Utrecht maakt werk van digitaal burgerschap

17 juni 2017

Wat is de rol van de digitale wereld op polariseringsprocessen? Wat doe je wanneer je teksten op internet tegenkomt die (groepen) mensen uit elkaar drijven? Grijp je in of neem je die teksten hoofdschuddend voor kennisgeving aan? Zijn er eigenlijk veel overeenkomsten tussen de online- en offline-werelden?

Deze en vele andere vragen kwamen aan de orde tijdens een boeiende bijeenkomst over digitaal burgerschap op 8 juni in het voormalige Huis van Bewaring De Lik. De bijeenkomst voor een breed publiek van professionals uit zorg, onderwijs en welzijn was een initiatief van Utrecht zijn we samen, het gemeentelijke programma om polarisering en radicalisering tegen te gaan, in samenwerking met het Platform Interculturele UZWS1Mediawijsheid (PIM) en Mira Media. Utrecht wil de discussie over digitaal burgerschap aanzwengelen, vooral om jonge-ren weerbaarder te maken tegenover de enorme hoeveel-heid informatie die ze dagelijks via internet over zich heen krijgen: van boodschappen op sociale media tot nepnieuws en berichten over onrecht, maatschappelijke spanningen en aanslagen. "Dat komt allemaal binnen en vormt deels hun identiteit. Niets doen is geen optie, we moeten hiermee dealen, samen een visie vormen en het goede voorbeeld geven," zei beleidsadviseur veiligheid Abdullah Pehlivan bij de aftrap van de avond.

Noodzakelijk

Kritisch digitaal burgerschap is dus noodzakelijk, maar wat houdt dat precies in? Hoe geef je het vorm en wat is de rol van jongeren zelf in dat proces? Mariėtte de Haan, UZWS2bijzonder hoogleraar interculturele pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, gaf aan dat die rol bijzonder belangrijk is. Jongeren zelf zouden we moeten beschouwen als de 'actieve vormgevers' van digitaal burgerschap. "Geef ze de ruimte voor hun eigen inbreng, zij kennen hun eigen cul-tuur het best. Volwassenen willen vaak beperken, maar beperkingen en filters zijn geen oplossingen. Kinderen heb-ben vooral behoefte aan perspectief."

De moeilijkheid daarbij is dat jongeren niet altijd de gevolgen van online gedrag overzien. En het is niet eenvoudig ze daarbij de helpende hand te bieden, legde Marit Lut uit. De masterstudent Youth, Education & Society deed onderzoek naar digitaal UZWS3burgerschap. Scholen weten volgens haar bijvoorbeeld nog niet goed wat ze met het onderwerp aan moeten hoewel ze zich in toenemende mate het belang ervan realiseren. Drukte is een sta-in-de-weg, maar ook handelingsverlegen-heid: docenten zijn inhoudelijk sterker, maar qua vaardig-heden online de minderen. Die kloof staat een gelijkwaar-dige dialoog in de weg, terwijl het gesprek aangaan juist zo wenselijk en noodzakelijk is.

Bezorgdheid

UZWS4Het belang van de dialoog was een terugkerend thema tijdens de vier workshops waarin de deelnemers bevlogen discussieerden over verschillende aspecten van digitaal burgerschap: de betekenis voor (jonge) kinderen, de rol van eigenaarschap en de relatie met polarisatie en radicalisering. De gesprekken waren overal levendig en open, of het nu om de aanpak van het e-burgerschap door Estland ging of het grote belang van het beschermen van de jongste kinderen tegen digitale 'rotzooi'. "We moeten tijdig zaadjes zaaien om mooie bloemen te krijgen," zei een oudere deelnemer aan de workshop over digitaal burgerschap voor 8- tot 12- jarigen. "Wanneer ze op de middelbare school zitten zijn we te laat."

UZWS5(1)

UZWS8

 

 

 

 

De discussies maakten een aantal dingen duidelijk: de bezorgdheid bij professionals en ouders is groot, de wil om meer greep te krijgen op 'het veelkoppige monster' digitaal burgerschap is buitengewoon sterk, maar niemand heeft het Ei van Columbus. Moeten ouders het voortouw nemen of ligt de eerste verantwoordelijkheid toch bij scholen? Moet je het begrip digitaal burgerschap in mootjes hakken om vooruitgang te boeken of heb je juist meer aan een totaalvisie? Overal kwamen uiteenlopende suggesties op tafel. Zet bijvoorbeeld in de klas een internetquote op het bord of print een opvallend whatsapp-gesprek en praat daarover met de leerlingen. Aarzel niet om in actie te komen wanneer je online onfatsoenlijke uitingen tegenkomt. Gebruik sociale media voor positieve, verbindende berichtgeving, zoals een jongerenwerkster van JOU regelmatig doet. "Een jongen uit Overvecht die bij FC Utrecht gaat spelen vroeg mij of ik dat op Facebook wilde zetten, dan kon hij het liken."

Voorbeeldgedrag

Die uitkomsten keerden terug tijdens korte presentaties na afloop van de workshops. Onderwijswethouder Jeroen Kreijkamp onderschreef in zijn korte slotreflectie het belang van die positiviteit en van voorbeeldgedrag. "De groeiende polariserende toon is een probleem, rolmodellen zijn belangrijk, zet iedereen op een voetstuk! Ook ouderbetrok-kenheid is belangrijk, daar moeten we echt in investeren."

Hij roemde de vreedzame aanpak die driekwart van de UZWS6Utrechtse scholen hanteert ter verbetering van het pedagogische klimaat en gaf aan dat Utrecht binnen die aanpak de online- en offline wereld na-drukkelijk met elkaar wil verbinden. Het zou een stap vooruit zijn op een uitdagend pad waarvan de bijeenkomst een inspirerende start vormde. De werkgroep communicatie van Utrecht zijn we samen kondigde al aan te gaan onderzoeken hoe de bijeenkomst een ver-volg kan krijgen om samen met alle betrokken partijen te komen tot een 'beweging' die zich sterk maakt voor helder digitaal burgerschap. Dagvoorzitter Elif Borucu eindigde de avond met een tip aan het publiek: "Maak het concreet, bespreek morgen op de werkvloer met je collega's wat je kunt doen."

 

Scan-9

Presentaties:

Presentatie-Mariette-de-Haan-UZWS-Digitaal-Burgerschap-8-juni-2017.pdf [1,6 MB]

Presentatie-Marit-Lut-Digitaal-Burgerschap-8-juni-2017.pdf [781 kB]

 

 

« terug