Radicaliseren voorkomen via Digitaal Burgerschap

3 april 2017

maart-maritensusanne
Onder de noemer 'Utrecht zijn we Samen!' wordt door de gemeente Utrecht samen met organisaties en burgers ingezet op verbinding tussen Utrechters. In de UZWS werkgroep Communicatie is gesproken over de rol van sociale media bij radicalisering en polarisatie. Hoe kunnen jongeren weerbaarder gemaakt worden om radicalisering en polarisering via internet te voorkomen? Welke rol kunnen scholen, professionals en ouders hierbij spelen? Het samenwerkingsproject Digitaal Burgerschap wil daar een duurzaam antwoord op formuleren.

'Jongeren zitten veel online. De online en offline wereld zijn met elkaar verweven. In het dagelijkse leven wordt gesproken over burgerschap, maar hoe zit het met het burgerschap online? Het digitaal burgerschap?' licht Susanne Lolkema (rechts op de foto) de achtergrond van het project Digitaal Burgerschap toe. Samen met Marit Lut is ze vanuit Mira Media verantwoordelijk voor de voorbereiding en vormgeving van het project. Hoe wordt er in en rond het voortgezet onderwijs tegen digitaal burgerschap aangekeken? Marit: 'Burgerschapsvorming is verplicht in het schoolcurriculum, maar Digitaal Burgerschap komt er vaak niet in voor.’

De NCTV (Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid) en UZWS willen polarisering en radicalisering voorkomen. Dat wil de werkgroep Communicatie via delogo-jou ingang van Digitaal Burgerschap en online jongerenwerk doen. Mira Media bereidt het projectvoorstel voor door met zoveel mogelijke partners in het veld te praten. Met stichting JoU wordt binnenkort gesproken over de wijze waarop digitaal jongerenwerk gerealiseerd zou kunnen worden. Marit: 'Om te weten wat de leefwereld is van jongeren, is het voor een jongerenwerker belangrijk om ook op sociale media aanwezig te zijn.'

Vreedzaam
Het project Digitaal Burgerschap zoekt aansluiting bij de 'Vreedzaam'-methode waarmee kinderen en jongeren worden voorbereid op hun deelname aan een democratische samenleving. Leven in een dergelijke samenleving valt of staat met het vermogen om op een vreedzame wijze conflicten op te lossen, om een bijdrage te leveren aan de gemeenschap, en om open te staan voor verschillen tussen mensen. Het is een houding en het zijn vaardigheden die ontwikkeld kunnen worden. Dit streven is vertaald in een praktisch mediationprogramma waarbij kinderen zelf hun conflicten proberen op te lossen. Veel scholen zijn 'Vreedzame Scholen' en zetten zich ook in voor een 'Vreedzame Wijk' waarbij met wijkorganisaties aan dit burgerschap wordt gewerkt. Susanne: 'Zo heb je school en wijk samen en kun je werkzaamheden integreren.'

Digitaal Burgerschap
Maar de Vreedzaam-methode richt zich vooral op de offline wereld. Het digitale component ontbreekt nog. Het project Digitaal Burgerschap wil deze leemte invullen. Susanne en Marit zijn in dat kader bezig in kaart te brengen welke projecten of programma’s in Utrecht uitgevoerd worden rond onderwerpen als cyberpesten, sexting, discriminatie, normen en waarden. Dit zijn onderwerpen die aan Digitaal Burgerschap raken.
De term Digitaal Burgerschap is nieuw en scholen en organisaties reageren wisselend op hun vraag wat de school aan Digitaal Burgerschap doet. Susanne: 'Scholen moeten ver vooruit plannen en nieuwe onderwerpen invoegen, dit vraagt organisatie. Daarnaast doen veel partijen een beroep op scholen en willen hun betrokkenheid. Scholen zien Digitaal Burgerschap soms als iets extra’s. Maar dat is het niet. Wij willen kijken hoe je meer structuur in het bestaande digitale aanbod kunt krijgen. Onze PIM-partners, Al Amal en de Bibliotheek Utrecht, bijvoorbeeld werken met externe partijen die zich bezighouden met hulpverlening bij relaties en seksualiteit, met sexting en grooming of met discriminatie. Het zijn projecten die eenmalig gedaan worden of bestaan uit drie lessen. Wij willen tot een structureel en samenhangend aanbod komen.'

Marit: 'We doen nu allemaal losse dingen. Wij kijken waar het bestaande aanbod elkaar aanvult of versterkt. We willen dan een aanbod ontwikkelen waarbij al de partners een rol hebben en waarin al de componenten van Digitaal Burgerschap voorkomen. Je hoeft als organisatie daardoor niet telkens opnieuw het wiel uit te vinden. ' Susanne: 'Samen met andere organisaties kijken we ook naar welke vragen er nog meer spelen bij leerlingen. Waar kunnen wij verder nog op inspelen?'

Handvatten
Digitaal Burgerschap als geïntegreerd onderdeel van het bestaande lesprogramma, dat is het streven. Marit: 'We willen naar de scholen met een integraal en duurzaam logo-uzswaanbod op dat gebied komen. Het gaat dan bijvoorbeeld om activiteiten, ondersteuning en coaching van leerkrachten.’ Een aanbod gericht op scholen, jongeren, mentoren, ouders dat handvatten biedt om het gesprek met elkaar aan te gaan over wat online burgerschap inhoudt. Een leuke uitdaging, vindt Marit. 'Je werkt met veel partners samen en je moet proberen iedereen achter het idee te krijgen en op één lijn zien te komen. Het kost tijd om iets sterks neer te zetten.'
Volgens Susanne en Marit is het onvermijdelijk dat scholen iets met Digitaal Burgerschap gaan doen. Susanne: 'De online wereld is één van de belangrijkste onderdelen in het leven van jongeren. Je kunt niet meer om digitale vaardigheden heen en daarmee evenmin om Digitaal Burgerschap. Ook voor de toekomst. Scholen zullen daar aandacht aan moeten besteden en het zal ingebed moeten worden in het curriculum van de school. Digitaal Burgerschap gaat niet om een projectje doen, maar om een duurzame integrale aanpak.'

Marit Lut is behalve betrokken bij de praktische uitvoering van het project Digitaal Burgerschap, ook bezig met een masteronderzoek naar Digitaal Burgerschap: Waar liggen de problemen, mogelijkheden en wat zijn de voorwaarden voor digitaal burgerschap volgens verschillende partijen in de schoolomgeving.

foto - Mira Media

 

« terug