januari 2014 - interview

Wijkbewoner Digitaal
marikenc2

‘Wij zoeken als bibliotheek een bredere rol’

‘In de maatschappij wordt steeds meer gebruik gemaakt van digitale middelen om mensen te informeren en diensten aan te bieden. Dit vraagt vaardigheden waarover niet iedereen beschikt. Dit zien wij ook in de bibliotheek terug’, zegt Mariken van Meer, teamleider van Bibliotheek Utrecht rayon Noord en projectleider van het project Digitale Leerplekken basisvaardigheden.

Het project Digitale Leerplekken Basisvaardigheden (DLB) is een samenwerkingsproject van de Bibliotheek Utrecht, Mira Media, stichting Lezen en Schrijven, Taal Doet Meer en Wijkbedrijf Utrecht. De landelijke overheid wil in 2017 haar volledige communicatie met de burger digitaal afhandelen. Er zijn echter burgers die over onvoldoende digitale basisvaardigheden beschikken om met ontwikkelingen als deze mee te gaan. Het gaat om groepen als allochtone Nederlanders, ouderen, en laaggeletterden. Dit tekort aan digitale kennis kan directe gevolgen hebben voor de mate van hun participatie, integratie, gezondheid en werk- en woonmogelijkheden. Van Meer: ‘De bibliotheek staat voor een onbelemmerde toegang tot informatie voor iedereen. Daarom past het in de rol van een bibliotheek in de samenleving om deze lacune samen met partners in de wijk op te pakken. Zodat iedere wijkbewoner in ieder geval in staat wordt gesteld digitale basisvaardigheden te leren.’

Moskee of buurthuis
Het project DLB wil inspringen op de behoefte aan digitale know how door het aanbieden van laagdrempelige leerplekken waar wijkbewoners digitale vaardigheden kunnen ontwikkelen onder begeleiding van medewerkers of vrijwilligers. Het is daarbij van belang om een omgeving te scheppen waarin de wijkbewoner zich veilig genoeg voelt om vragen te stellen, vindt Van Meer. De leerplekken hoeven daarom niet per se in de openbare bibliotheek ingericht te worden, maar kunnen ook in de ‘vindplaats’ van de doelgroepen gevestigd worden, de ouderkamer op een basisschool bijvoorbeeld voor ouders die aan hun computervaardigheden willen werken, de moskee of het buurthuis. Een ‘toeleiding’ naar de bibliotheek, een openbare plek in de wijk waar iedereen informatie kan vinden, hoort daar bij.

Samenwerking
Het project DLB draait echter niet alleen om een fysiek aanbod, in de zin van het inrichten van digitale leerplekken,  maar ook om een inhoudelijk aanbod, legt Van Meer uit. Welk oefenmateriaal bied je aan? De samenwerkende partners in DLB willen overigens daarbij niet het wiel opnieuw uitvinden; ze zoeken aansluiting bij organisaties die al met digitale vaardigheden bezig zijn en gaan uit van bestaande cursussen. Een inventarisatie gaat daaraan vooraf. Van Meer: ‘Wij willen mensen iets aanbieden dat aansluit bij de activiteiten die er al voor laaggeletterden zijn en waar nodig brengen we meer samenhang aan of  breiden we de ondersteuningsmogelijkheden uit.’ Extra aandacht krijgen medewerkers en (taal)vrijwilligers die de wijkbewoners c.q. cursisten begeleiden of doorverwijzen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door het opnemen van een module ‘digitale vaardigheden’ in de bestaande activiteit zoals de taalles of het inburgeringstraject. Bibliotheek Utrecht wil de medewerkers scholen om mensen te kunnen helpen bij het opdoen van basisvaardigheden of ze door te verwijzen.

Behoefte van de bezoeker
De betrokkenheid van de bibliotheek in dit project voor aandachtsgroepen als migranten en laaggeletterden ligt voor de hand, zegt Van Meer. Het past in de visie over de bibliotheek als ‘brede bibliotheek’: de bibliotheek met een bredere maatschappelijke functie. ‘De behoefte van de bezoekers staat steeds centraal. De bibliotheek is niet slechts een plaats waar informatie wordt aangeboden of om boeken te lenen, maar ook een plek waar je geleerd wordt hoe je de informatie kunt vinden. Wij zoeken als bibliotheek een bredere rol.’ Dit vraagt om een andere werkwijze van de bibliotheek. Bij haar activiteiten zoekt de bibliotheek meer de samenwerking met andere organisaties zoals Taal doet Meer en stichting Lezen en Schrijven en faciliteert ze dergelijke organisaties binnen de bibliotheekmuren.

Op zoek naar structuur
‘Digitale Leerplekken Basisvaardigheden’ wordt gefinancierd door het Europese Investering Fonds en loopt tot juni 2015. Hoewel DLB zich in eerste instantie richt op migranten, verwacht Van Meer dat het aanbod ook andere doelgroepen zal bereiken. Wat Van Meer betreft stopt DLB niet na 2015. Haar streven is om dit project te verduurzamen, zoals ze het noemt: de effecten moeten zo overtuigend zijn dat de gemeente Utrecht de behoeftes van de zorggroepen structureel opneemt in haar beleid. Maar vooralsnog bestaat de eerste uitdaging in het vinden van een goede structuur om de doelgroepen te bereiken en vraag en aanbod op elkaar aan te laten sluiten. Dat die behoefte aan laagdrempelige computerplekken bestaat lijkt onderstreept te worden door de paar keren dat het interview wordt onderbroken door de telefoon, en aan de andere kant van de lijn gevraagd wordt naar de internetmogelijkheden in de bibliotheek. Van Meer: ‘Het leren van digitale vaardigheden, kan het leven van iemand verrijken, het is niet alleen nuttig, maar het is ook leuk!’