Practice what you preach? Of mogen ouders meer?

21 oktober 2017

17okt-obshetzandOp 12 oktober 2017 organiseerde de Brede School Het Zand en Mira Media een bijzondere ouderavond. De ouders waren uitgenodigd voor een voorlichting en workshops over mediawijsheid.  Het doel van de avond: ervaringen uitwisselen en ouders èn professionals prikkelen over het maken van keuzes binnen de snelle ontwikkeling van de online wereld. Als je je zoon verbiedt om zijn smartphone mee naar bed te nemen, moet jij dat dan ook niet doen?

'Zijn er mensen die een telefoontas hebben?' vraagt mediacoach Nural Orücü de ouders en aanwezige leerkrachten. 'Telefoontas, telefoontas?' murmelen de ouders en de docenten verschrikt: Wat hebben we nu weer gemist? Het is iets nieuws: een 'opbergtas' van bijvoorbeeld 80 cm lang met 30 vakjes voor smartphones. Het is een handige manier om de smartphones op school en in bedrijf te verzamelen. En wat is Fomo, vraagt Orücü. Deze term kennen de meeste aanwezigen: het is de afkorting voor fear of missing out. Bang zijn om iets te missen op de social media.
Zijn kinderen sneller met internet dan volwassenen, vraagt de mediacoach. 'Ze zijn handiger erin, maar de concepten erachter begrijpen ze niet', antwoordt een ouder. Orücü: 'Onze taak als opvoeders is om de kinderen hierbij te begeleiden met de kennis die we hebben.'

Social media en ontwikkeling
De term 'video deficit hypothese' valt: kinderen missen real time ervaring doordat ze te veel tijd op een scherm turen. Orücü: 'Zeker tot de leeftijd van twee jaar moet je daar rekening mee houden. Kinderen hebben dan nog zo veel te leren van de echte wereld. Het voelen van een appel is wat anders dan een appel zien op een scherm.'
Rond hun tiende jaar worden zelfonthulling en zelfrepresentatie voor vooral meisjes belangrijk.  Social media zijn daarom voor tieners zo belangrijk: het past in hun sociale ontwikkeling. Social media zijn (direct) toegankelijk, de zichtbaarheid en het bereik is groot. Voor sommige ouders daarentegen is het als oppervlakkig ervaren karakter van social media juist reden om die op te geven. Een moeder: 'Ik heb alles op Facebook gekilled.' Anderen houden social media als Facebook aan vanwege hun werk ('Het wordt soms ook van je verwacht') maar ook om hun kinderen te kunnen volgen. Hoewel een vader soms verbijsterd is over de simpele conversaties op WhatsApp: 'Hoi, ik ben wakker. Doei.' Kinderen zelf blijken ook niet altijd even gelukkig met social media. Vooral als er nare filmpjes op verschijnen (90%), roddels of als er nog laat berichten worden verstuurd (70%) zijn ze niet blij.
17okt-oudershetzand
Begeleiding en beleving
Wat kun je als ouder doen? Orücü somt op:grenzen stellen, kinderen leren op veilige manier met media om te gaan en ze leren na te denken over welke media wordt gebruikt en waarvoor. Het beste is een combinatie van restrictieve (afspraken) en actieve (uitleggen wat goed en fout is) begeleiding, èn een gezamenlijke beleving (waar ben je mee bezig? Mag ik meekijken?). Dit laatste levert een dilemma op voor de ouders: want zij willen ook de privacy van hun kinderen respecteren zoals op Instagram. Waar is de grens, vragen zij zich af? Communicatie is het antwoord, zegt Orücü. Wanneer het gaat om normen en waarden willen kinderen nog wel wat aannemen van ouders, maar als het om het persoonlijke domein gaan zoals kleding, vrienden en mediagebruik, dan hebben tieners daar meer moeite mee.

Ouders zelf laten ook steken vallen door bijvoorbeeld alles over hun kind publiekelijk te delen op social media zonder bijvoorbeeld een groepsselectie te maken. Kinderen kunnen daar later last mee krijgen.  Digitaal burgerschap is daarom nodig: hoe gaan we online met elkaar om? Er is zowel voorlichting aan kinderen als aan ouders op dit gebied nodig. De school kan bij dit proces een rol spelen door kinderen vaardigheden aan te leren die ze voor de 21ste eeuw nodig hebben zoals kritisch en creatief denken, ICT -en informatievaardigheden.

Cyberpesten
Na de inleiding verdelen de bezoekers zich over vijf workshops: vloggen, cyberpesten, mediaopvoeding 0-6 jaar, online privacy en gamen. De workshop mediaopvoeding blijkt het populairst. De meeste aanwezige ouders hebben hun kind ook op Saartje kinderopvang, medeorganisator van de avond. De workshop cyberpesten is het minst populair.
Mustapha Esadik, mbo-docent en mediacoach voor Mira Media, geeft de workshop cyberpesten. Vragen als hoe verhoudt cyberpesten zich tot pesten in de werkelijke wereld, wie zijn de pesters en wat zijn de signalen dat je kind wordt gepest, passeren de revue. Per jaar worden 60.000 kinderen van 8-16 jaar online gepest. Face to face 1710-kaderpestenpesten komt echter nog altijd meer voor dan digitaal pesten. De meest voorkomende vorm van cyberpesten onder kinderen en jongeren is laster. Esadik laat een video zien met gepeste kinderen. Het blijkt dat een deel zelf is gaan pesten omdat zij gepest werden. Andere motieven voor pesten zijn: voor de lol ('Ik bedoelde het niet zo. Er staat toch een smiley bij?'), online komt het anders over, wraakneming, andere vriendjes doen het ook.

Toezicht
Ook volwassenen blijken zich online te misdragen, zegt Esadik. Hij verwijst naar de reacties op diverse sites. Een moeder: 'Pesten is makkelijker online op te schrijven, dan face to face te zeggen.' Bovendien kan pesten online 24 uur lang doorgaan. Esadik: 'Je komt er constant ongewild mee in aanraking. Dat is het verschil met vroeger. 'De normen en waarden gelden echter niet alleen in de echte wereld maar ook in de digitale wereld.' Het ontbreken van online toezicht en van feedback van hun omgeving leidt ook tot ontsporingen. Een moeder: 'Ik vind het wel mijn verantwoordelijkheid als iemand steeds gepest wordt. Ik controleer ook de WhatsApp-groepjes.' Maar zelfs als er toezicht is, is ontsporing als pestgedrag soms moeilijk te duiden. Een vader vertelt: 'Het valt soms ook niet allemaal bij te benen. Mijn dochter is 9 jaar en de deelnemers aan de WhatsApp-groepjes verschuiven elke keer weer. Dan ligt die eruit, dan die weer.'

Geschaad vertrouwen
Het effect van pesten is dat een kind een negatief zelfbeeld krijgt en het vertrouwen in eigen leeftijdgenoten voor lange tijd geschaad is. Wat je kunt doen, zegt Esadik, is je kind weerbaar online maken. 'Praat met je kind over wat het doet op internet. Maak afspraken zoals deel nooit privégegevens, houd wachtwoorden geheim. Pak in ieder geval niet het internet af. En als er iemand gepest wordt, verzamel bewijs. Want laster, smaad en belediging zijn strafbaar.'
Een leerkracht wijst erop dat Het Zand een brede school is die met de Vreedzaam-1710-gsmopdefietsmethode werkt waarbij leerlingen zelf een rol spelen in het vreedzaam oplossen van hun conflicten. 

Rolmodel?
Mediaopvoeding blijkt moeilijk in de praktijk. Sommige ouders geven toe dat ze hun kinderen soms dingen verbieden waar zij zelf zich ook niet altijd aan houden zoals de telefoon mee naar bed nemen, appen tijdens het eten of op de fiets. Ouders moeten uiteindelijk het goede voorbeeld geven. 'Ik vergeet dat weleens', zegt een ouder eerlijk. Sommige ouders zien het echter anders. 'Als ouders mogen wij soms meer.' Inspraak op de regels vinden niet alle ouders nodig. Terwijl dit het succes van het besluit kan meebepalen, zegt Esadik.
Naast de communicatie tussen ouder en kind, belangrijk zeker bij heikele online kwesties, is het contact tussen ouder en docent essentieel om het gedrag van een kind te bespreken. Moet je als ouder sancties instellen wanneer online iets is misgegaan? Het hangt van de leeftijd af, zegt Esadik. 'Ieder kind reageert anders op de omschakeling naar tiener. De een heeft meer behoefte dan de andere aan regels en sancties.'

De ouders en opvoedprofessionals komen na de workshops bijelkaar ter afsluiting. Een moeder reageert na afloop positief op de avond: 'De avond geeft stof tot nadenken. Met je kind praten is in ieder geval belangrijk.'

                                                                                            

 

« terug