Utrecht schenkt aandacht aan online radicalisering

25 januari 2017

jan-isisentwitterDe gemeente Utrecht heeft in het kader van het tegengaan van polarisatie en radicalisering en als onderdeel van het programma van Utrecht Zijn We Samen (UZWS), van het NCTV ruim negen ton subsidie ontvangen. € 150.000 daarvan is bedoeld voor het ontwikkelen van Digitaal Burgerschap en digitaal jongerenwerk door de UZWS-werkgroep Communicatie. 5 vragen aan Ed Klute van Mira Media, lid van de werkgroep en mede initiatiefnemer van het voorstel: 'Er werd constant gesproken over het gevaar van polarisatie en radicalisering onder jongeren en de rol van internet daarbij, maar over de wijze waarop bewustwording van jongeren en onderlinge signalering in de online leefwereld kan worden bevorderd, werd vrijwel niet gesproken.'

1. Wat was de aanleiding voor dit voorstel Digitaal Burgerschap?
'De offline- en online-wereld hebben alles met elkaar te maken. Dit aspect van radicalisering is blijven liggen, ook landelijk. Wij merken bij onze mediaopvoedingbijeenkomsten dat ouders hun zorgen hebben over wat er online gebeurt, maar niet weten wat ze moeten doen. Dit bleek ook vorig jaar bij een bijeenkomst van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders over radicalisering. Een vader die dacht dat zijn zoon rustig in zijn kamer aan het computeren was, bleek daar vooral fundamentalistische sites te bezoeken. Hij is toen naar Syrië vertrokken. Online recruitment zijn op veel punten vergelijkbaar met fenomenen als sexting en grooming.'

2. Wat is de relatie met Vreedzaam?
'Met deze subsidie willen we aansluiten bij de al lopende initiatieven vanuit Vreedzaam gericht op het vmbo, zodat hierin het digitale element wordt meegenomen. In de Vreedzaam-methode is respect voor elkaar belangrijk en worden kinderen en jongeren voorbereid op deelname aan een democratische samenleving. Hierbij staan het oplossen van conflicten, via mediatoren, op een vreedzame manier en het open staan voor verschillen centraal. Bij Digitaal Burgerschap gaat het niet alleen om respect in het dagelijkse leven, maar ook online, op sociale media als Facebook, in online discussiegroepen. De Vreedzaam-uitgangspunten in de offline wereld moeten ook online van toepassing zijn. Ruzies op het schoolplein beginnen immers regelmatig online en cyberpesten kan voortkomen uit een offline situatie op school.'

3. Wat heeft Digitaal Burgerschap met polarisatie en radicalisering te maken?
'Digitaal Burgerschap heeft alles met polarisatie en radicalisering te maken. Eén van de redenen waarom zo'n proces zich voltrekt bij jongeren is omdat zij zich geen onderdeel meer van de samenleving voelen. Dit heeft te maken met onderling respect. Als jongeren het idee krijgen "ze willen mij niet" dan kan dit tot afsluiting leiden. Ze gaan op zoek naar andere groepen waar zij wél toe kunnen behoren. Dat zie je vooral online gebeuren. Iedereen zoekt zijn eigen bubble waar ze met anderen met dezelfde overtuigingen zitten. Dit geldt overigens ook voor volwassenen. Uitsluitende en eenzijdige online nieuws- en informatievoorziening en hate sites spelen ook een belangrijke rol in het radicaliseringsproces. Met Digitaal Burgerschap willen we met jongeren werken aan het verwerven van kritische digitale vaardigheden in de zin van: Hoe vergaar je informatie? Hoe betrouwbaar is de informatie? Wat is fake nieuws? Hoe reageer je online? Hoe spreek je je vrienden online persoonlijk aan op "afwijkend" gedrag en hoe maak je mogelijke radicaliserende trends zichtbaar en bespreekbaar. Digitaal Burgerschap wil een manier zijn om te voorkomen dat jongeren radicaliseren. We willen jongeren hiermee weerbaar maken tegen radicaliserende invloeden.'

4. Op welke doelgroep richt Digitaal Burgerschap zich?
'Het project richt zich allereerst op het vmbo. "Utrecht Zijn We Samen" is in overleg jan-1abdullahbezig met de invulling van het programma. Gedacht wordt bijvoorbeeld aan de scholing van jongeren als media-mediator in een Whatsapp-groep, naar voorbeeld van het al bestaande offline mediatormodel van Vreedzaam. Ook wordt gedacht aan een vorm van "digitale straathoekwerkers". Jongerenwerkers zijn nog vooral offline gericht, maar het leven van jongeren speelt zich ook steeds meer online af. Met dit programma willen we binnen het jongerenwerk ook de online aandacht versterken. Daarbij aansluitend op ontwikkelingen die al gaande zijn. Zo wordt in een pilot onderzocht hoe jongerenwerk zich ook online verder kan ontwikkelen binnen de voor jongeren digitale 24-uurswereld . Misschien kunnen ze op andere uren bereikbaar zijn via Snapchat? Ze kunnen de discussies online volgen die voor heftige uitspraken zorgen en proberen die dan zowel online als offline zoveel mogelijk in goede banen te leiden. Het ligt eigenlijk in het verlengde van Digitaal Burgerschap. De digitale jongerenwerkers hebben verder een adviserende rol naar de andere jongerenwerkers in de stad.
We kijken voor de invulling van het voorstel ook naar ervaringen in Europa en die verwerken we in het programma. Met deze aanpak hopen we ook radicaliserende en polariserende trends eerder te onderkennen, zodat er ook eerder op kan worden geanticipeerd.'

5. Welke organisaties zijn betrokken bij Digitaal Burgerschap?
'De UZWS-werkgroep Communicatie is de trekker van dit project. Mira Media is een van de betrokken organisaties. Wij willen dit doen in samenwerking met bijvoorbeeld vmbo scholen, JoU, wijkprofessionals onze PIM-partners: Vreedzaam, Al Amal en de Bibliotheek Utrecht. De ambitie van het programma is dat “digitaal burgerschap” integraal onderdeel wordt van Vreedzaam, de onderwijsprogramma’s en de gemeentelijke beleidsonderdelen onderwijs, cultuur, welzijn en zorg.
Wij kunnen wel een plan hebben, maar het moet uiteindelijk op de scholen en wijken landen. Als je op het vmbo en in het jongerenwerk iets met Digitaal Burgerschap wil doen, dan moet dat ingebed worden in de reguliere werkzaamheden anders is het een druppel op een gloeiende plaat en beklijft het niet. Hieraan zullen we dan ook aandacht schenken bij de uitvoering van het programma.'

De Utrechtse gemeenteraad Utrecht heeft onlangs de motie Digitaal Burgerschap aangenomen (motie 101 plus).

« terug