Nederlandse jongeren en jongvolwassenen van buitenlandse afkomst en de media

Dit onderzoek brengt het mediagedrag van personen van niet-Nederlandse afkomst in Nederland in kaart en hoe media en adverteerders daar op in kunnen spelen. Het gaat om het gebruik van televisie, radio, internet en gedrukte media. Het betreft de jongeren en jongvolwassenen in de leeftijdscategorie 15 t/m 24 jaar en 25 t/m 35 jaar uit van oorsprong Turkije, Suriname, Marokko, Aruba, de Nederlandse Antillen en Indonesië. Daarnaast is ook onderzoek gedaan naar berichtgeving over hen, werknemers in de media van buitenlandse afkomst, en wat zij zelf denken over de media. Fieldresearch is uitgevoerd door middel van interviews met experts, interviews met jongeren en een enquête onder 280 jongeren en jongvolwassenen uit bovenstaande herkomstgroepen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van gratis dagblad Sp!ts.

Televisie, internet en dagbladen zijn de meest populaire middelen om op de hoogte te blijven van zaken die jongeren en jongvolwassenen interesseren. Onder jongeren en jongvolwassen van buitenlandse afkomst leest bijna negen op de tien een dagblad, waarvan ruim de helft de gratis dagbladen Metro, Sp!ts en de Pers. Radio dient als achtergrondmedium en het gebruik hiervan is de laatste jaren constant gebleven. Nederlandse jongeren en jongvolwassenen gebruiken net iets meer Nederlandse media. Het meeste verschil vindt plaats in het lezen van Nederlandse tijdschriften, het kijken van Nederlandse televisie is bijna gelijk. De jongeren en jongvolwassenen van niet-Nederlandse afkomst gebruiken ook media uit eigen land. Het populairste medium uit land van herkomst is televisie, gevolgd door internet, radio en dagbladen. Tijdschriften zijn het minst populair.

Volgens de respondenten moeten meer journalisten, columnisten, programmamakers en andere werknemers in de media van niet-Nederlandse afkomst aanwezig zijn. Dit vergroot het referentiekader om zo meer aan te sluiten aan bij jongeren en jongvolwassenen van buitenlandse afkomst. Er moet een realistischer beeld van de samenleving worden gegeven, met aandacht voor individuen en niet te generaliserend naar hele bevolkingsgroepen toe. Behalve negatieve verhalen over jongeren en jongvolwassenen van niet-Nederlandse afkomst en hun herkomstlanden, moeten er ook positieve verhalen worden weergegeven. Personen van niet-Nederlandse afkomst moeten worden opgenomen als vanzelfsprekend.

Marloe Boon
Hogeschool INHOLLAND Alkmaar
Commerciële Economie
Begeleider INHOLLAND: Marten Coerts
Juni 2009

Scriptie Marloe_Boon_Spits.pdf
[2944,3 KB]
Download hier de scriptie 'Nederlandse jongeren en jongvolwassenen van buitenlandse afkomst en de media'

« terug