Slotbijeenkomst verslag
Tijdens de slotbijeenkomst “Migratie en ontwikkelingssamenwerking” presenteerden Mira Media en Lokaalmondiaal de resultaten van het project "Een kosmopolitische blik op internationale samenwerking". Doel van het project was om meer aandacht te vragen voor de rol van migranten en ontwikkelingssamenwerking. Een van de resultaten waren de uitkomsten van een enquête onder Metro-lezers naar hun kennis en houding tegenover ontwikkelingssamenwerking. De bijeenkomst en de enquête-resultaten zetten Michele Jacobs aan tot een reflectie op de rol van migranten bij een meer genuanceerde beeldvorming over ontwikkelingssamenwerking.
Een andere kijk op ontwikkelingsssamenwerking
(Michele Jacobs)
In de jaren zestig was het hip and happening: ontwikkelingshulp. Miljoenen Franse docenten, Engelse ingenieurs en Amerikaanse missionarissen trokken naar de voormalige Europese koloniën om waterpompen te installeren, scholen of ziekhuizen te bouwen en rooilijnen te leggen in de uithoeken van Afrika en Azië. Ook de steun vanuit Nederland om de armen in verre landen te helpen was groot.
Rond de eeuwwisseling keerde het tij echter. Zo schreef Frank Westerman al in 2005: ‘Organisaties als de Novib en SNV zullen zich enorm moeten aanpassen aan de nieuwe realiteit. Mijn conclusie is dat de ontwikkelingssamenwerking in de traditionele zin paternalistisch en dus verkeerd is. Ik zeg niet dat je er helemaal mee moet stoppen – dat zou cynisch zijn. Als het maar niet zo betuttelend en bevoogdend is.’ (NRC 2005)
Westerman’s woorden klonken zuur toentertijd, maar zes jaar later is de steun voor wat hij zei bij het grote publiek groot. Uit recent onderzoek blijkt dat het Nederlandse volk niet meer staat te popelen om zijn medemensen te helpen. De hulp heeft geen effect, denkt de Nederlander: ‘Vijf miljard euro per jaar, is dat wel nodig? Kan het niet een onsje minder?’ galmt het door de vinexwijken van de lage landen. Immers, we zitten zelf in de problemen en daar moet eerst een oplossing voor komen, vindt 64 procent van de respondenten van een enquête in de gratis krant Metro.
Uit dezelfde enquête blijkt dat men niet weet wie verantwoordelijk is voor ontwikkelingssamenwerking, maar wel vindt dat het budget mag halveren. En men denkt dat het meeste geld wordt opgeslokt door landen als Ethiopië en Soedan, terwijl het ministerie het ontwikkelingsgeld tot voor kort verdeelde over vijfendertig landen in heel de wereld.
De steun onder de bevolking voor ontwikkelingswerk neemt af, maar ook de elite mort. Het is heel simpel, vindt bijvoorbeeld VVD’er Arend Jan Boekestijn. Laten we de hulp die effectief is voortzetten en de rest afschaffen. Een willekeurig Afrikaans land krijgt jaarlijks gemiddeld vierhonderd missies op bezoek, allemaal bestaand uit blanke mannen die allemaal verschillende voorwaarden stellen. Zo komt een regering niet aan regeren toe. Als je voortdurend hulp aanbiedt, dood je als het ware het initiatief. Ook Boekestijns woorden worden gelezen in politiek Den Haag, en het begint erop te lijken dat de onderhandelaars in het Catshuis het eens zijn geworden over een bezuiniging van 1 miljard op ontwikkelingssamenwerking; nu wordt daar jaarlijks nog 4,6 miljard voor uitgetrokken. Een bezuiniging van meer dan 20 procent – een grote tegenslag met vele gevolgen.
Hoe groot de gevolgen zullen zijn is nog de vraag. Tot nu toe, zo blijkt uit de Metro-enquete, kunnen de grote hulporganisaties zoals Oxfam Novib en Cordaid nog wel rekenen op steun van het grote publiek. Dit komt mede doordat men deelneemt aan het publieke debat in kranten en adverteert in bioscoopzalen en op tv. In de live-finaleshow van Hollands Next Top Model was bijvoorbeeld een spotje te zien hoe de vier finalisten in de weer zijn met geiten, kippen en varkens voor de cadeau-actie van OxfamNovib en prijzen de dieren aan als nieuwste mode. Het inzetten van topsterren blijkt te werken, want 92 procent van respondenten wist meteen Oxfam en Cordaid te noemen. Voor de kleinere zelfhulporganisaties liggen zulke acties niet voor de hand. Zij verdwijnen uit beeld.
Hulporganisaties in Nederland
In Nederland zijn rond 5000 organisaties actief op het gebied van Ontwikkelingshulp. Jaarlijks zetten duizenden mensen zich in voor betere arbeidsrechten, het bestrijden van honger in Afrika of het volgen van onderwijs voor meisjes. Ook veel migranten en organisaties van en voor migranten willen iets terugdoen voor hun moederland. Zo runt runt Mestre Marreta al twintig jaar vanuit Europa een Capoeiraschool in Brazilië, loopt Kibret Mekonnen al jaren rond met een droom, namelijk het opzetten van een multimediaproject gericht op voorlichting in Etiopië en proberen Marjolein Veldman en Maria Godschalk met het project Scoren voor Marokko meer aandacht te krijgen voor sportscholen in Marokko. Anderen, zoals Pehman Jafari doen een poging met behulp van sociale media de eigen gemeenschap én Nederlanders op de hoogte te houden van wat er in het moederland gebeurt op politiek, economisch en maatschappelijk gebied.
Toch krijgen initiatieven van Marjolein, Kibret en Peyman weinig gehoor bij de media, de politiek of elders. Hoe komt dat? Waarom krijgen hun goede initiatieven geen gehoor in de mainstream media of bij subsidiegevers, terwijl juist hun kennis en ervaring een belangrijke rol kunnen spelen in de huidige discussie over ontwikkelingssamenwerking? Migranten laten immers grote geldbedragen naar hun herkomstlanden stromen. Vaak zijn zij beter op de hoogte van wat er speelt in het land van herkomst dan de grote NGO’s; zij hebben de kennis in huis die de redacties missen.
Het antwoord op deze vraag is helder: anno 2012 weten migrantenorganisaties nog steeds niet welke paden zij moeten bewandelen om de redactieruimtes van Hilversum of de Haagse borreltafels te bereiken. Ze nemen geen deel aan het publieke debat en laten zich zelden horen in kranten of op tv: de kloof is diep en breed en migrantenorganisaties missen vaak de tools of the trade om te bereiken wat ze willen bereiken. Bovendien hangt er een grote hoeveelheid stereotype beeldvorming rond migrantenorganisaties en ontwikkelingssamenwerking. Veel Nederlanders denken nog steeds dat we er met het geld vandoor gaan. Giovanni Massaro van Mira Media stelt dat betrokken organisaties hierin zelf een taak hebben: 'Laat aan het Nederlandse publiek zien wat je projecten teweegbrengen.’ Marc Broere (hoofdredacteur Lokaalmondial): ‘Migrantenorganisaties hebben altijd een meerwaarde. En de derde generatie migranten is veel zakelijker dan eerste. Laat dat zien.’
Reden genoeg voor Mira Media, Metro en Vice Versa om de handen ineen te slaan om a) zichtbaarheid te geven aan migrantenorganisaties, b) mediatraining te geven en een eigen podium te creëren en c) Kennis te delen met achterban. Het resultaat is een themabijlage van de gratis krant Metro met teksten geschreven door migrantenjournalisten én vertegenwoordigers van zelforganisaties over verschillende projecten over de grens. Deze bijlage kwam op 13 maart uit.
Toekomst muziek
‘Ik heb de bijlage eruit gehaald om thuis nog eens rustig door te lezen en te bewaren’; ‘het is een mooie heldere toelichting op een maatschappelijke probleem’; ’goed dat hier aandacht aan wordt besteed,’ waren reacties van lezers. Ook de medewerkers aan het katern zijn enthousiast en roepen om een vervolg. ‘We werden meteen gebeld door verschillende gemeentes. Zo’n bijlage heeft enorm effect,’ roept iemand van een van de deelnemende zelforganisaties tijdens de slotbijeenkomst . Maar is zo’n een eenmalige actie wel genoeg om het tij te keren? Voor organisaties als Mira Media en Vice Versa niet. Mira Media is begonnen met een vervolgproject, Media4us, waarbij in acht Europese landen én de VS een bijlage bij een gratis krant wordt gemaakt waarin de visies en ervaringen van migranten met participatie en integratie voor het voetlicht worden gebracht. Vice Versa kijkt over de grenzen richting ontwikkelingslanden, waarbij met name de kennis en evaring van lokale journalisten daar wordt ingeroepen. Lokale journalisten uit Afrika zelf kunnen veel meer bereiken dan die van hier.
En de migrant zelf:
‘Het antwoord op deze vraag ligt in de pen: een goed geschreven stuk roept veel reacties op,’ aldus Marc Broere, hoofdredacteur van Lokaalmondiaal. ’Met een goede timing en een heldere boodschap val je op bij media en hun doelgroep. Het advies van Marc Boere aan migrantenorganisaties is: volg het nieuws. Haak in op actuele vraagstukken en lever zo je bijdrage aan het maatschappelijke debat. Ontwikkelingssamenwerking is momenteel zo’n actueel thema, speel in op het nieuws. GHoudt er rekening mee dat de Nederlandse media beheerst worden door rampen, ellende en terreur. ‘Helaas, goed nieuws verkoopt geen kranten,’ . Migrantenorganisaties moeten dus zelf initiatief nemen. Bel de redactie als je een fout ontdekt. En blijf doorzetten.
Begin je eigen journalistieke netwerk, is daarnaast het advies van Lokaalmondiaal. In 2011 werden de voorbereidingen getroffen voor een nieuw project van Lokaalmondiaal en Oxfam Novib. Door het opbouwen van een internationaal netwerk van journalisten uit Nederland en elders probeert Lokaalmondiaal twee vliegen in een te slaan: Afrikaanse journalisten ter plekke kunnen de kranten vullen met hun stukken en krijgen meer naamsbekendheid.
Daarnaast wordt de Nederlands krantenlezer goed op de hoogte gehouden van nieuwe ontwikkelingen. Een voorbeeld voor dit project bestaat al: Africa Interactive – Het Nederlandse bedrijf maakt communicatieconcepten zoals video's in Afrika, zonder mensen vanuit het Westen in te vliegen."Zo produceren we tegen relatief lage kosten aan goede kwaliteit én dragen we bij aan de versterking van de mediafunctie in Afrika", legt Pieter van Twisk, directeur van het mediabedrijf, uit op de site van MVO
Maar is daar wel animo voor? De aanwezig journalisten tijdens de slotbijeenkomst zijn nogal kritisch over dit initiatief. Zijn journalisten in Afrika wel goed op de hoogte van wat er speelt in het Westen? Zijn ze in staat zich in te leven in de belevingswereld van een Europeaan? Daarnaast speelt geld altijd een rol, ook bij de niet-westerse journalisten. Wellicht zouden journalisten in de diaspora een grotere rol kunnen vervullen. Die wonen in Europa, houden dagelijks het nieuws uit de landen van herkomst bij en kennen wensen van Europese krantenlezers en redacties.
De belangrijkste conclusie van de middag is echter: probeer niet het wiel zelf uit te vinden, maar werk samen met bestaande netwerken. Een goede samenwerking, waarbij iedereen de kaarten op tafel legt, is cruciaal. Wees eerlijk tegenover elkaar welk doel je nastreeft. Het initiatief van Mira Media en Vice Versa is daar een goed voorbeeld van. Ook deze geluiden zullen zeker binnen druppelen in het Catshuis en bij het Nederlandse publiek.
Het project "Een kosmopolitische blik op internationale samenwerking"en de slotbijeenkomst "Migratie en ontwikkelingssamenwerking" werden mede mogelijk door een bijdrage van het ministerie van Buitenlandse zaken, in het kader van de SBOS regeling en het MEDIVA project gefinancierd de Europese Commissie.










