagogische ontwikkelingen. Mira Media verzorgde samen met Slim met Media een workshop over duurzaam mediawijs onderwijs op school.  Hoe kan je een school duurzaam mediawijs maken?

Scholen willen wel 'iets' doen met nieuwe media, maar op welke manier? Mira Media voert in Utrecht samen met Stip VSO, speciaal onderwijs voor kinderen met een licht verstandelijke beperking, een traject waarbij de school in twee jaar werkt aan het integraal opnemen van mediawijsheid in het onderwijscurriculum. Projectleider Dieneke van Dijken namens Mira Media: 'Juist voor LVB-leerlingen bieden sociale media kansen om te leren en zich te ontwikkelen. Maar ze worden ook vaker slachtoffer van sociale media.' Van Dijken schetst het proces van Stip VSO op weg naar een mediawijze school: van het ontwikkelen van een leerlijn en lesmodules, het trainen van leerkrachten tot het betrekken van ouders. Mira Media fungeert hierbij als buitenboordmotor voor de school.
Het proces is gebaseerd op het competentiemodel mediawijsheid waar niet alleen aandacht is voor de basisvaardigheden, maar ook voor onder meer hoe je zelf media maakt, hoe je diverse media strategisch kunt inzetten en hoe media de waarheid kunnen kleuren.

Draagvlak van onderaf
Belangrijk in het proces is het zes-cilindermodel dat Mira Media hanteert bij het proces, vertelt Van Dijken. In dit model staan de factoren centraal die invloed hebben op het mediawijs maken van een school zoals ouderbetrokkenheid, de competenties van de docenten, de visie van de school, de samenwerking met externe partners. Van Dijken: 'Het model geeft een kapstok om mediawijsheid op school in te bedden.' Dit gebeurde bij STIP in drie fases: eerst het ophalen van de behoefte, dan een periode om te inventariseren wat iedereen op school belangrijk vindt om te leren; de ouders, de leerlingen, de leerkrachten, en tot slot het uitvoeren van het beleid zoals het werken aan de competenties van de leerkrachten, het gezamenlijk - leerlingen, docenten en ouders - opstellen van protocollen, het ontwikkelen en aankopen van lesmateriaal.

Van Dijken: 'Stip is een school die filters gebruikte voor het internet. Binnenkort worden de filters weggenomen en is heel internet toegankelijk voor de leerlingen.' Deze grote stap kan alleen genomen worden, als deze visie door iedereen op school wordt gedragen: de ouders, de docenten, de leerlingen. 'Vanaf het begin moet het proces van onderaf gedragen worden. Dit hebben we via een maart18-psou1projectgroep, een klankbordgroep en werkgroepen geborgd waarin in verschillende samenstellingen docenten, leerlingen, ouders zitting hebben.'

Afschermen?
Via het visiespel 'Slim met media' krijgen de docenten casussen voorgelegd waarop ze moeten reageren. Gaan ze hierop handhaven, investeren of wordt het probleem geparkeerd? Karin Sieders van 'Slim met media': 'Het spel biedt de docenten ruimte voor visievorming maar dwingt ook tot keuzes. Het doel is om zicht te krijgen in de multimediale wereld en de plek van de school daarin: dit is waar we nu staan en waar gaan we naartoe ' Naar aanleiding van de casussen worden ervaringen uitgewisseld. Een school wijst bijvoorbeeld gsm's af in klas en in kantine: 'Eten is juist gezellig om met elkaar te kletsen, geven we de leerlingen mee.' Hoe ver kun je gaan in het afschermen en beschermen, vragen docenten zich af: 'Google blijft open'. Een andere docent stelt dat internet verbieden geen zin heeft: 'Internet komt toch via de achterdeur binnen. Investeren in het omgaan met internet is beter.' Van Dijken: 'Zo'n proces wordt dan ook een uitdaging voor leerkrachten. Ze zullen vaker moeten vragen "Hoe was het op internet?" in plaats van "Hoe was het op het schoolplein?".

Prioriteiten
Carolien, docent op een basisschool, is actief met mediawijsheid op haar school. Ze herkent een deel van het verhaal over Stip van Van Dijken. Ook haar school hecht aan ouderbetrokkenheid in relatie tot nieuwe media. 'We hebben al veel gedaan op onze school zoals het opstellen van een pestprotocol waarbij de ouders betrokken zijn waardoor we een lijn kunnen trekken.' De protestant-christelijke school van docent Marleen ziet de positie van nieuwe media anders: 'We zijn ons bewust van de nieuwe media, maar andere prioriteiten binnen de basisschool gaan voor.' Van Dijken herkent dit standpunt vanuit de praktijk daarom vindt ze deze workshop waarbij docenten handvatten krijgen aangereikt van belang: 'We willen docenten prikkelen tot het nadenken over hoe ze mediawijs onderwijs kunen vormgeven en waar ze kunnen beginnen.'

 

  

« terug