'Leer mij de ouderen kennen' - Sfeerverslag conferentie 26 april 2018

14 mei 2018

rsz_dsc_0152Op 26 april 2018 vond in Rotterdam de Ouderen in de Wijk-conferentie 'Leer mij de ouderen kennen' plaats. Te vaak wordt aan ouderen gedacht als één homogene groep, maar dé oudere bestaat niet. Verder is het 5-jarig project Ouderen in de Wijk halverwege en dat geeft aanleiding om een tussenbalans op te maken en na te denken over de borging van de verworvenheden van het project in de bibliotheek. 'Het bereik van ouderen wordt een opdracht voor ons allemaal', zegt Theo Kemperman, directeur van de Bibliotheek Rotterdam en gastheer van de dag.

Maar wie zijn de ouderen? Bibliotheekmedewerkers, vertegenwoordigers van banken, ouderenorganisaties, gemeenten en van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid buigen zich via uiteenlopende workshops over deze vraag. Zij worden allereerst gezamenlijk via internet en hun mobieltje getest op hun kennis van ouderen. Vragen als 'Hoeveel 65-plussers zullen er zijn in 2040?' (4.7 miljoen) en 'Onder welke groep ouderen groeit het sociale media-gebruik het hardst?'(onder 75-plussers) kwamen langs. 10 procent van de ouderen blijkt zonder bezoek de feestdagen door te brengen. 'Hans heeft gewonnen!', constateert Mayssa Joni, projectleider OidW in Amsterdam, aan het eind van de quiz.

Veranderend beleid
Ton van Vlimmeren, directeur van Bibliotheek Utrecht en voorzitter van de OidW-stuurgroep, schetst het proces dat de bibliotheek tot nu toe doorliep als nieuwe speler in het sociaal domein met Ouderen in de Wijk. 'Wij als bibliotheken gingen iets nieuws doen.' De aanleiding voor het project was het besef dat de dienstverlening van de bibliotheek gericht op senioren gering was terwijl het een groeiende groep is. Tegelijkertijd werd een nieuwe bibliotheekwet van kracht waarin de bibliotheek een nadrukkelijkere rol in het sociaal domein zou spelen: de bibliotheek niet alleen als uitleenorganisatie, maar ook als plek van informatievoorziening. Dit beleid viel samen met nieuw overheidsbeleid waarbij ouderen gevraagd werd langer zelfstandig te wonen en zelfredzaam te blijven. Maar dan moeten ze daar wel toe in staat zijn. De bibliotheek zou in haar nieuwe functie daarbij een rol kunnen spelen, bedachten de G4-bibliotheken. Dit leidde tot een subsidievoorstel van de G4-bibliotheken dat gehonoreerd werd door het EU EFMB fonds en medefinanciering kreeg van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het doel: in 5 jaar minimaal 5000 ouderen in de grote vier steden helpen zo lang mogelijk de eigen regie te laten behouden.

Staatssecretaris
Het EU EFMB Fonds is via Chantal de Jong-Marsman aanwezig op de conferentie. Ze neemt een boodschap mee van de staatssecretaris van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: 'De staatssecretaris is erg enthousiast over dit project en wenst jullie een goede werkconferentie toe. Ouderen in de Wijk geeft het EU EFMB fonds een gezicht in de wijk.' Het EU EFMB fonds richt zich op het bereik van sociaal uitgeslotenen, legt ze uit. De EU-lidstaten mogen zelf bepalen welke kwetsbare groepen ze willen bereiken. Nederland koos voor de inclusie van ouderen. 'Eenzaamheid bleek onder ouderen belangrijk na gesprek met stakeholders. Vooral als je een krappe beurs hebt, weinig pensioen en je wilt blijven meedoen en je ontwikkelen.'

Outreachend werken
Het doel van Ouderen in de Wijk blijkt arbeidsintensief. De Bibliotheek was gewend om aanbodgericht te werken. Met OidW ging de Bibliotheek outreachend te werk. Van Vlimmeren: 'Dit betekent een grote omslag in de manier van werken voor onze medewerkers. Ze zijn erin gegroeid en vinden het leuk.' Om zeker te zijn dat de streefcijfers zouden worden gehaald, gingen de G4-bibliotheken eind vorig jaar in een extra versnelling; er vond een uitbreiding van het project plaats naar andere wijken, en er werd een betere aansluiting gezocht bij het gemeentelijk ouderenbeleid. Met goed resultaat. 'We zitten op schema.'

De les van deze eerste periode, aldus Van Vlimmeren: 'We hebben geleerd om bij de ouderen te gaan zitten, te luisteren naar hun behoefte en te zien waar wij of andere organisaties hulp kunnen bieden.' Elke (wijk)organisatie, elk buurthuis heeft een eigen expertise en daar moet gebruik van worden gemaakt. 'Zo kan een rol van ontvangst en doorverwijzing ontstaan.' De volgende fase in het project is om het 'outreachend werk' bibliotheekbreed aan te pakken zodat na afloop van het project deze werkwijze verduurzaamd ingang heeft gevonden in het bibliotheekwerk.

Uitdagingen
Desalniettemin liggen er nog uitdagingen de komende jaren voor Ouderen in de Wijk. Theo Kemperman, directeur Bibliotheek Rotterdam somt er een aantal op: de nieuwe privacyregels, wat betekenen die voor de registratie van de ouderen? Hoe bereik je nog beter de behoeftige ouderen? De eindgesprekken zullen tijdintensief zijn; daar is meer capaciteit c.q. budget voor nodig. 

rsz_dsc_0200Kunnen de ouderen vastgehouden worden na de exitgesprekken? De samenwerking met wijkorganisaties leidt gelukkig al tot nieuwe en structurele samenwerking. Zo wil een welzijnsorganisatie in
Amsterdam, meer activiteiten in de bibliotheek gaan organiseren.

Een bezoeker vraagt zich af hoe de allochtone ouderen wordt bereikt. Van Vlimmeren wijst op de samenwerking met het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM) en de activiteiten die in de bibliotheek plaatsvinden met hulp van allochtone sleutelfiguren. 'We lopen wel tegen het vraagstuk aan dat we zien dat mensen die niet in Nederland geboren zijn, wel in het project passen, maar nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt.'

 


'Eenzaam gemaakt' 
Na de centrale inleiding, verspreiden de bezoekers zich 's ochtends over vier workshops met thema's als 'Ouderen en cultuurverschillen', 'Dé oudere bestaat niet en big data' en 'Hoe kijken ouderen naar de bibliotheek?' Er is een besloten workshop over het digitaal betaalverkeer van ouderen. In workshop 2 staan de praktische problemen die ouderen in het dagelijks leven ondervinden centraal. Radj Ramcharan van stichting Asha in Utrecht en werkzaam bij de Stichting Lezen en Schrijven is de workshopleider. Zijn 74-jarige moeder heeft op papier gezet hoe zij het ervaart om oud te worden: van een werkende moeder van zes kinderen, tot een actieve oudere totdat ze een klein herseninfarct kreeg met grote gevolgen. 'Ik kon dingen niet meer goed onthouden. Ik moet voor hulp nu meer bij mijn kinderen aankloppen. Ik kan mijn geld niet meer zelf beheren. Ik ben meer thuis en raak eenzaam.' Een grote steen des aanstoots is het contact met de gemeente en andere instellingen: afspraken maken gaan via internet, voor meer informatie wordt vaak naar een website verwezen en banken hebben minder filialen. 'Vroeger kon je bellen en pakte ik de bus om alles zelf te regelen. Maar alles gaat via websites. Het is een verplichte eenzaamheid: ik word eenzaam gemaakt.'

De praktische problemen van ouderen
Het verhaal is herkenbaar voor de deelnemers aan de workshop. De digitale ontwikkelingen zorgen voor oplossingen zoals het gebruik van demotica in de zorg, maar ook voor probleem wanneer de privacy c.q. het vertrouwen in geding is zoals bij internetbankieren. De angst voor het verlies van privacy is groot: 'Je moet dingen uit handen geven.' Digitalisering leidt soms tot minder zorg. Ouderen maken bijvoorbeeld geen gebruik van speciale regelingen omdat ze aanvraagformulieren digitaal moeten aanvragen en invullen. Een telefoontje naar de huisartsenpraktijk levert tegenwoordig eveneens moeilijkheden op; vanwege het uitgebreide verwijsmenu. 'Na nummer 3, gooit mijn moeder de hoorn op de haak! Ze wil gewoon een assistente.'

Het beeld dat de workshopdeelnemers schetsen over de doelgroep van OidW is zorgelijk. Sommige ouderen schamen zich voor hun kleine beurs of hun eenzaamheid en willen dit niet toegeven. Huisartsen klagen dat ze maatschappelijk werker geworden zijn. Ze worden door ouderen namelijk gezien als de meest vertrouwde persoon. Ouderen voelen zich niet meer nuttig. Er is geen tijd meer voor een persoonlijk praatje. Dit heeft met de individualisering van de samenleving te maken en met geld denken de deelnemers: 'Alles moet snel, snel, snel.' Het openbaar vervoer is veranderd: er zijn verschillende vervoerders en haltes worden opgeheven, juist daar waar veel ouderen wonen. Het gebrek aan mobiliteit en afhankelijk zijn van anderen belemmeren ouderen bij het deelnemen aan de samenleving.

Oplossingen
rsz_dsc_0346De workshopdeelnemers noemen ook oplossingen voor de genoemde obstakels zoals een vrijwilligersstichting in Amsterdam die ouderen wegbrengt en komt ophalen. In Utrecht is er een buurtmobiel. De ANWB is met een pilot bezig met inzet van vrijwilligers die voor transport van ouderen zorgen. Ouderen kunnen zich opgeven voor 'Vier het leven': een organisatie die uitjes organiseert en ouderen ophaalt en wegbrengt. In Den Haag en Rotterdam kunnen ouderen gratis reizen met hun stadspas. Des te meer reden om bushaltes waar veel ouderen wonen niet op te heffen. En kunnen sommige apparaten niet gewoon twee knoppen hebben: de aan- en uitknop?

De pop up-bibliotheek
Ramcharan vertelt dat er (migranten)ouderen zijn die nog nooit een voet over de bibliotheekdrempel hebben gezet: 'Want als je niets hebt met de bieb ga je niet. Ze weten niet dat het aanbod is veranderd, de inrichting. Mensen blijven ook steken in oude ideeën. Als professionals kunnen wij ouderen naar iets toenemen.' Het is moeilijk om de migrantengroepen te bereiken, maar het is mogelijk door de inzet van sleutelfiguren en mond-tot-mondreclame, vertelt Lynette Ho, projectmedewerker in Amsterdam. Dit leidde tot de start van een Tai Chi-groep voor Chinese ouderen waar inmiddels ook autochtone ouderen op afkomen. Amsterdam maakt verder gebruik van gastvrouwen die Turks en Marokkaans spreken en die zelfs naar de moskee gaan om de moslimouderen te bereiken. 'We hadden ze een paar keer uitgenodigd, maar ze kwamen niet. Toen dachten we: dan gaan we naar hen toe.'

Lidy Münninghoff, projectleider in Den Haag, vertelt over het plan van een 'pop-up bibliotheek' in serviceflats in samenwerking met andere organisaties: de bibliotheek komt naar de ouderen toe! In Den Haag worden in deze geest al spreekuren gehouden in verzorgingsflats over bijvoorbeeld sport en gezondheid.

'Oh, een sudderlapje!'
Voor de conferentiedeelnemers gaan lunchen, speelt Theaterwerkplaats Ouwe Rotten een prachtige scene over een ochtend in het leven van de weduwe Anna. Anna die haar gordijnen dichthoudt 'dan zie je de rommel en stof niet zo', drie keer per week gebruik maakt van een maaltijdservice ('Oh, een sudderlapje, daar was mijn Henk zo gek op'), en een zorgrobot heeft: 'Een robot, lief bedoeld hoor, maar gezellig is anders.' Toch biedt de technische ontwikkelingen ook oplossingen. De robot, gespeeld door een Marokkaans-Nederlandse oudere, herinnert haar aan het innemen van de medicijnen, leest voor en maakt het mogelijk dat ze zelfstandig woont. Iedere woensdag skypet Anna met haar zoon Richard in Amerika. Anna verlangt naar het dansen met haar man. De zorgrobot staat op, strekt zijn hand uit naar Anna en samen dansen ze even. De knieën van Anna willen niet zo meer. Anna gaat weer aan haar tafeltje zitten en mijmert verder. 'Ja, leuk, zo skypen met Richard, maar wat was ook alweer het wachtwoord?'

Conclusies
Na de lunch volgt de tweede workshopronde waarin o.a. het betrekken van ouderen bij de bibliotheekactiviteiten aan de orde komt, de gemeenschappelijke OidW-activiteiten gedurende de Week van de Mediawijsheid en de Week tegen de Eenzaamheid. En in een besloten workshop wordt gesproken over een duurzame en effectieve samenwerking van OidW met gemeenten. Een aantal conclusies uit de workshops is:
- De bibliotheek moet meer zichtbaar worden in de wijk met OidW: 'We moeten meer reclame maken voor bibliotheek en ouderen inzetten';
- Er zijn veel te hoge (digitale) drempels voor ouderen voor het regelen van praktische zaken;
- Contacten onderhouden als je ouder wordt is moeilijk. Het contact met buren is daarom belangrijk. Internet biedt mogelijkheden;
- Bij het contact met de oudere is de verbreding naar het christelijk verleden belangrijk. Ouderen kunnen daar met weinig mensen tegenwoordig over praten;
- Big data i.c. de Mosaic-programma’s geven mogelijkheden om planning van de stad in relatie tot ouderen te regelen;rsz_dsc_0108
- De toegankelijkheid van het betalingsverkeer voor ouderen moet per stad de aandacht krijgen van banken en organisaties samen zodat ouderen langer in hun omgeving kunnen blijven wonen en zelfredzaam zijn;
- Ouderen moeten meer als onderdeel van het gezin en de samenleving gezien worden. Ouderen hebben levenservaring, maak daar gebruik van om bijvoorbeeld het contact tussen jongeren en ouderen te vergroten zodat er minder gescheiden groepen ontstaan in de wijk;
- 70 procent van ouderen doet aan vrijwilligerswerk: dat is maatschappelijk kapitaal;
- Dé oudere bestaat niet. Leeftijd-, inkomensklasse doen ertoe evenals opleiding (in Rotterdam wonen 25.000 laaggeletterde ouderen). 

Bitcoin
Ook ouderen die deelnemen aan OidW zijn aanwezig op de werkconferentie. Zoals Leo (86), die met gastvrouw Patricia uit Den Haag is meegekomen. Hij vond de werkconferentie interessant: 'Ons kringetje wordt zo verduveld klein, fijn om te horen dat er handvatten zijn bij het ouder worden.' Ook Geneva (71), die samen met gastvrouw Ellen uit Utrecht is gekomen, vond het een goede conferentie. Fyni (75) waarschuwt: 'Voor ons is die computer nu moeilijk. Maar pas op! Jullie krijgen ook jullie problemen als je ouder wordt. Tegen die tijd moet je misschien wel met bitcoin betalen! Hoe ga je dat doen?!'

Theo Kemperman sluit de (derde) werkconferentie met een tevreden gevoel af: 'Als bibliotheek willen we iets doen voor de bewoners in de stad, de ouderen in het bijzonder. Daar ging deze dag uiteindelijk om.'

OIDW_landelijk

* Ouderen in de Wijk is een project van bibliotheek Utrecht, bibliotheek Amsterdam, bibliotheek Den Haag, bibliotheek Rotterdam en Mira Media. Financieel mogelijk gemaakt door het EU EFMB fonds. 

« terug