Hoe hou je een migrantenorganisatie aan boord?

9 april 2016

oidw-luciaNederland telt ongeveer 400.000 ouderen (65+) met een migranten afkomst. 'Hoewel deze groep ouderen divers is, verkeert een deel van deze groep in een achterstandspositie. Dit geldt in het bijzonder voor de groep niet-westerse migranten ouderen', zegt Lucía Lameiro García. Lameiro García is sinds dit jaar de nieuwe coördinator van het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM). Organisaties als deze zijn belangrijk voor het project Ouderen in de Wijk als het gaat om het bereiken van de doelgroep. Maar hoe betrek je een migrantenorganisatie bij een project zonder dat zij zich 'gebruikt' voelt?

Hoe is Ouderen in de Wijk als project gevallen binnen het NOOM?
'Ik denk dat Ouderen in de Wijk tegemoet komt aan een behoefte van migranten om een plek in de buurt te hebben voor al hun vragen. Of dat nu het Wmo-loket, het sociale wijkteam of buurtteam is. Er wordt bij instellingen en organisaties vaak geschoven met mensen en plekken. Eén vertrouwde plek is er niet meer. De bibliotheek is bekend bij de ouderen, maar nog niet als de plek waar zij voor al hun vragen naar toe kunnen, waar ze gratis toegang kunnen krijgen tot internet of allerlei cursussen kunnen volgen. Van belang is vooral dat de bibliotheek een sfeer voor hen wil creëren waarbij zij zich welkom voelen en waar ze zo nodig in de eigen taal tegemoet worden getreden. Daar zitten migranten ouderen wel op te wachten.'

Migrantenorganisaties zijn soms wat terughoudend in het verlenen van hun medewerking aan projecten. Hoe komt dat?
'Die terughoudend begrijp ik. Migrantenorganisaties zijn te vaak in het verleden puur gebruikt om mensen over de vloer te krijgen en de informatie te droppen. Maar ik denk dat het met Ouderen in de Wijk anders zal lopen. Het project is langdurig en er is goed over nagedacht over bijvoorbeeld het gebruik van de eigen taal. De bibliotheek gaat ook meer outreachend werken. Ze gaan naar de organisaties toe en vragen wat hun voorwaarden zijn en wat ze nodig hebben.
In dit project is het verder belangrijk dat de ouderen goed worden begeleid. Een "warme overdracht" is hierbij noodzakelijk. Als dat goed verloopt, kom je veel verder. Als je je alleen maar richt op de vraag: Hoe haal ik mensen binnen? Dan kun je dichte deuren verwachten bij migrantenorganisaties.'

De migrantengroepen zijn onderling verschillend, wat voor invloed heeft dat op hun organisatiegraad?
'De organisatiegraad van de migranten ouderen speelt parten. Zo zijn de Zuid-Europese migranten nu minder georganiseerd. Dit komt onder meer omdat een deel van hen is teruggekeerd en de tweede generatie de zelforganisaties niet zo in stand heeft gehouden zoals de Turkse migranten. Ook bij Chinese ouderen spelen de zelforganisaties een grote rol in de informatievoorziening. Een groot deel van de ouderen spreekt immers de Nederlandse taal niet. De enige manier om deze groep te bereiken is om naar ze toe te gaan en de informatie in eigen taal te geven. Men beseft steeds meer dat om mensen te bereiken, en regie te laten voeren op hun eigen leven, voorlichting in de eigen taal noodzakelijk is. Dat is wat NOOM betreft ook de juiste toepassing van de overheidsregel: algemeen waar het kan, op maat als het moet.'

In hoeverre verschillen autochtone en allochtone ouderen?
'Er zijn overeenkomsten, maar ook belangrijke verschillen. Dit heeft met hun migratiegeschiedenis te maken, ook al zijn er ook bij migranten ouderen grote onderlinge verschillen. Een groot deel heeft echter een achterstand qua Nederlandse taalbeheersing, inkomen en gezondheid. Migranten ouderen hebben vaak geen volledige AOW omdat ze pas op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen. Ze hebben ook vaak geen of een heel gering aanvullend pensioen. Dit alles vermindert de mogelijkheden om mee te doen aan de maatschappij. Het maakt het verschil tussen wat een gemiddelde autochtone oudere kan doen en een migranten oudere. De mate van participatie van migranten ouderen heeft ook met cultuur te maken. Hoe snel stap je af op instanties om hulp te vragen? Als je die instantie überhaupt weet te vinden. Migranten ouderen zijn over het algemeen wat minder assertief.'

Wat staat nu hoog op de NOOM-agenda?
'Waar wij ons op dit moment grote zorgen over maken is de digitalisering van de samenleving. Je ziet het overal: bij de Belastingdienst, maar ook bij de gemeentes, de zorgverzekeraars, noem maar op. Voor sommige ouderen is dit prima, het geeft een hoop gemak. Maar voor veel migranten ouderen is dit weer een drempel die hen nog afhankelijker maakt van anderen. Ouderen worden hier bang en onzeker van want er zijn ook mensen die van deze situatie misbruik maken. Daarom traint het NOOM mensen van zelforganisaties en sleutelfiguren uit gemeenschappen om in samenwerking met de geëigende instanties, de ouderen te ondersteunen.'

'NOOM bestaat inmiddels bijna 10 jaar. Wat hebben jullie bereikt in die periode?
'We hebben de kwetsbare oudere migrant in beeld gebracht. Maar, we hebben ook laten zien hoeveel kracht binnen de migranten gemeenschappen zelf zit. Die kracht hebben wij in samenwerking met andere organisaties en instanties herhaaldelijk aangeboord. Met die vrijwilligers bouwen wij een brug tussen migranten ouderen en de Nederlandse samenleving. Goede recente voorbeelden hiervan zijn informatiecampagnes als Ouderen in veilige handen, gericht tegen oudermishandeling. Wij hebben hiervoor migranten vrijwilligers getraind om voorlichting te geven en in gesprek te gaan met ouderen. Een andere grote campagne is Zorg verandert. De veranderingen in de zorg zijn enorm. Migranten ouderen denken soms dat we nog steeds in een fantastisch rijk land leven waar alles goed voor je geregeld wordt. De aanspraak op (thuis)zorg en verpleging verloopt nu echter totaal anders: er bestaan nu "keukentafelgesprekken" en "recht hebben op" wordt tegenwoordig door elke gemeente op eigen wijze ingevuld. We hebben inmiddels zo’n 300 bijeenkomsten hierover kunnen organiseren en 10.000 mensen bereikt. Dat is een geweldige prestatie.'

Foto - Ebru Aydin / Mira Media


 

« terug