Een 'digitale agenda' voor de gemeenteraadsverkiezingen 2018

4 juni 2017

jun17-verkiezingen

Op 21 maart 2018 vinden nieuwe gemeenteraadsverkiezingen plaats. De uitkomst daarvan bepaalt de toekomstige samenstelling van het college van B&W en daarmee het collegebeleid voor de eerstvolgende vier jaar. Dit collegebeleid wordt grotendeels gebaseerd op de lokale verkiezingsprogramma’s van de deelnemende politieke partijen. Deze programma’s worden momenteel voorbereid. Een pleidooi voor opname van een 'digitale agenda' in de verkiezingsprogramma's.

In de huidige collegeperiode maakte de gevolgen van de digitalisering voor de burgers geen onderdeel uit van het collegeprogramma 'Utrecht maken we samen'. De gevolgen van de digitalisering zijn in de lopende collegeperiode wel met drie moties in de Utrechtse gemeenteraad onder de aandacht van het college gebracht. Dit heeft geleid tot een uitbreiding van aanbod computercursussen en van ingerichte computerlokalen in de wijken en er is onderzoek verricht naar de digitale vaardigheden van de Utrechtse bevolking. In de motie van 10 november 2016 wordt gevraagd om binnen de programmaonderdelen Onderwijs, Maatschappelijke Ondersteuning, Jeugd, Volksgezondheid en Veiligheid als onderdeel van het lopende beleid expliciet aandacht te besteden aan digitaal burgerschap, digitale vaardigheden en mediawijsheid van jongeren. Hiermee zijn belangrijke stappen gezet, maar is deze aandacht zeker nog niet in beleid omgezet.

Het leven online en offline
Waar gaat het om? Utrechtse burgers krijgen meer en meer met digitalisering in hun leven te maken. Ze whatsappen overal, kijken een film op Netflix of Youtube, luisteren muziek via Spotify, daten, kopen, lezen en gamen online. Door de digitalisering zijn ze 24 uur per dag voor hun werkgever beschikbaar.  De wijkverpleegkundige 'bezoekt' je via Skype of Facetime. De gemeente verlaat zich steeds meer op online dienstverlening. Het contact met de overheid verloopt vooral digitaal; via een DigiD, MijnOverheid. Ook de wijk zelf laat zich niet onbetuigd. Er zijn digitale sociale kaarten, buurtapps, wijkplatforms en digitale buurtwachten, terwijl scholen gebruik maken van digitale schoolkranten en leerlingvolgsystemen.

De actualiteit van de wereld komt verder online de wijk, het schoolplein en thuis binnen. Aanslagen in Turkije, Parijs en Londen, ongewild komt iedereen hiermee in aanraking. Door de sociale media komt dit nieuws directer aan. Stereotiepe beeldvorming online, framing, eenzijdig online informatie en hate sites spelen een rol in het polariserings- en radicaliseringsproces. Dit raakt de leefwerelden van zowel de jonge als de oudere wijkbewoners en de professionals.

Digitale vaardigheden
Onderzoek van de Universiteit Twente laat zien dat hoewel 99 procent van de bevolking toegang heeft tot internet en 94 procent van de mensen het internet daadwerkelijk gebruikt, slechts 50 procent over voldoende informatievaardigheden blijkt te beschikken en slechts 20 procent over voldoende strategische vaardigheden. Het gemeentelijk onderzoeksrapport 'Utrechters digivaardig?' uit 2015 toont dat circa 30 procent van alle Utrechters over onvoldoende noodzakelijke vaardigheden beschikt om zelfstandig gebruik te kunnen maken van een meer complexe digitale jun17-onderwijsraaddienstverlening. De digitale dienstverlening vraagt niet alleen taalvaardigheid en digitale basisvaardigheden, maar ook strategische en administratieve vaardigheden.
In wijken waar sprake is van een lager dan gemiddeld opleidingsniveau, grotere etnische diversiteit, meer ouderen, hogere werkloosheid en een hoger percentage laaggeletterden, hebben wijkbewoners gemiddeld minder digitale vaardigheden dan in andere wijken. De gemeente Utrecht onderkende in 'Utrechters digivaardig?' dan ook dat er geen eenvoudige oplossingen zijn om deze digitale kloof te overbruggen. Het vraagt om een gevarieerde aanpak en innovatieve samenwerkingsverbanden.

Digitaal burgerschap
Digitaal burgerschap maakt ondanks de steeds grotere verknoping van de online- en offlinewereld en de effecten daarvan op het leven van jonge en oudere burgers geen onderdeel uit van de Utrechtse Onderwijs Agenda 2014 – 2018 en het Utrechts Veiligheidsbeleid. Alleen in het kader van 'Utrecht zijn we samen' worden sinds kort stappen gezet om beleidsmatig- en uitvoerend aandacht te geven aan digitaal burgerschap in Utrecht.
Scholen, welzijnswerk, volksgezondheid en sportverenigingen besteden veelal incidenteel en los van elkaar, aandacht aan digitaal burgerschap. Meestal na een incident rond cyberpesten, sexting, online recruitment of online nieuws over een terroristische aanslag. Er is sprake van 'handelingsverlegenheid' bij professionals, mede door gebrek aan relevante informatie en aan eigen digitale burgerschapscompetenties. Het gevoel van urgentie ontbreekt.

Inhaalslag
Wanneer het gaat om beleid in de verschillende domeinen als veiligheid, de onderwijs- en de welzijnssector lopen we wat betreft de aanpak van de effecten van de digitalisering achter de feiten aan. Er moet een inhaalslag worden gemaakt. Het proces van digitalisering zal zich continu blijven vernieuwen en zal steeds sneller verlopen. De digitale kloof wordt niet kleiner, maar vorm en inhoud zal wel steeds veranderen. Achterstandswijken lopen de kans nog verder achterop te komen. Digitaal burgerschap, digitale vaardigheden en mediawijsheid zijn competenties die iedere burger nodig heeft om de digitaliserende samenleving bij te kunnen benen en weerbaar te worden. Deze thema's zouden dan ook in de nieuwe collegeperiode tot de belangrijke onderwerpen van de beleidsagenda's in de diverse sectoren moeten behoren.

Rol gemeente
Mede gezien de komende gemeenteraadsverkiezingen is de volgende vraag relevant: Wie is verantwoordelijk voor het opvangen van de effecten van de digitalisering? Het juiste antwoord op deze vraag is natuurlijk iedereen: de burger zelf, landelijke en lokale overheden, onderwijs- en welzijnsinstellingen, bedrijven, banken etc. Dit moet echter wel gebeuren in samenhang en in samenwerking waarbij alle partijen hun eigen verantwoordelijkheid nemen.
De gemeente heeft daarbij een belangrijke voorwaardenscheppende- en faciliterende rol.  Het is daarom van wezenlijk belang als de Utrechtse politieke partijen de volgende vier elementen in hun verkiezingsprogramma’s opnemen, zodat er bij de nieuwe collegevorming geen misverstand bestaat over de aanpak van de gevolgen van de digitalisering voor de Utrechtse burger.

  1. Binnen de programmaonderdelen Onderwijs, Maatschappelijke Ondersteuning, Jeugd, Volksgezondheid en Veiligheid moet als onderdeel van het lopende beleid expliciet aandacht worden besteed aan digitaal burgerschap, digitale vaardigheden en mediawijsheid van de burgers van kinderen, jongeren, laaggeletterden en ouderen in het bijzonder.
     
  2. ​Aandacht voor digitaal burgerschap en digitaal geletterdheid wordt onderdeel van de aanbesteding voor het sociaal makelaarsaanbod, het jongerenwerk, de buurtteams en andere relevante sectoren.
     
  3. Toevoeging van digitaal geletterdheid en digitaal burgerschap aan de nieuwe Utrechtse Onderwijs Agenda 2018 – 2022 ten einde kinderen en jongeren zoveel mogelijk bagage mee te geven om hun kansen op een betekenisvolle toekomst te vergroten en een goede start op de arbeidsmarkt te maken.
     
  4. De gemeente faciliteert binnen de verschillende beleidssectoren proeftuinen 'digitaal burgerschap en digitaal geletterdheid' waarbinnen uitvoerende organisaties en instellingen een gezamenlijke visie en actieplan ontwikkelen, pilotprojecten uitvoeren en professionals scholen.
     

« terug